Column

Heilige missie: horeca honderd procent rookvrij

Al vijf jaar is het een beschamend dossier van kinderachtige betutteling die de politiek van haar meest kleinzielige kant laat zien. Ik heb het uiteraard over het rookverbod in de horeca. De invoering daarvan in 2008 was onnodig en ondoordacht. De wet hield juridisch geen stand. Hij werd keer op keer amateuristisch vertimmerd. En nu, vijf jaar later, is het nog steeds niet geregeld. En het zal ook nooit geregeld worden. Elke nieuwe wet die aanstuurt op een algeheel rookverbod zal wederom met succes juridisch worden aangevochten. De wet valt niet kloppend te krijgen omdat het uitgangspunt niet klopt.

Deze week heeft staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) van Volksgezondheid een wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd waarmee hij per 1 juli volgend jaar een volledig rookvrije horeca wil afdwingen. De uitzonderingspositie voor eenmanszaken komt te vervallen. Hij geeft daarmee gehoor aan een motie van Carla Dik-Faber van de ChristenUnie.

Waarom willen ze een einde maken aan de uitzonderingspositie van kleine cafés zonder personeel? Omdat dat oneerlijke concurrentie oplevert. Al die arme grand cafés met tientallen werknemers kunnen niet opconcurreren tegen het kleine kroegje op de hoek waar de asbakken op de bar staan. Maar het idee achter die uitzonderingspositie was toch precies andersom? Al die grote cafés kunnen speciale rookruimtes aanleggen en dat zou oneerlijk zijn voor de kleine kroegjes die daarvoor geen ruimte hebben.

Maar die speciale rookruimtes zitten de politiek ook niet lekker. Rookvrij is rookvrij. Toch wil Van Rijn de cafés die sinds 2008 hebben geïnvesteerd in dure afzuiginstallaties niet benadelen door de rookruimtes te verbieden. In zijn nieuwe wet wil hij voor die groep een uitzondering maken. Dik-Faber vraagt zich af of dit geen rechtsongelijkheid in de hand werkt. „Het kan niet zo zijn dat als je rookruimtes dan toch toestaat, nieuwe cafés geen rookruimte mogen bouwen.”

Kijk, dit is dus allemaal kansloos getrut. Dit gaat echt helemaal nergens meer over, omdat het oorspronkelijke uitgangspunt volledig uit het oog is verloren. Waar ging het om? Om personeel te beschermen tegen gezondheidsschade door meeroken. Dat is een rechtvaardig uitgangspunt en dat is het enige dat de overheid hoeft te regelen. In eenmanszaken is geen personeel, dus is er geen probleem. En die rook-ruimtes zijn precies de oplossing voor die zaken waar er wel een probleem is.

Maar nee, het is een heilige missie geworden om de horeca honderd procent rookvrij te krijgen. Daarom is Dik-Faber nog niet gerust over de nieuwe wet. „Als er een café is waar iedereen rookt en waar niemand tegen zijn wil is, blijft de wet dan overeind?”

Nee, ChristenUnie-mevrouw. In zo’n geval zou het zelfs ronduit misdadig zijn om te willen dat de wet standhield. In zo’n geval is er namelijk geen sprake van een probleem.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek