Alle restjes verzamelen

Thuiskok Marjoleine de Vos kookt met de restjes die zich in haar koelkast verstoppen.

Ik gooide heel veel weg”, vertelde de chef van een sterrenrestaurant. „Dat zinde me helemaal niet. Ik ben nu overgestapt op dagelijkse menu’s, dus de mensen krijgen wat ik gemaakt heb. Dat betekent dat ik kan werken met wat in het seizoen en op de markt is, en dat ik van wat ik de ene avond overhoud, de volgende avond nog iets kan maken.” Het kostte deze chef zijn ster, maar schonk hem voldoening. En veel klanten. Want hij kookt heerlijk en heel natuurlijk. Zoals iedereen zou willen koken, zij het dan op een wat lager niveau. We hebben tenslotte niet allemaal een restaurant en we hoeven ook niet te doen alsof.

Voedselverspilling is een onderwerp dat de laatste tijd weer veel besproken wordt. Een belangrijk deel van de voedselverspilling gaat buiten ons als thuiskoks en thuiseters om: supermarkten en ander winkels gooien ontzaglijk veel weg. Als eten tegen de datum aan is, gaat het alvast de schappen uit.

Maar zelf gooien we ook veel weg. Zo’n vijftig kilo per jaar, zegt de organisatie Milieucentraal. En, zeggen ze ook, u/je moet niet denken dat u/je dat niet ook doet. Want bijna iedereen gooit veel weg, meer dan u/je denkt. Restjes melk en yoghurt die bedorven of beschimmeld zijn geraakt, kliekjes met groene of grijze schimmel erop, kwijnende sla, aubergine die doorligplekken heeft gekregen, aardappelen die stiekem een woud zijn begonnen onderin de kast.

En dan nog al die mensen die alleen maar een blik werpen op de ‘tenminste houdbaar tot’ datum en op grond daarvan hun blikjes wegknikkeren. „Je weet maar nooit”, zeggen ze met ernstige gezichten „ik neem het zekere voor het onzekere”.

Ik trof laatst een in een hoekje weggekropen pot mascarpone in mijn ijskast aan. „Wat doe jij daar?”, vroeg ik streng. De pot schaamde zich voor zijn datum – in maart was hij die voorbijgestreefd en nu was het juni.

Toevallig, daarom vond ik hem, was ik op zoek naar room. Dus ik maakte het potje open en rook: prima! stralend!

Je kunt je natuurlijk afvragen hoe het kan dat zoiets als dikke room máánden houdbaar blijft en weer eens vaststellen dat het idee dat zulke room ‘vers’ is helemaal nergens op slaat. Hij moet wel gesteriliseerd zijn. Maar het goede nieuws was dat er toch room in huis was en dat ik ook nog mascarpone had voor bij de aardbeien van de dag daarna. Mijn verwaarlozing leidde deze keer niet tot weggooien.

Zoals andere keren helaas wel. Het is nu eenmaal waar dat restjes de neiging hebben zich te verstoppen en dan stiekem achterin te gaan liggen schimmelen in je ijskast. En wat moet je met een restje aangemaakte sla? Dat is de volgende dag slap en sloom.

Er is anderzijds niets zo heerlijk als koken met wat je hebt. Gewoon kijken wat er (nog) is en daar iets van maken. Vaak ontstaan daar heel aantrekkelijke en smakelijke gerechten uit, die je nooit vanuit het niets zou scheppen want dan zouden ze exorbitant veel werk zijn – je gaat meestal niet eerst vis in de oven roosteren en saus maken om de restjes daarvan heel smakelijk in zelfgemaakte krokante aardappelbakjes op te dienen als voorgerechtje. Maar als de restjes er zijn, eet je wel heel lekker.

De enige voorwaarde is eigenlijk dat men moet kunnen koken. Wie dat niet kan, heeft weinig aan een ijskast met een ietsje rimpelende aubergine, een geopend blikje sardines, een paar tomaten, een venkelknol met een bruin stipje. Zo iemand kan nooit en nooit een oplossing voor dit ‘probleem’ verzinnen.

En waarschijnlijk kunnen veel mensen niet meer koken.

Ook niet meer eten trouwens. De Consumentenbond deed onlangs een onderzoek naar pesto in potjes. In potjes zit vaak verrassend weinig, zo bleek, van wat in pesto hoort te zitten, te weten basilicum, knoflook, pecorino, pijnboompitten en olijfolie. Er zaten wel cashewnoten in. En kaaspoeder. En aroma’s, zonnebloemolie en héél veel zout.

Dat is erg genoeg. Maar nog erger was het volgende: een proefpanel van ‘40 regelmatige pesto-eters’ vond die potjes lekkerder dan een zelfgemaakte pesto met de gebruikelijke ingrediënten. Die zetten ze onderaan hun voorkeurlijst. Vijf experts (koks van Italiaanse restaurants) vonden die zelfgemaakte pesto juist het lekkerst, gevolgd door de enige pesto uit een potje waar wél de originele ingrediënten in zaten (van Eko Plaza) en de rest vonden ze gewoon smerig.

Natuurlijk hadden die experts gelijk – nee, niet tegenspreken en gaan zitten emmeren over ‘smaak’ en ‘ niet twisten’ en weet ik wat. Ze hadden gelijk. Punt. Pesto gemaakt zoals pesto gemaakt hoort te worden, is lekkerder dan al die onzin.

Maar mensen hebben helemaal geen smaak meer. En ze koken ook niet, al worden op de televisie nog zoveel kookprogramma’s uitgezonden en stapelen de kookboeken zich steeds hoger op in de winkels en is het reuze hip om je eigen dakmoestuintje te hebben.

Dat bewijst alleen maar dat de mensen niet koken. Koken is zo in de mode omdat het zeldzaam is. Mensen lezen er graag over, kijken graag naar de plaatjes, genieten van twaalfjarigen die zich in wedstrijdvorm uitsloven om gerechten te maken waarvan de kijkers de naam nog niet eens kennen – en dat is het. Daarna gaan ze naar de supermarkt en kopen een potje pesto of een pizza met ananas.

Nu ja. U/je niet natuurlijk. Wij koken. Wij maken áltijd iets leuks van onze groenten en eten die dan helemaal op.