Straatarm, maar nog nét niet arm genoeg

De Centraal Afrikaanse Republiek is instabiel, corrupt en staatarm Rebellen plunderen dorpen en stadjes Vertegenwoordigers van de VN en Europese Unie brachten gisteren een bezoek

Een rebel in de Centraal Afrikaanse Republiek toont een portret van de in maart afgezette president François Bozizé. Sindsdien is het er zeer onveilig. foto afp

redacteur afrika

De Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) verkeert in een staat van totale wetteloosheid en wanorde sinds rebellen in maart de macht grepen. Rebellen, criminele bendes en losgeslagen militairen plunderen en plegen overvallen. Ze hebben overheidsgebouwen, ministeries, ziekenhuizen en woningen leeggeroofd.

Door de onveiligheid zijn veel hulporganisaties vertrokken. Ziektes en ondervoeding nemen toe, waarschuwt Artsen Zonder Grenzen (AzG), één van de weinige hulporganisaties die zijn gebleven. Gisteren brachten de hulpcoördinatoren van de Verenigde Naties en de Europese Unie een bezoek aan de CAR om de ernst van de situatie in te schatten.

De CAR is een instabiel, corrupt en straatarm land ter grootte van Frankrijk, dat al jaren in een niemandsland tussen noodhulp en ontwikkelingshulp verkeert. De situatie is niet ernstig genoeg om noodfondsen aan te spreken, maar het land is ook niet in staat aan de eisen voor ontwikkelingsgeld te voldoen. De regering van de afgezette president François Bozizé oefende buiten de hoofdstad Bangui nauwelijks gezag uit. Overheidsdiensten werden voornamelijk geleverd door hulporganisaties.

Een coalitie van vijf rebellengroepen lanceerde in december een opstand tegen Bozizé. Aanleiding waren de armoede in het noordoosten en de mensenrechtenschendingen door het leger. Sinds de coup is de coalitie echter uiteengevallen en een centraal commando ontbreekt. Er is wel een interim-regering aangesteld, met de machtsbeluste Michel Djotodia als president, maar die kan zelfs in Bangui geen orde houden.

De onbetaalde rebellen leiden nu een roofeconomie. Tussen februari en juni zijn er 34 dorpen en stadjes aangevallen en platgebrand. Bedrijven hebben hun activiteiten gestaakt omdat hun kantoren zijn geplunderd. De overheid heeft geen geld voor salarissen. Veel ambtenaren zijn gevlucht, waardoor de ministeries niet meer functioneren.

De 4,4 miljoen inwoners zijn nu volledig op zichzelf aangewezen. Tweehonderdduizend mensen zijn de bossen in gevlucht en durven alleen overdag naar de steden te gaan voor eerste levensbehoeften. Maar voedsel is schaars. Veel mensen eten nog maar een maaltijd per dag.

In de bossen zijn mensen bovendien kwetsbaar voor malaria. Tussen januari en maart werden 74.729 mensen door AzG behandeld voor malaria, een toename van 25.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Met een gemiddelde van 48 jaar heeft de CAR de op twee na laagste levensverwachting ter wereld. Malaria is nu doodsoorzaak nummer één, zegt Artsen zonder Grenzen.

„De gevolgen van de crisis zijn enorm geweest”, zei Ellen van der Velden, het hoofd van AzG in de CAR tegen het VN-persbureau IRIN. „Angst om te reizen zorgt ervoor dat mensen helemaal geen toegang meer hebben tot gezondheidszorg. Verlies van inkomsten maakt het moeilijker om medische kosten te betalen, en de toch al onbetrouwbare toevoer van medicijnen is helemaal ingestort. De sterftecijfers zullen de komende maanden erger worden.”

Interim-president Djotodia heeft vorige maand onder druk van de internationale gemeenschap zijn regering opgeschud om de dominantie van de rebellen te verminderen. Zo hoopt hij in aanmerking te komen voor begrotingssteun van het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie.