Hoe scholieren omgaan met digitale media

Scholieren gebruiken internet niet alleen om gestolen examens Frans te downloaden. Digitale media worden breed ingezet om lesstof beter te begrijpen, woordjes te leren en met klasgenoten samen te werken aan projecten en elkaar advies te geven over huiswerk. Dat blijkt uit het rapport Samen leren. Tieners en sociale media dat vandaag verschijnt. Uit het rapport komt een beeld naar voren van tieners die kritisch met informatie omgaan.

Veel leerlingen gebruiken YouTube om huiswerk te maken

Ruim zes op de tien leerlingen gebruiken YouTube om instructies van andere docenten te bekijken en de uitleg van hun leraar te vergelijken met die van anderen. Van de ondervraagde tieners gebruikt 85 procent Google om extra informatie over de lesstof op te zoeken.

Tegelijk concluderen de auteurs van het rapport dat dé sociale mediageneratie niet bestaat – hoe tieners sociale media gebruiken en hoe die media het schoolwerk beïnvloeden, verschilt tussen jongens en meisjes, tussen leeftijdsgroepen en tussen opleidingsniveaus. Zo gebruiken vwo-leerlingen sociale media vaker om over huiswerk te praten dan havo-leerlingen; vmbo-leerlingen doen dat nog minder.

Leraren hebben het nut van sociale media (nog) niet helemaal door

Volgens het rapport hebben veel leraren niet door dat sociale media kunnen bijdragen aan de schoolprestaties. De meeste scholieren zitten op een school waar digiborden worden gebruikt, maar slechts 20 procent mag de mobiele telefoon gebruiken om tijdens de les informatie op te zoeken.

Ouders hebben (nog) moeite met de smartphone tijdens het huiswerk

Het gebruik van sociale media voor schoolwerk kan ook thuis voor misverstanden zorgen. In de analoge wereld konden ouders min of meer zien of hun kind met school bezig was: het verschil tussen een studieboek en een stripboek is helder. Maar met de smartphone wordt hetzelfde apparaat gebruikt voor spelletjes, sociale contacten én huiswerk. Een 14-jarige respondent vertelde dat haar moeder gebood haar telefoon opzij te leggen om huiswerk te doen, terwijl ze juist met een app Engelse woordjes zat te leren. Van de ondervraagden gebruikt tweederde internet om zichzelf te overhoren.

De papieren agenda bestaat nog (en spieken ook)

Lang niet het hele leven van de tiener anno 2013 is digitaal. Bijna drie op de vier gebruikt nog steeds een papieren agenda. Wel is dit leeftijdsgebonden: hoe ouder de scholier, hoe groter de kans dat de agenda in de telefoon zit. Ook het ouderwetse spieken is nog niet verdwenen. Afkijken van een briefje gebeurt nog steeds vaker (16 procent van de ondervraagden) dan van een mobieltje (6 procent).

Ik ga naar een onbewoond eiland en ik neem mee... Whatsapp

De onderzoekers stelden een moderne variant van de vraag ‘welk boek neem je mee naar een onbewoond eiland?’. Als de ondervraagde tieners nog maar één sociaal medium mochten gebruiken, dan kozen ze Whatsapp. Vooral onder tieners tussen 13 en 17 jaar is Whatsapp populair: in die leeftijdsgroep gebruikt ruim 80 procent het.