Zien we Karime nog terug na de vakantie?

In de herfst vertrok Xin. Rond de jaarwisseling Johann, en kort daarna Uriel. Eind mei ging Ángel weg. In een jaar tijd zijn vier klasgenootjes van ons zoontje vertrokken. Alle vier kinderen uit migrantengezinnen, die wegens de crisis in Spanje hun heil elders zijn gaan zoeken. En zien we na de zomervakantie Karime nog terug?

Onze school is een openbare school, maar lijkt vaak op een internationale privéschool. Dit komt omdat hij naast het Retiro ligt, het grote centrale stadspark van Madrid. De omliggende wijk is daardoor geliefd bij wat Spanjaarden ‘guiris’ noemen: (witte) buitenlanders. Zij brengen hun kinderen massaal naar deze school. Maar het blijft ook de buurtschool voor de rest van de wijk.

Het levert een bonte mix op, die ons erg aanstaat. Ouders lopen zowel in driedelig pak als in trainingspak. Sommigen brengen kinderen op de fiets, anderen in een dure Audi. En het schoolplein is een Toren van Babel. Naast Spaans hoor je kinderen ook toegesproken worden in het Roemeens, Russisch, Italiaans, Koreaans, Chinees, Duits, Engels en Frans.

Maar voor hoe lang nog? Xin verhuisde met zijn Chinese ouders naar Hortaleza, een voorstad buiten de ring, waar ze goedkoper winkelruimte konden huren dan in onze buurt. Johann keerde terug naar zijn dorp in het Andesgebergte van Ecuador. De kinderen hebben nog een boekje voor hem gemaakt met foto’s en tekeningen. Voor Uriel, ook Ecuadoriaan, is zo’n aandenken niet meer gemaakt. Zijn ouders zeiden in maart een paar weken terug te gaan voor familiebezoek en om papierwerk te regelen. Zij zijn nog steeds niet terug. Vorige maand vertrok Ángel met zijn Paraguayaanse ouders naar Leganés, een voorstad in het industriële zuiden van Madrid.

In het eerste decennium van deze eeuw was Spanje een magneet voor migranten. De huizenmarkt was de motor van een onstuimig groeiende economie. Juiste papieren of niet: het Spaanse groeiwonder bood iedereen werk. Bijna jaarlijks konden illegalen zich laten legaliseren. In tien jaar tijd kwamen zes miljoen mensen het land binnen.

Nu de vastgoedzeepbel geknapt is en de crisis aanhoudt, verlaten jaarlijks honderdduizenden migranten het land. Al zijn hun kinderen vaak hier geboren en hebben sommigen inmiddels de Spaanse nationaliteit verworven, zij zien geen toekomst meer. In enkele gevallen stuurt de man vrouw en kinderen terug en blijft hij zelf achter. Hij gaat dan weer met andere migranten in een appartement wonen, zoals hij ook deed bij aankomst.

De ouders van Ángel en Xin blijven voorlopig in Spanje, maar ze hebben hun verwachtingen wel bijgesteld. Ángels ouders ontvluchtten het centrum om eindelijk een eigen woning te hebben. Leganés, de wijk waar de huurprijzen veel sterker gekelderd zijn, bood perspectief.

Het toont hoe de crisis in Spanje ongelijk toeslaat. De media focussen op de dramatische cijfers: 27 procent werkloosheid (6,2 miljoen mensen), bijna 2 miljoen huishoudens waar niemand werk heeft.

Onvermeld laten ze dat er nog veel meer gezinnen zijn waar iedereen nog werkt heeft. Bijvoorbeeld in onze welvarende middenklasse buurt. Daar wordt geklaagd omdat de btw omhoog is gegaan of het metrokaartje alweer duurder wordt. Maar de terrassen zit er niet minder vol om. Crisis is relatief.

Toch: ook wie het (nog) wel goed heeft, begint zich af te vragen welke toekomst Spanje biedt. Toen we laatst in het theater klasgenootje Karime en haar Mexicaanse vader tegenkwamen, vertelde ook hij om zich heen te kijken. Voor hem is als ingenieur overal ter wereld werk. Maar Karimes moeder, een Italiaanse die in de financiële sector werkte en nu een master journalistiek afrondt, heeft minder gelukkige vakgebieden gekozen. Ze kijken nu naar banen in de VS of Latijns-Amerika.

Correspondent Spanje