‘En mijn vakantie dan?’

Op station Austerlitz stranden veel reizigers die de nationale feestdag zondag wilden vieren. Ze nemen het nieuws over ramp gelaten tot zich.

Ravage in Brétigny-sur-Orge. „Een afschuwelijke, gruwelijke scene”, zei president Hollande. Foto AFP

Het zijn vooral toeristen die vrijdagavond laat onwetend op Gare d’Austerlitz arriveren. Met een immens grote rugzak loopt de Australiër Alex met twee mates recht in de fuik van roodgeheste medewerkers van de Franse spoorwegen, de SNCF. „Sorry meneer, waar moet u heen? Barcelona? Ai. Nee, dat gaat vanavond niet meer lukken vrees ik.”

Vrijwel alle reguliere treinen richting het zuiden van het land zijn uren na het ongeluk met de intercity bij Brétigny-sur-Orge nog altijd gestremd – de TGV’s vertrekken van een ander station.

Vele duizenden treinreizigers voor wie de vakantie dit weekend zou beginnen, zijn door de SNCF teruggestuurd naar huis. Als ze al naar het station waren gekomen natuurlijk: veel Fransen hebben het nieuws op radio of tv gehoord en gehoor gegeven aan de oproep om dit station te vermijden.

Zondag is het 14 juli, de Franse nationale feestdag, en volgens de autoriteiten zou de eerste grote uittocht naar het zuiden vrijdagavond beginnen. Maar dit weekend, en misschien zelfs tot en met maandag, kunnen volgens woordvoerders van de Franse spoorwegen geen treinen langs het station van Brétigny, wat de dienstregeling naar steden als Chateauroux, Limoges en Brives behoorlijk in de war schopt.

Toch is de sfeer op Gare d’Austerlitz, waar behalve intercitytreinen ook regionale forenzentreinen voor de regio Parijs vertrekken, tamelijk gemoedelijk. Passagiers wachten rustig in de rijen bij de loketten waar ze hun geld terug kunnen krijgen.

„Wat ze zeggen is niet wat ik horen wil, maar er is gelukkig genoeg informatie en de mensen zijn vriendelijk”, zegt studente Claire, die naar het familiehuis even buiten Toulouse onderweg was. „Mijn familie vliegt meestal”, glimlacht ze. „Maar ik hou daar niet zo van. Treinen zijn normaal veel veiliger, maar nu zullen ze me wel uitlachen.”

Iemand in een rood hesje legt uit dat Toulouse door het „zeer ernstige en extreem uitzonderlijke ongeval” voorlopig even niet bereikbaar zal zijn. Optimistisch staat er voor middernacht nog wel een trein op de monitors aangekondigd, maar „ik denk dat we pas morgen gaan omleiden”, zegt een conducteur. „En mijn vakantie dan?” roept een oude man met baard. „Ik heb hard gewerkt. Ik wil geen geld terug, maar geld toe!”

De Australiërs reizen zeven maanden rond de wereld, dus zij vinden wel een ander moment om naar Barcelona te gaan. „We waren twee weken voor de aanslagen in Boston en een week voor de aanval op de militair waren we in Londen. En nu dit”, zegt Alex. „Is dat geluk of niet? We zaten in ieder geval niet in dat ongeluk.”

Door de smoezelende stationshal galmt plots een schelle stem: „Wie geen plek in Parijs heeft, kan de nacht doorbrengen in slaaptreinen.” De Australiërs springen op om een vertaling te vragen. Teleurgesteld druipen ze af als het nieuws door een Française is overgebracht. „Ben je in Parijs, dan ga je toch niet in een treinwagon liggen?”