Een kin met een verhaal

Het korte baardje en de stoppelbaard zijn al een paar jaar in de mode, maar sinds dit voorjaar is ook de volle baard veel te zien in het straatbeeld.

Mainstream is het nog niet, het zijn vooral mannen met vrije beroepen (veel kunstenaars, muzikanten en modemensen) die hun gezichtshaar laten staan. Deze portrettenserie werd dan ook geschoten op de afstudeerexposities van de Gerrit Rietveld Academie en de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.

Bij Barber, een Amsterdamse barbershop, zien ze de baardtrend in hun stoelen terug. „Sinds een half jaar krijg ik elke dag wel een paar klanten die hun lange baard als modeaccessoire zien”, zegt Petra van Roon. Al rekent ze ook een flink bebaarde advocaat tot haar vaste klanten. „Zolang hij elke week langskomt voor een trim en hij zijn baard perfect verzorgt, komt hij ermee weg op kantoor.”

Voor die verzorging zijn tegenwoordig tal van producten te koop die de baard verzachten, in de plooi houden en van een mannelijke geur (versgehakt hout of leer) voorzien: baardolie, baardshampoo, baardbalsem en speciale wax om een parmantige krul in de snor te draaien. Het zijn fraaie, vaak redelijk kostbare producten in nostalgische verpakkingen. Maar, zegt Van Roon, „met alleen een kam of borstel, baardolie (het goedkopere alternatief babyolie kan eventueel ook) en een drie- tot vierwekelijkse trimbeurt kom je al een heel eind”.

Mannen die een dichtbegroeid gezicht ambiëren, wees gewaarschuwd: na twee à drie weken gaat het „onwijs kriebelen”. Dan is het zaak om één, twee weken op de tanden te bijten, daarna is de huid er voorgoed aan gewend. Zelfs in de zomermaanden blijft het comfortabel, want zolang de baard regelmatig wordt gewassen, wordt ’ie niet plakkerig. En geen van de geportretteerde mannen zegt het er extra warm door te hebben.