Staat moet beleggers SNS compenseren

De uitspraak van de Ondernemingskamer is een tegenvaller voor minister Dijsselbloem. De onteigening van SNS kost meer geld.

Zo makkelijk gaat dat dus niet, effectenbezitters onteigenen. De uitspraak van de Ondernemingskamer gisteren dat beleggers in SNS Reaal toch een schadeloosstelling moeten krijgen, is een tegenvaller voor minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Die kan al snel oplopen tot honderden miljoenen euro’s, terwijl Dijsselbloem, als eurogroepvoorzitter, er hard op inzet om de risico’s van investeren neer te leggen waar ze horen: bij de belegger in plaats van de belastingbetaler.

„Hoop gloort voor gedupeerden SNS Reaal”, stond er gistermiddag op de website van de Vereniging van Effectenbezitters. De Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof had zojuist bepaald dat een groep deskundigen zal moeten vaststellen wat de aandelen en achtergestelde obligaties van SNS Reaal waard waren op 1 februari, de dag dat Dijsselbloem besloot de bank en verzekeraar te nationaliseren. Dijsselbloem had in maart voorgesteld de compensatie voor de onteigende aandelen en achtergestelde obligaties op nul euro te stellen. Volgens de kamer „is het aannemelijk” dat die waarde meer was dan nul euro.

De minister is bij wet verplicht om na een onteigening bij de Ondernemingskamer een verzoek tot schadeloosstelling in te dienen. Volgens de minister was SNS Reaal zonder de reddingsactie failliet gegaan en dan zouden de effecten ook geen waarde meer hebben gehad.

De rechters zijn het daar niet mee eens. In de uitspraak staat dat „de minister de aangeboden schadeloosstelling van nul euro voor alle onteigende effecten en vermogensbestanddelen onvoldoende heeft toegelicht.” De rechters noemen Dijsselbloems voorstel „onvoldoende” en stellen dat hij „een hogere schadeloosstelling” dient vast te stellen.

De deskundigen moeten berekenen hoe hoog die kan worden. Volgens de rechters moeten zij „in het bijzonder acht slaan” op de slotkoers van 31 januari, de laatste dag dat er in aandelen SNS gehandeld werd. Op basis van die koers waren de aandelen 242 miljoen euro waard. De waarde van de achtergestelde obligaties bedroeg toen 400 tot 800 miljoen euro. Destijds verwachtte Dijsselbloem geen andere kosten dan de kapitaalinjectie van 3,7 miljard euro.

De uitspraak betekent niet alleen een nieuwe kostenpost voor de minister. Ook toont het aan dat een bail-in, het principe waarbij beleggers moeten meebetalen aan de redding van een bank, terra incognita is, waarbij nog allerlei elementen niet zijn uitgewerkt.

Dijsselbloem wilde met de onteigening en de schadeloosstelling van nul euro een voorbeeld stellen voor andere Europese banken. Voortaan zouden beleggers ook écht hun geld kunnen kwijtraken. Een maand later ging de Europese Unie een stap verder, toen bij de redding van Cyprus ook gewone obligatiehouders werden onteigend.

De verontwaardiging was groot toen Dijsselbloem zei dat hij deze methode voortaan als raamwerk wilde gebruiken voor toekomstige bankenreddingen. Maar twee weken geleden besloot de EU dat dit vanaf 2018 wel degelijk de norm gaat worden bij reddingsoperaties.

De uitspraak van de Ondernemingskamer is gebaseerd op de Nederlandse Interventiewet, die een half jaar voor de redding van SNS Reaal werd ingevoerd. Directe consequenties voor toekomstige reddingen op Europees niveau heeft de uitspraak niet. Wel toont die aan dat beleggers het bail-in-systeem tot het uiterste zullen testen, ook als dat Europees van kracht wordt.