Inktvistartaar

Soms zie je ze hier weleens, van die kleine dikke flesjes met een draaidopje. Kronenbourg 1664. Dat label en die sierlijke blauwe letters met die rode linten erachter associeer ik direct met de smaak van heerlijk dorstlessend koel pils. Toch zijn ze nooit zo lekker als in Frankrijk op de camping. Dat komt doordat de herinnering aan die smaak door mijn hersenen wordt opgesmukt met herinneringen aan het wuivende lange gras, die lange zwoele dagen, die heerlijke verse vis van de barbecue en die dochter van de bakker.

Zo gaat het vaak ook met die rode ‘vin de table’ uit zo’n kartonnen doos met een schenkventieltje waarmee je de auto op de terugweg hebt volgeladen onder het motto ‘perfecte tafelwijn en het kost niets’. Smaakt thuis toch anders.

In eigen land heb ik die ervaring vaak met Hollandse garnalen. Die smaken in Amsterdam uit een plastic bakje toch nooit zoals aan boord gekookt in het zeewater van het wad. Maar dat komt vooral omdat ze dan niet eerst zijn volgespoten met chemicaliën om een retourtje Marokko onbedorven te overleven, omdat ze daar zo lekker goedkoop gepeld worden.

Om het iets positiever te benaderen: een goede ambiance kan eten werkelijk lekkerder maken. En het mooie is, daarvoor hoeven we deze zomer niet meer naar Frankrijk.

De komende drie maanden vertrekt er van achter het Lloydhotel in Amsterdam iedere donderdag, vrijdag en zaterdag tegen half zeven een bootje richting het Vuurtoreneiland. Dat tochtje van een kleine driekwartier in de avondzon langs Durgerdam maakt dat je al volkomen onthaast aankomt. Het eilandje zelf is een natuurgebied in het IJmeer – letterlijk voor Pampus. Naast een vuurtoren en een klein huisje staat er deze zomer een tijdelijk restaurant op houten vlonders. Vers water moet van land komen en stroom is er amper. Er wordt vooral gekookt op hout en kolen. Het uitzicht is magnifiek en er loopt en een kudde schapen. U begrijpt, heerlijk gegeten. Onder meer een voorgerecht van Hollandse fles, inktvis van Nederlandse (zee)bodem.

Haal de appel en bleekselderij door een sapcentrifuge en voeg direct een snufje zout toe om verkleuring te voorkomen. Maak de inktvis schoon en gril. Hak er een tartaar van samen met de lardo en karnemelk. Meng de waterkers, de citroenzest en de kruiden erdoor. Maak af met dressing van appel-bleekselderijsap, peper en zout.

Ik kan niet beloven dat het net zo lekker smaakt als op het Vuurtoreneiland.