Ook het water is van de pomphouders

Pomphouders hebben het exclusieve recht op brandstofverkoop langs de rijkswegen. Of daar elektriciteit bij hoort, is inzet van een kort geding.

Hebben pomphouders langs de rijkswegen het alleenrecht om water te verstrekken? Ja, vindt hun advocaat.

De pomphouders eisten gisteren in een kort geding dat de overheid geen vergunningen meer verstrekt aan derden voor het plaatsen van oplaadstations voor elektrische auto’s langs de snelweg. Volgens de Vereniging Particuliere Rijkswegvergunningen van Tankstations (VPR) hebben de pomphouders daar het alleenrecht op de verkoop van brandstof.

Volgens de exploitanten gaat het daarbij niet alleen om benzine en diesel, maar om „alle brandstoffen” die voertuigen kunnen aandrijven. „Dus als auto’s op water gaan rijden”, vroeg de rechter, „vindt u dat u als enige een kraan mag neerzetten langs de snelweg?”

„Daar komt het inderdaad op neer”, zei advocaat Marc Kuijper van de pomphouders.

Het bedrijf Fastned wil langs de snelwegen tweehonderd oplaadstations voor elektrische auto’s bouwen. Fastned huurt de locaties van Rijkswaterstaat, beheerder van de zogeheten verzorgingslocaties met daarop tankstations en wegrestaurants langs de snelwegen.

De inschrijvingsprocedure voor de laadstations begon in december 2011, een maand later berichtte Rijkswaterstaat dat Fastned voor 173 locaties vergunningen kon aanvragen.

De eerste laadstations gingen dit jaar open langs snelwegen op de Veluwe.

Het kabinet vindt dat elektrisch rijden „een zeer kansrijke optie is om onze toekomstige automobiliteit duurzaam te maken”, zei landsadvocaat Elisabeth Schippers. Het plaatsten van snellaadpalen langs de rijkswegen is daarvoor noordzakelijk. In circa 20 minuten kan daar de autoaccu worden geladen.

Fastned wil de onbemande stations gaan bouwen, maar de pomphouders vinden dat ze tot 2024 het exclusieve recht hebben op de exploitatie van deze palen. Voor de rechter beklaagden zij zich dat ze „op een gegeven moment niet meer betrokken zijn bij het overleg” over laadpalen. De pomphouders vinden deze koerswijziging „niet alleen onbegrijpelijk”, maar ook strijdig met „contractuele verhoudingen” tussen de staat en de pomphouders.

Het geschil draait om de vraag wat in de Benzinewet bedoeld wordt met ‘brandstoffen’. Volgens de advocaat van de pompexploitanten gaat het om álle brandstoffen die voertuigen kunnen aandrijven, inclusief elektriciteit.

De landsadvocaat betoogde: „Met motorbrandstoffen werd en wordt geen elektriciteit bedoeld, maar slechts benzine, diesel en aanverwante fossiele brandstoffen.” De bedoeling van het convenant met de pomphouders is volgens de landsadvocaat nooit bedoeld om nieuwe ontwikkelingen tegen te houden.