In kapel is geen plek voor Armstrong

In de kapel ‘Notre Dame des Cyclistes’ komen religie en sport samen. „We zijn er niet om een waardeoordeel over iemand uit te spreken.”

Wie het kapelletje van Notre Dame des Cyclistes betreedt, gaat automatisch terug in de tijd. Antieke fietsen staan tegen een bak met wijwater. Hier op het platteland van het Franse departement Landes zijn religie en sport met elkaar versmolten. Naast een beeld van de heilige maagd Maria hangen talloze shirts en foto’s van grote wielerkampioenen. Van André Darrigade tot Luís Ocaña en van Jan Raas tot Cadel Evans. Maar het gele tricot van Lance Armstrong ontbreekt. Op een bord met Tourwinnaars zijn de zeges van de Amerikaan ongeldig verklaard.

Giorgio Bonacci, één van de vijftien ‘vrienden’ van de wielerkerk, trekt een teleurgesteld gezicht als de naam van Armstrong valt. Hij is het er niet mee eens dat de herinneringen aan hem na diens dopingbekentenis verwijderd zijn. „Onder druk van de publieke opinie en de plaatselijke media hebben we zijn shirt van de muur gehaald”, zegt de Fransman uit Labastide-d’Armagnac. „Maar er zou in deze kerk ook altijd een plek voor hem moeten zijn. We zijn er niet om een waardeoordeel over iemand uit te spreken.”

Notre Dame des Cyclistes is geïnspireerd op het Italiaanse Madonna del Ghisallo. De Franse pastoor Joseph Massie kreeg op 18 mei 1959 de goedkeuring van paus Johannes XXIII om op de ruïnes van een twaalfde-eeuws kasteel zijn twee passies te verenigen: het geloof en de fiets.

De Franse oud-wereldkampioen Darrigade schonk als eerste zijn shirt. Nog altijd wordt ieder jaar op Pinkstermaandag het ontstaan van de heilige plaats met een mis herdacht. Voor de begraafplaats staat een borstbeeld van de in 1999 overleden stichter Massie.

De Tour de France is vier keer langs de kapel gekomen: in 1984, 1989, 1995 en 2000. Claude Nadeau, voorzitter van Les Amis de Notre Dame des Cyclistes, kan zich de start van de achtste etappe in 1989 nog helder voor de geest halen. „Pastoor Massie reed die dag steeds in zijn gewaad heen en weer tussen het dorpje Labastide-d’Armagnac en de kapel. Opeens had hij een gele trui aangetrokken. Massie wilde de mensen wel laten zien dat hij toen in het middelpunt van de belangstelling moest staan”, zegt Nadeau. „Ieder jaar proberen we de Tour de France te verleiden om te komen. Maar tegenwoordig is daar veel geld voor nodig.”

Jaarlijks brengen zo’n vijftienduizend mensen een bezoek aan de kapel, waarin meer dan zeshonderd tricots hangen. In Notre Dame des Cyclistes worden wereldberoemde wielerhelden herdacht, maar op het kerkhof liggen plaatselijke kerkgangers. Ocaña trouwde er in 1966 met een Française uit het nabijgelegen Mont-de-Marsan. En toen de Spaanse Tourwinnaar van 1973 negen jaar geleden overleed, vormde de kapel het decor van zijn begrafenisdienst. In een van de glas-in-loodramen staat Ocaña rijdend in de gele leiderstrui afgebeeld.

De honderdste editie van de Ronde van Frankrijk komt niet langs het dorpje in zuidwesten van Frankrijk. Toch lopen dagelijks plukjes toerfietsers de kapel binnen. Ze steken een kaarsje op voor gevallen helden. Aan de muur hangt een plaquette met foto’s van Fabio Casartelli. De Italiaan kwam op 18 juli 1995 op 24-jarige leeftijd om het leven bij een valpartij tijdens de afdaling van de Col de Portet d’Aspet. Zijn toenmalige ploeggenoot Armstrong droeg twee dagen na het ongeluk zijn etappezege aan Casartelli op.

De katholieke wielerliefhebber Giorgio Bonacci neemt bezoekers graag mee op een reis naar het verleden. Hij wijst op een foto uit 1926 waarop een renner een fles alcohol aan zijn mond zet. Rechtsboven staat 5.745 kilometer. De langste Tour de France ooit. „Dat soort prestaties waren toen echt onmenselijk”, zegt hij. „En eigenlijk is dat nog steeds zo.”

Dan verschuift zijn blik naar een groen tricot van Laurent Jalabert. Vorige maand werd bekend dat de Franse oud-prof in 1998 epo nam. Bonacci glimlacht. Hij is de vraag voor. „Nee, er is niemand die eist dat het shirt van Jalabert wordt verwijderd.”