‘Muziek is de mazzel van Mali’

De 18-jarige dj Ibrahima Dembele bij een optreden in Bamako, hoofdstad van Mali, in januari j.l. Foto Reuters/Joe Penney

In een fourwheel drive scheurden mannen met sjaals om hun hoofd door de stoffige straten van Timboektoe. Ze stopten bij de legendarische Sidi Yahia-moskee en sprongen in het woestijnzand. Met houwelen en hamers versplinterden ze in een paar minuten tijd de deur van de moskee die al sinds de vijftiende eeuw gesloten was en volgens een legende dicht had moeten blijven tot de Laatste Dag. Zo bezien verging op 2 juli 2012 de wereld, toen islamisten hun woede koelden op wat ze beschouwen als on-islamistische afgoderij. ‘Allah u akbar!’, schreeuwden de mannen.

Niet alleen mausolea en tombes werden vernield. Een maand later verboden de islamisten die bezit hadden genomen van Noord-Mali ‘de muziek van Satan’. Alleen koranverzen waren nog toegestaan. Wie westerse of Malinese popmuziek als ringtone had, was zijn leven niet zeker. Muzikanten sloegen op de vlucht, samen met honderdduizenden andere Malinezen, nadat hun instrumenten, radiostudio’s en opnames waren vernield.

In Music, Culture & Conflict in Mali schetst muziekjournalist Andy Morgan de achtergronden bij een ingewikkeld conflict in een gebied waar zelden een journalist komt. Morgan kent het land goed, vooral het noordelijke deel waar het nomadische Toearegvolk woont, en waar in 2012 de sharia werd ingevoerd. Tussen 2001 en 2010 was hij manager van Tinariwen, een groep Toearegrockers van internationale faam. Sinds 2010 is Morgan muziekjournalist voor onder meer The Guardian.

Kora

Morgan interviewde tientallen muzikanten – rappers, rockers en spelers van de kora, de West-Afrikaanse harp met de lange hals. Hij onderzoekt de oorzaken van de islamisering en de gelegenheidscoalitie tussen Toearegs en Al Qaida-achtige groepen die leidde tot de kortstondige afsplitsing van het noorden. Maar zijn beginpunt is steeds de muziek.

„Muziek is hét bindmiddel van Mali”, zegt hij tijdens een Skype-gesprek vanuit zijn woonplaats Bristol. Het is geen loze kreet. In een grotendeels analfabete samenleving is muziek een van de belangrijkste communicatiemiddelen. De geschiedenis van Mali wordt al eeuwenlang gezongen door een kaste van zangers, de griots. Zelfs nu de meeste Malinezen televisie hebben, worden voor spotjes tegen aids of bij politieke boodschappen nog altijd zangers ingezet.

Belangrijker is dat muziek eenheid schept in de etnische vergaarbak die Mali is, zegt Morgan. „Mali heeft geen logische grenzen. Die zijn bedacht door Europeanen zonder rekening te houden met de bevolkingsgroepen. Mali gebruikte muziek om een nationale identiteit te creëren na de onafhankelijkheid in 1960. Het opmerkelijke is dat ze daar bijna in geslaagd zijn.”

Bijna, want de Toearegs hebben altijd verlangd naar hun eigen woestijnstaat: Azawad. Andy Morgan kent hun onvrede. Terwijl andere muzikanten zongen over de eenheid van Mali, bezong ‘zijn’ Tinariwen de onafhankelijkheid. De militante versie van die strijd kreeg in 2011 een impuls met de val van Gadaffi in Libië, waar Toeareg-huurlingen in diens kamp vochten. Zij kwamen terug en begonnen een nieuwe strijd voor Azawad.

Dat juist gematigde Toearegs in het voorjaar van 2012 een verbond aangingen met Al Qaida-gerelateerde groepen verklaart Morgan aan de hand van een machiavellistisch spel van de geradicaliseerde Toearegleider Iyad Ag Ghaly, ‘de Che Guevara van de woestijn’. Ze sneden zichzelf daarbij lelijk in de vingers, want ook zij vluchten uiteindelijk, en ook hun muziek en culturele identiteit gingen in de ban.

Maar Morgan ziet vooral een sociale oorzaak van de radicalisering in het ooit zo tolerante land. „De voedingsbodem van de radicale islam ligt bij een algemeen law and order-probleem. Net als elders zijn ook Malinezen teleurgesteld in de corrupte, inefficiënte politiek.”

Hij schetst achtergronden die in veel oorlogsverslaggeving rond de crisis in het noorden verloren zijn gegaan. Zoals het feit dat het aantal moskeeën in de hoofdstad Bamako in de tien jaar vóór deze crisis al verdrievoudigde. En de gematigde soefi-islam mag nog dominant zijn, maar Bin Laden groeide ook in Mali uit tot een anti-westerse volksheld.

Morgan is pessimistisch over de toekomst van Mali. ‘Toegegeven, de wereld is niet vergaan’, schrijft hij over de Sidi Yahia-moskee. ‘Maar een bepaalde wereld misschien wel. Een wereld zo bekend bij mensen die woonden of reisden in Mali, één van tolerantie, eenheid, humor, muziek, dans en religieuze vrijheid.’

Hoewel de Franse invasie de islamisten in het noorden heeft teruggedrongen, dreigt een woestijnguerrilla à la Afghanistan en lijkt de radicale islam zich te hebben gevestigd.

Beschermengel

De crisis heeft geleid tot verdeeldheid en discriminatie. Vooral lichter gekleurde Arabieren hebben het zwaar. Evenals de Toearegs, die bovendien hun wens voor een onafhankelijk Azawad niet snel zullen vergeten.

Mali is niet meer de eenheid die westerse overheden zo graag zagen. Maar uitzichtloos is het ook niet, volgens de muziekjournalist. Muziek en cultureel erfgoed zijn het afgelopen jaar de beschermengel van Mali geweest.

„In het westen weten mensen de naam van de president niet, maar ze kennen wel zanger Salif Keita”, zegt Morgan. „Dat is de mazzel van Mali, de muziek lijkt op de blues en andere bekende stromingen. Was dat niet zo geweest, dan was Mali net zo afgezakt als bijvoorbeeld Somalië, ook een land met prachtige muziek, maar onbekend bij het westen. Nu heeft Mali de internationale aandacht.”

Muziek als reddingsmiddel is nog belangrijker voor de binnenlandse zaak. In benefietvideo’s tonen muzikanten van verschillende etnische achtergronden zich eensgezind. Het is een sprankje hoop. Traditioneel legt een muzikant in Mali meer gewicht in de schaal dan een politicus of zelfs een militair, maar de 21ste eeuw is moeizaam begonnen voor die traditie.

Andy Morgan: Music, Culture & Conflict in Mali. Freemuse, 234 blz. € 15,60 (via freemuse.org).