Rockster met een veiligheidsspeld

Rocker Richard Hell maakte een van de onstuimigste rockplaten van de jaren zeventig. Maar in 1984 trok hij zich terug om zich geheel aan het schrijven van gedichten te wijden.

Richard Hell is de uitvinder van het gescheurde T-shirt. Op zichzelf mag dat geen grote verdienste lijken, maar zijn introductie van de veiligheidsspeld als modeattribuut speelt een cruciale rol in de pophistorie.

In 1975 was de Britse zakenman Malcolm McLaren in New York om inspiratie op te doen voor Sex, zijn Londense modewinkel gespecialiseerd in kinky kleding. In de undergroundclub CBGB stuitte hij op de aanstormende rockgroep Television. Bassist van die band was Richard Hell, pseudoniem van dichter/muzikant Richard Meyers, die zo arm was dat hij zijn versleten kleren met veiligheidsspelden bij elkaar hield.

McLaren zag het als een noodzakelijk bijverschijnsel van een rebelse levenshouding. Hij nam zijn indrukken mee naar Londen, waar hij met gecalculeerde precisie de punkband Sex Pistols uit de grond stampte. De nihilistische gedachte van het nummer ‘Blank generation’ dat hij Hell in een vroege versie had horen zingen, pikte hij voor de tekst van ‘Pretty vacant’.

De Sex Pistols werden aangekleed in bondagebroeken en kapotte T-shirts. Johnny Rotten hoorde Richard Hell en begreep dat mooi zingen hopeloos ouderwets was. Toen de eerste verhalen over de Britse punkrage New York bereikten, toonde gitarist Chris Stein van het latere Blondie een foto van de Pistols aan zijn vriend Richard. ‘Kijk,’ zei Stein, ‘vier keer jij op een rij!’

In zijn autobiografie I Dreamed I Was A Very Clean Tramp gaat Richard Hell vrij laconiek om met de diefstal van zijn imago. Waar McLaren door critici werd neergezet als een handige dief, die de beginvoorwaarden van zijn spraakmakende punkpraktijken bij elkaar jatte uit bestaande voorbeelden, schrijft Hell grootmoedig dat er een gangmaker nodig was om de opwinding die anno 1976 in de lucht hing tot bloei te laten komen.

Hell zelf had geen grote ambities voor een carrière als rockmuzikant. In de nadagen van de beat poets was hij naar New York gekomen om dichter te worden. Hij publiceerde zelfgedrukte dichtbundels en was al jaren actief toen hij zich door zijn vriend Tom Miller (later Verlaine) een basgitaar liet aanpraten, met het argument dat een instrument met vier snaren veel makkelijker onder de knie te krijgen was dan de zes van een gitaar.

Groupies

Spoedig ondervond Hell dat spelen in een rockband halverwege de jaren zeventig een sterker afrodisiacum vormde dan zijn pogingen als dichter. Meisjes vielen bij bosjes en Hell ontdekte dat eerst de seks, dan de drugs en daarna pas de rock ‘n’ roll prioriteit voor hem hadden. Met minutieuze openhartigheid beschrijft hij zijn veroveringen. Meestal waren dat groupies voor één nacht, maar soms hield hij het langer uit, zoals met de ex van schilder Claes Oldenburg, en de Franse muzikante Lizzy Mercier, die zijn muze werd.

Het boek onderscheidt zich in positieve zin van veel andere rockbiografieën doordat Richard Hell er een tamelijk laconieke houding ten aanzien van zijn belang in de popwereld op na houdt. De opwinding van rockmuziek is bestemd voor tieners, vindt hij, en het heeft iets treurigs om veteranen als de Rolling Stones te zien ploeteren in een genre dat niet meer bij hun leeftijd past.

Met enige gêne beschrijft hij hoe hij na zijn pionierswerk op punkgebied met The Neon Boys, Televison en The Heartbreakers de rijpe leeftijd van 26 jaar bereikt had toen hij in 1977 debuteerde met het album Blank Generation van Richard Hell & The Voidoids. De titelsong was een variatie op het liedje ‘The beat generation’ waarmee stemacteur Bob McFadden in 1959 de leegte van het beatniktijdperk te kijk had gezet.

Op de hoes verscheen Hell met ‘you make me...’ op zijn borst geschreven, zelf in te vullen door fans die alles van hem konden maken wat ze wilden. Hij presenteerde zich als de blanco rockster die de haat, het nihilisme en de fantasieën van zijn publiek belichaamde. Op tournee in Engeland werd hij pas echt met de harde realiteit van de punk geconfronteerd, toen de band avond aan avond door het publiek werd onder gespuugd.

Terwijl Tom Verlaine met de bedachtzame muziek van Television aan de wieg stond van de Amerikaanse new wave van Talking Heads, Devo en Blondie, leverde Hell met Blank Generation een van de onstuimigste rockplaten van de jaren zeventig.

De trefzekere ruigheid van de muziek was voor een belangrijk deel te danken aan het virtuoze gitaarspel van Robert Quine, een kalende en eigenlijk al veel te oude hypochonder van ver in de dertig die er prat op ging dat hij nooit een partij hetzelfde speelde.

Briljante plaat

Omdat Quine op Hell leunde voor songmateriaal en de zanger/bassist steeds dieper afdaalde in een hel van hard drugs en inertie, bleef het bij die ene briljante plaat. Het matige Destiny Street was vijf jaar later vooral een excuus om het voorschot van een platenmaatschappij op te souperen aan heroïne en vruchteloze studiotijd.

Richard Hell verloor zijn interesse in het muzikantenbestaan en krabbelde langzaam op als de schrijver en dichter die hij altijd had willen zijn. Zijn jongensdroom om een vrijbuiter met een heldere geest te worden, de ‘very clean tramp’ uit de boektitel, kwam uit toen hij na jaren van heroïneverslaving de weg naar Narcotics Anonymous vond.

Hell verveelt zijn lezers niet met hoofdstukken over het afkickproces en zijn rehabilitatie. Het boek eindigt op het moment dat hij in 1984 stopt met drugs en muziek, want daarna werd zijn leven respectabel en saai. Omdat I Dreamed I Was A Very Clean Tramp zo’n fraai afgebakende periode beslaat waarin het ontstaan van de punk van binnenuit wordt beschreven, is het de perfecte kroniek van een tijdperk. Het vlot geschreven boek is in veel opzichten gewaagd aan Just Kids van Patti Smith, die figureert als een van de weinige boeiende vrouwen uit Hells omgeving waarmee hij het bed níet heeft gedeeld.

Een popheldin die nadrukkelijk niet genoemd wordt is Madonna, het toen nog onbekende discozangeresje dat in de openingsscène van Susan Seidelmans Desperately Seeking Susan bij Richard Hell uit bed stapt. De film was uit 1985 en valt buiten de gloriejaren van de punkpionier die Johnny Rotten zijn stem en zijn gescheurde T-shirt gaf.