Brandende voeten

Johnny Hoogerland (r) en Damiano Cunego in de chasse patate Foto EPA / Yoan Valat

Johnny zat in de chasse patate. Letterlijk betekent dat de jacht van de domoor. De renner die naar de kopgroep probeert te rijden, maar halverwege strandt en lange tijd in het niemandsland blijft spartelen. Vergeefse moeite. Johnny zei het achteraf ook: waarschijnlijk vinden ze me nu dom.

Wat opviel was dat Hoogerland op een gegeven moment besloot te wachten op medevluchter Cunego (in het Zeeuws: “Koneejo”). Hij hield de benen stil en spoot wat water op zijn schoenen.

Brandende voeten! Het is de derde Tourweek en dan beginnen de kwaaltjes flink op te spelen. De commentatoren hadden het al over brandende voeten gehad. Het was bloedheet geweest en elke dag uren op de pedalen kan dan het gevoel geven alsof je voeten in de fik staan.

Ook de zitvlakblessure komt nu op, in straattaal: de derde bal. Achterin het peloton had Thomas Voeckler de camera gezien en begon gelijk acrobatische taferelen uit te halen op de fiets. Weer die grimas alsof hij rondreed met een duivenei tussen zijn benen dat op het punt van uitbarsten stond.

In de kopgroep was het ondertussen harken. Er werd gedemarreerd, zwoegen en stoempend probeerde de rest bij te blijven. De sprint ging zuchtend, steunend en piepend. De tegeltjeswijsheid luidt: na een lange ontsnapping is in de sprint iedereen gelijk. Alleen won tien jaar geleden altijd toch degene die de betere sprinter was.

Nu was Trentin stomverbaasd dat hij Albasini passeerde en kwam sprinter Rojas er niet eens aan te pas. Als het niet zo’n vreselijke uitdrukking was, zou je zeggen dat de menselijke maat terug is in het peloton.