In Polen begint het nieuwe wielrennen

Nog veertien nachtjes slapen en dan wordt wielrennen weer spannend. Op 27 juli gaat de Ronde van Polen van start. Een etappewedstrijd die de speciale belangstelling zal hebben van Jaap van Duijn, in betere tijden de superbelegger van Robeco, dat tot voor kort eigendom was van afgehaakt wielersponsor Rabobank.

Econoom en sportliefhebber Van Duijn beklaagde zich afgelopen dinsdag in de Volkskrant over het wielrennen in het algemeen en de Tour de France in het bijzonder. „Wielrennen is een uitontwikkelde, berekende sport geworden die het aanzien nog nauwelijks waard is”, noteerde hij bedroefd. Hij doelde vooral op de vlakke etappes. Het vaste patroon daarin: een kopgroep ontsnapt, het peloton laat dat een tijd begaan en de ploegen die erop hopen dat hun sprinters een massaspurt kunnen winnen, rekenen intussen uit hoe groot de voorsprong van de kopgroep mag zijn. Niet te vroeg en niet te laat wordt de kopgroep ten slotte ingelopen.

Die vroege vluchters wacht kort daarvoor nog alleen de strijd om de bekroning tot de meest strijdlustige renner van de dag. Dat is dan meestal de renner die kort voor de finish nog eens een demarrage waagt. Zoals gisteren Flecha. Hij mag de volgende dag met een rood rugnummer fietsen, wordt op het podium gehuldigd en krijgt de zoenen van twee, meestal iets langere rondemissen. Dat laatste is wel zo’n beetje de grootste beloning voor de verder vergeefse inspanningen.

Dit patroon is ook deze Tour weer vele malen gevolgd. In deze krant voorspelde de ploegleider van Vacansoleil-DCM, de ervaren Hilaire Van der Schueren, woensdag in een reactie dat ontsnappingen straks, als het peloton is uitgedund en de vermoeidheid de benen verlamt, kansrijker zullen zijn. Maar intussen heeft Van Duijn wel een punt. Sommige etappes zijn, afgezien van de finale, zo slaapverwekkend als menige tennismatch.

Nu heeft deze Rotterdamse econoom zich wel vaker beklaagd. Over het betaald voetbal in Nederland bijvoorbeeld. Om heel precies te zijn: vandaag exact elf jaar geleden in NRC Handelsblad. Toen bepleitte hij afschaffing van de degradatie in de eredivisie, met als voorbeeld de national league van het Amerikaanse honkbal, waar ze al 77 jaar een profcompetitie organiseerden zonder dat er ooit een club naar een lagere divisie kon afzakken. Schaf degradatie af en je krijgt een gezondere competitie met meer financiële gelijkwaardigheid tussen de deelnemende clubs, schreef de kopman van Robeco.

Zijn pleidooi kwam te laat en hielp ook daarna niet. Dat jaar, 2002, degradeerde zijn favoriete club Sparta uit de eredivisie en in 2010 gebeurde dit opnieuw.

Misschien maakt Van Duijn in het wielrennen meer kans en komt er een einde aan de saaie voorspelbaarheid van de vlakke etappes. Te beginnen in Polen.

De Ronde van Polen kent dit jaar de primeur dat hij buiten de eigen landsgrenzen van start gaat. In Italië, in de Dolomieten. Eerder het favoriete vakantiegebied van wijlen Karol Wojtyla, beter bekend als paus Johannes Paulus de tweede. De Polen mogen dan wel met de dag minder katholiek worden, als ze ‘hun’ paus op die manier nog eer kunnen betuigen, zullen ze dat niet laten.

De Ronde kent nog een primeur die ook degenen die de hemel nog niet hebben bereikt, zal interesseren. Directeur Czeslaw Lang, ooit de eerste Oost-Europeaan die profrenner werd, heeft een systeem bedacht dat de strijdlust onderweg moet bevorderen. In elke etappe zijn er voor de renners bonificaties te verdienen via een ‘attractiviteitsklassement’. Dat wil zeggen: voor renners die tussensprints winnen of als eerste op een berg of heuvel aankomen. Ze kunnen er voor het algemeen klassement per dag 30, 20 of 10 seconden mee verdienen. De gele trui is op die manier onderweg al te veroveren.

Demarreren kan dus lonender worden en het vroeger teniet doen van zo’n ontsnapping van meer belang. Met ploegen die maximaal maar zes renners mogen tellen. Het Poolse experiment zal volgend jaar in andere wedstrijden worden geprolongeerd. Jaap van Duijn moet dus maar goed kijken. Wie weet besluiten de nieuwe, Japanse eigenaren van Robeco dan wel dat het zo’n gek idee nog niet is: sponsor worden van een wielerploeg.