‘Ik probeer een rolmodel te zijn’

Pearl Dykstra (56) is hoogleraar empirische sociologie en doet onderzoek naar familiebanden.

Foto Floren van Olden

Drempel

„Op mijn dertiende kwam ik naar Nederland. Import in Middelburg, ik vond het vreselijk. Ik kwam van een internationale school; daar lazen we volwassen boeken, discussieerden we. In Middelburg waren de lessen schools en de kinderen anders. Ik voelde me eenzaam, werd gepest met mijn Engelse accent. Bij de jongens was ik populair, maar ik wilde vriendinnen. De omslag kwam toen ik van atheneum A naar B ging. Heerlijk was dat, logisch nadenken.”

Zoektocht

„Het was geen bewuste keus om families te gaan onderzoeken. Ik was ontevreden met mijn studie psychologie in Amsterdam en ging kijken bij de universiteit in Toronto. Daar ging een wereld open: zelf onderzoek doen in plaats van reproduceren. Terug in Nederland kon ik onderzoek doen naar vriendschap. De ouderen spraken over de oorlog en hun kinderen, vriendschap zei ze niets. Zo breidde het onderzoek zich uit naar familiebanden.”

Prestatie

„Mijn mooiste project is de Netherlands Kinship Panel Study, ook omdat het al dertien jaar loopt. Het was vernieuwend dat we gegevens bij verschillende familieleden verzamelden, jong en oud, kwalitatief en kwantitatief. Ondanks individualisering, secularisatie en migratie gaat het goed met Nederlandse families, zo blijkt. Men doet veel voor elkaar. Nu is de vraag wat de invloed van de crisis zal zijn. Wie gaat wie financieel ondersteunen?”

Overtuiging

„Als ik mijn masterstudentes vraag waar zij over vijftien jaar staan, zegt het gros: dan heb ik kinderen en werk parttime. Als wetenschapper kan ik dat verklaren. De economische noodzaak om beiden te werken ontbreekt in Nederland en de moederschapscultuur is sterk. Fulltime werken met kinderen wordt sociaal niet geaccepteerd. Maar ik vind het een schande, de verspilling van talent. Bovendien denk ik: en jij dan? Waar zijn jouw ambities?”

Voorbeeld

„Ik probeer bewust een rolmodel te zijn, niet alleen voor vrouwen maar ook voor jonge mannen. Ik zorg dat aan mijn werk niets mankeert, zodat ik mijn studenten en promovendi tot hoge kwaliteit kan aansporen. Ik wil een ambassadeur zijn voor de sociale en geesteswetenschappen. Een voorbeeld: ik haal geld binnen, ik publiceer, het kan, jullie kunnen dat ook. Dat is ambitie, ijdelheid ook, maar vooral de drang een volgende generatie op te leiden.”

Onbegrip

„Ien Dales vond ik een geweldige vrouw. Zo betrokken bij de samenleving, zo goed in de omgang met mensen. En humorvol. Ze speelde met de taal, kon iemand meesterlijk in de hoek zetten. Dat vermogen om met humor te relativeren mis ik soms in Nederland. Zo oneerbiedig als mijn Canadese vrienden over hun kinderen vertellen – ‘de etters’ – vind ik bevrijdend. Hier is dat ondenkbaar. Je moet de perfecte moeder zijn met de perfecte kinderen.”

Resultaat

„Ik vind het belangrijk dat mijn werk ook invloed op beleid heeft. De laatste tijd heb ik vaak in Brussel gesproken over de gevolgen van bijvoorbeeld verlofregelingen, crèches en thuiszorg op familieverbanden. Wetenschappers en beleidsmakers spreken een andere taal, maar als ik zo’n zaal met hoofden ‘ja’ zie knikken, krijg ik hoop dat ik de kloof kan overbruggen. De politiek in? Nee, niets voor mij. Dan moet ik mezelf te vaak herhalen.”