De Zweedse voetbalemancipatie

Zweden kleurt geel-blauw bij het EK voetbal voor vrouwen. Volle stadions, volop aandacht in de media. „Iedereen is positief over vrouwenvoetbal. Je hoeft ze niets uit te leggen.”

Vrouwenvoetbal in Zweden is bij uitstek een familiesport met veel kinderen op de tribune. Foto Getty Images

De tent om je gezicht te laten beschilderen met het geel-blauw van Zweden, ansichtsmaling, staat broederlijk naast die met het rood-wit van tegenstander Denemarken. Een paar uur voor de openingswedstrijd van het EK vrouwenvoetbal is de fanzone in het centrum van Göteborg al gezellig druk. Veel families met kinderen. Twee verdwaalde agenten hebben vooral oog voor het tv-scherm met de wedstrijd Italië-Finland. In een tent van sponsor Adidas kan de jeugd de bal zo vaak mogelijk proberen te kaatsen tegen oplichtende vakjes. Opvallend: net zo veel meisjes bij de deelnemers als jongens.

„Vrouwenvoetbal is heel populair in Zweden”, vertelt Patrik Andersson. De voormalige verdediger van ondermeer Malmö, Bayern en Barcelona, promoot het EK in zijn land als ambassadeur van de Europese voetbalbond UEFA. Is dat niet overbodig? Zweden kleurt al voor de opening van het toernooi geel-blauw. Op elke tv-zender schitteren de Sveriges Stjärnor – de Zweedse sterren. Kranten en weekbladen vullen hun voorpagina’s en bijlagen over het EM-Festen. „Dit EK is voor de Zweden het grootste sportevenement van deze zomer”, stelt Andersson. „Maar de UEFA wil het vrouwenvoetbal ook internationaal verder ontwikkelen.”

Geen beter modelland dan Zweden. Een op de vijf meisjes jonger dan veertien jaar voetbalt er bij een club, in de leeftijdscategorieën daarboven telt de Zweedse bond meer dan 70.000 speelsters. Twaalf profclubs zorgen voor een hoogste divisie van topniveau. Onvergelijkbaar met de semiprofessionele BeNeLiga in Nederland en België, zegt Oranje-international Renée Slegers, die uitkomt voor Linköpings FC. „Er is hier meer publiek, sponsoring, tv-aandacht. Zo heb je geld voor betere faciliteiten en buitenlandse sterspeelsters. Bij mijn eigen club is een nieuw stadion gebouwd. Voor het EK maar ook voor ons. Het eerste stadion ter wereld speciaal voor vrouwenvoetbal.”

Oranje-spits Manon Melis speelt al zeven jaar in Zweden, voor Malmö. „Ik ben fullprof, kan er goed van leven al ben ik geen miljonair. Het is moeilijk om er iets naast te doen. Je moet altijd beschikbaar zijn voor trainingen en sponsorverplichtingen. En als je voor een wedstrijd ‘omhoog’ moet, ben je zo een weekend kwijt. Zweden is groot. Soms word ik op straat herkend. Ze staan hier heel positief tegenover vrouwenvoetbal. Je hoeft niets uit te leggen.”

De EK-opening Zweden-Denemarken is als een hoogmis. Wat een sfeer in het met 16.128 toeschouwers vrijwel uitverkochte Gamla Ullevi, gelegen vlak naast het grotere Ullevi, waar Brazilië in 1958 het WK bij de mannen won, en sinds de renovatie in 2009 de thuishaven van de Zweedse vrouwenploeg. Honderden geel-blauwe vlaggen, opzwepende drums en applaus. Louter lachende gezichten binnen en buiten de lijnen. Zelfs de stewards mogen bij het vrouwenvoetbal gewoon naar het veld kijken. Waar de strijd na wel tien kansen voor beide ploegen eindigt in 1-1.

„Het resultaat is teleurstellend maar de sfeer was geweldig”, zegt Urban Emilsson, hoofdredacteur van Svensk Damfotboll, een fullcolor magazine van 80 pagina’s dat acht keer per jaar uitsluitend over vrouwenvoetbal bericht. „Al 25 jaar, met een paar duizend abonnees.” Het geheim van het Zweedse succes? „Vrouwenvoetbal bestaat meer dan veertig jaar en heeft zijn eigen cultuur ontwikkeld. Het leeft bij de clubs en bij de jeugd. In ons blad staat een topper als Lotta Schelin, maar ook de jeugd van een amateurclub. Dat werkt motiverend voor de jonge meiden. Ze hebben voorbeelden.”

Misschien ligt de verklaring deels in de geëmancipeerde Zweedse maatschappij, oppert oud-prof Andersson. „Mannen en vrouwen zijn gelijk, waarom niet in het voetbal?” Ook Slegers denkt dat het succes zo te verklaren is. „Het zit meer in de Zweedse maatschappij, waar de emancipatie al vroeg begon. Vrouwenvoetbal bestaat er ook langer dan bij ons. Ze liggen een stukje voor.”

En dan is er nog een vrouw die haar hond ooit Pelébeckenbauercruijff noemde, naar haar voetballende idolen in de jaren zeventig. Pia Sundhage keerde een half jaar geleden terug als coach van de Zweedse ploeg. Ooit was ze een van de pioniers van het vrouwenvoetbal, in 1984 won ze met haar land het allereerste EK voor vrouwen. En sinds haar twee olympische titels als coach van Amerika, geldt ze als legende. „Pia is de ster van de Zweedse ploeg”, zegt Emilsson. „Geen inspanning is haar te gek om het vrouwenvoetbal te promoten. Als iemand ons aan de Europese titel kan helpen, dan is zij het.”

Succes op het EK is belangrijk voor het gastland, stelt ambassadeur Andersson. „Afgelopen seizoen zag je de toeschouwersaantallen in de competitie afnemen. Bij de jeugd blijven we het goed doen, de ‘onder-19’ werd Europees kampioen. Maar in de top is een impuls nodig.”

Niets om over te wanhopen, zegt collega-ambassadeur Steffi Jones. De Duitse ex-international was als directeur van het organisatiecomité drijvende kracht achter het WK 2011 in haar land, dat overal volle stadions trok en een doorslaand succes werd. „Na een groot toernooi zie je altijd de belangstelling in de competities wat teruglopen, dat was in Duitsland net zo. Maar we zakken steeds minder diep en op termijn groeien we.”

Voor één vrouw kan het EK al na de eerste wedstrijd niet meer kapot. „Toen ik in de jaren zeventig begon te voetballen was er nooit publiek of pers”, mijmert coach Pia Sundhage (53) na een lange rondgang langs de internationale media. „Ik heb zelf voor dit team gespeeld, ben nu de coach. Ik ben zo trots op wat we hier in Zweden hebben bereikt.”