Ik ben niet bang dat ik val

Hoogleraar Ton Wilthagen is geen studeerkamergeleerde. Hij bestudeert de arbeidsmarkt en bedacht een Startersbeurs voor jongeren. „Ik fiets tussen verschillende werelden door.”

Ton Wilthagen (53) is beter bekend als Mister Flexicurity. Hij onderzoekt hoe je een steeds flexibeler arbeidsmarkt kunt combineren met sociale zekerheid. In de Europese Unie is zijn concept van flexicurity aanvaard als middel om werkloosheid te bestrijden.

Crisis? Hoezo crisis.

Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktvraagstukken in Tilburg en directeur van studiecentrum ReflecT, ziet overal oplossingen. Onlangs zette hij de Startersbeurs op, een beurs waarmee jongeren een half jaar werkervaring kunnen opdoen, betaald door gemeenten en bedrijven. Diverse steden voeren deze beurs nu in. Wat heeft hij tot nu toe van het leven geleerd?

„Ik zoek altijd naar combinaties. Van oorsprong ben ik socioloog, daarna heb ik me op recht en economie gericht. Ik fiets tussen verschillende werelden door: wetenschap, jongeren, vakbonden, economen, politici, de straat. Ik ben op zoek naar combinaties, niet naar compromissen, ik wil dingen verenigen die tegengesteld lijken. Dat is cruciaal: in Europa, in je buurt, in je eigen leven. Je wilt niet dat het ene belangrijke ten koste gaat van het andere dat óók belangrijk is. Een zzp’er wil een goed pensioen, een uitzendkracht wil ook scholing.”

„Alles begint met een idee, met een visie. Ik ben goed in concepten ontwikkelen en ik kan ze naar buiten brengen. Ik word wel een idee-alist genoemd. Ik voel ontwikkelingen vaak al van tevoren aan en bedenk dan hoe je daarop kunt reageren.

„Ik kan ook een heleboel niet. Vraag mij niet een Ikea-kast in elkaar te zetten. Dan heb ik altijd te weinig schroefjes. Er bestaat ook arbeids-deling onder mensen. Ik ken mensen die fantastisch huizen ontwerpen of meubels maken. Laat mij maar een Startersbeurs voor jongeren bedenken. Je moet doen waar je goed in bent.

„Een visie is alleen bruikbaar als je goed kunt inschatten wat andere mensen drijft. Daarmee moet je voorzichtig zijn. Je kunt mensen ook manipuleren en situaties creëren waardoor mensen denken: dat ga ik mooi niet doen.”

„Onhankelijkheid is belangrijk. Wetenschappelijke integriteit is mijn basis. Vroeger wilde ik lid worden van de Tweede Kamer. Maar partijpolitiek werkt niet voor mij. Ik wil niet in een kamp ingedeeld worden. Verantwoording leg ik liever af in de wetenschappelijke wereld.

„Wel raar, overigens: als wetenschapper word je beloond met punten als je voor een Engelstalig toptijdschrift schrijft. Als ik een Startersbeurs opzet binnen twee maanden krijg ik geen punten. Het systeem beloont dus alleen theoretisch denken, niet de vertaling naar de praktijk.”

„Ik geloof in vooruitgang. Ouderen willen nu vooral beschermen wat ze hebben. Jongeren zijn bang dat ze niet hetzelfde welvaartsniveau halen als mensen vroeger. Een samenleving kan niet draaien op angst. Dat leidt tot inertie. Angst en vertrouwen zijn met elkaar verbonden. Angst vraagt om politieke en bestuurlijke actie. Als mensen vertrouwen hebben, heb je minder regels nodig. Dat scheelt een hoop kosten.”

„Schoppen werkt niet. Het is goed je visies met zoveel mogelijk mensen te delen. En verder weg te kijken dan drie weken. Je moet in gewone mensentaal spreken. Met iedereen. Ik praat net zo makkelijk met politici als met jongeren op straat of op school. Ik kom uit een hardwerkend gezin, heb genoeg creativiteit om duidelijk te maken wat ik vind, zonder dat ik als een olifant door de porseleinkast ga.

