Elk Arabisch land volgt Egypte uit z'n onderbuik

Van woedend via beteuterd tot openlijk blij: de reacties in de Midden-Oosterse media op de Egyptische legercoup tegen president Morsi en zijn Moslimbroederschap weerspiegelen de regionale politieke verscheidenheid. Moslimbroeders, aan het bewind dan wel in de oppositie, kijken meestal boos naar de Egyptische situatie. De vorsten, op de eigenzinnige emir van Qatar na, zijn tevreden – een potentiële bedreiging van hun heerschappij is afgezwakt.

De Jordaanse monarchie is overeind gebleven in de confrontatie met de oppositionele fundamentalisten, maar dat was niet makkelijk: dus de tegenslag voor de Moslimbroederschap is goed gevallen. Via de Jordan Times riep ex-minister van Mediazaken Samih Maayteh de Jordaanse Broeders op bij zichzelf te rade te gaan. „De fundamentalisten in Egypte faalden in de democratische en economische dossiers, weigerden om de macht te delen met partners en gingen het gevecht aan met de maatschappij, met name de media”. Daardoor raakten de burgers gedesillusioneerd, waarschuwde hij.

De politieke arm van de Broederschap liet zich niet kisten. „Wat er in Egypte is gebeurd, zal de sympathie voor de beweging alleen groter maken”, zei secretaris-generaal Hamzah Mansour. „Dit is een samenzwering tegen de islamitische wereld en overal zullen de moslims die verwerpen en ons steunen.”

Ja, hoe ziet het volk de ontwikkelingen? Het volk wil gematigdheid en tolerantie en de politieke islam kan niet worden toegestaan die te onderdrukken, wist de Engelstalige krant The National in de Verenigde Arabische Emiraten. In Egypte heeft zich geen coup maar een tweede revolutie afgespeeld, die miljardensteun van de Emiraten behoeft, aldus The National.

De Emiraten en het gelijkgezinde Saoedi-Arabië moeten niets hebben van de activistische Moslimbroederschap, die zich van oudsher keert tegen gevestigd leiderschap. In de Emiraten zijn tientallen burgers op beschuldiging van een fundamentalistische samenzwering tegen de monarchie tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Vandaar dat, tot vreugde van The National, de Emiraten en Saoedi-Arabië Egypte meteen 8 miljard dollar financiële hulp hebben toegezegd.

Moslimbroederschappen en verwante groepen stonden natuurlijk direct klaar met met hun veroordeling van de coup tegen de „democratische legitimiteit”. Maar interessant is dat in Tunesië Ennahda, de fundamentalistische partij die net als de Broederschap in Egypte aan de macht kwam door verkiezingen na de val van de oude sterke man, tegelijk in haar commentaren iets afstand nam. „Wij hebben dezelfde intellectuele achtergrond”, zei Ennahda-woordvoerder Zoubeyer Chhoudi tegen de webkrant Tunisa Live. „Maar onze Tunesische ervaring is rijk en divers, en we kennen niet dezelfde polarisatie in fundamentele kwesties.”

Elk land kijkt vanuit zijn eigen onderbuik naar Egypte. In Algerijnse media komt de militaire staatsgreep terug van 12 januari 1992, die een verkiezingszege van de Algerijnse fundamentalisten verhinderde. Vervolgens barstte een bloedige burgeroorlog uit. Vraag: gaat dit ook in Egypte gebeuren? In Al-Watan gelooft generaal b.d. Mohamed Oudaï dat niet. „Het terrein leent zich daar tactisch niet toe”, en „de bevolking zit in elke wijk, in elk gebouw ingemetseld tussen politie-informanten.”

Pikant: sommige bondgenoten zijn in tegenovergestelde kampen beland. De Syrische president Assad is tevreden dat de Moslimbroederschap een lesje is geleerd. Niet alleen moet zijn regime niets hebben van de fundamentalisten, maar ook had Morsi de banden met Syrië verbroken. „De farao’s waren zich duizenden jaren geleden al bewust van het strategisch belang van de politieke en economische relaties tussen Egypte en Syrië”, zei Assad tegen de krant Al-Thawra. Bondgenoot Iran toonde zich boos dat het „islamitisch ontwaken” van het Egyptische volk de kop is ingedrukt. Het is niet waarschijnlijk dat dit tot permanente verwijdering tussen Syrië en Iran zal leiden.