„Ik werk graag in sterke teams. Rocking with the best. Ik heb geen last van een blinde competitiedrang, maar ik wil wel winnen.

„We moeten in Nederland niet wegzakken. We hebben zoveel potentieel. Zelf heb ik lange tijd in de subtop gejudood. Daar heb ik geleerd te vechten, ik ben niet bang dat ik val. Je maakt ook gebruik van de kracht van de ander. Je gaat mee, je gaat niet blind erop los trappen.

„Ik was een rustig kind, zo’n denkkind. Tegelijk was ik fysiek sterk. De stoere jongens op het schoolplein hadden respect voor me. Judo was het begin van lef en souplesse. Daardoor ben ik wel in gevecht, maar op een positieve manier. Bij judo leer je niet alleen trappen maar je bent ook verantwoordelijk voor hoe iemand daarna valt. Je moet dus helpen bij het vallen. Judo betekent letterlijk: ‘de zachte weg’.”

„Bij de gratie van een fijne thuissituatie kan ik veel doen. Soms ben ik vaak weg van huis. Mijn belangrijkste intellectuele Bildung heb ik in Berlijn opgedaan. Omdat het thuis goed zit, kan ik de wereld in. Ik heb een mooi gezin, drie prachtige kinderen. Toen ze klein waren, wilde mijn vrouw tijd voor hen nemen. Toen heeft ze een aantal jaren niet gewerkt. Het kan ouderwets klinken, maar dat zijn afspraken die we hebben gemaakt.

„Door mijn temperament wil ik ook andere dingen doen dan hoogleraar zijn. Als ik zeg: ‘Ik ben om 6 uur thuis voor het eten’, dan zegt iedereen: ‘ Ja, ja, tuurlijk...’ We gaan open met elkaar om.

„Mijn vrouw weet ook goed wat ze wil. Ze werkt in de zorg. Mijn grootste angst is dat we in de samenleving zoveel verliezen aan welzijn en welvaart en daarop niet tijdig anticiperen, waardoor mijn kinderen en hun kinderen niet zullen leven in een beschaafd, sociaal land.”

„Van mijn kinderen leer ik veel. Door mijn werk ben ik vaak in de media. Mijn kinderen zeggen wel: ‘We weten heus waarmee je bezig bent, pap, we gaan even niet naar Buitenhof kijken.’ Dat is dus heerlijk.

„Ik blijf sowieso met beide benen op de grond staan door de voeling die ik met de samenleving houd. Ik ben geen studeerkamergeleerde. Maar superman-verhalen over mij wil ik bezweren. Dat ben ik niet.

„Bij mijn vader, opa en oma waren op zondagmiddag veel politieke discussies, daar is mijn maatschappelijke betrokkenheid ontstaan. Mijn opa zat in het verzet, hij leerde ons: soms moet je dingen niet accepteren zoals ze zijn, als je vindt dat het anders moet. Als oudste kind heb ik soms last van te veel verantwoordelijkheidsgevoel.”

„Ik ben ervan overtuigd dat ik meehelp aan een sterke euro. Ik probeer mee te bouwen aan het Europa dat we voor de toekomst nodig hebben. Toen we de Startersbeurs voor werkzoekende jongeren in Tilburg lanceerden, zei een moeder: ‘Mijn dochter is al lang ziek en ongelukkig, misschien is het iets voor haar.’ Dan denk ik: daar doe ik het voor.

„Maar als je je het lot van mensen te veel aantrekt, kun je onrustig worden. Dat is mijn valkuil. Mensen zeggen ook: jij hoeft niet alle wereldproblemen op te lossen.”

„Lummelen is ook belangrijk. Ik moet mijn tijd niet alleen intensief besteden. Ik doe aan hardlopen. Dat klinkt als stoom afblazen, maar dat is het niet. Soms ben ik dj, en ook dan zoek naar een goeie mix. Of ik organiseer een buurtoverleg.

„Ik zie het als een levensopgave om te kijken hoe ver ik kan gaan. Ik heb grenzen, moet mezelf intomen, dat leer ik elke dag. Soms voel ik niet dat iets me te veel is. Even compleet niks doen, lummelen, rommelen, dat is heel gezond. Vanuit het niets kan dan ook weer iets gebeuren.”