Goedkoper ontslag, dat is nog zeer de vraag

Het ontslagstelsel moet van het kabinet eerlijker, sneller en goedkoper worden. Maar experts betwijfelen of het voorstel van minister Asscher dat allemaal zal opleveren.

Een doorbraak was het. Na bijna een decennium getouwtrek kondigde het kabinet-Rutte II vorig jaar aan één van de grote taboes in de Nederlandse politiek ter hand te nemen: de hervorming van het ontslagrecht. De procedures voor het beëindigen van arbeidscontracten, zouden eerlijker, sneller en goedkoper worden.

Na de zomer komt minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) met een wetsvoorstel voor de aanpassing van het ontslagrecht. Als basis geldt het sociaal akkoord dat het kabinet dit voorjaar sloot met de vakbonden en werkgevers. Maar in hoeverre wordt het ontslagrecht eerlijker, sneller en goedkoper? Tweede Kamerleden en arbeidsmarktexperts hebben ernstige twijfels, zo blijkt uit een rondgang van deze krant.

De grote zwakte van het huidige ontslagstelsel is volgens deskundigenhet ‘duale’ karakter ervan. Wie in Nederland van zijn personeel af wil, kan dat doen via de uitkeringsinstantie UWV, of via de kantonrechter. De eerste route is bureaucratisch, maar kost de werkgever in principe geen geld. De tweede route is sneller, maar kost wel geld: een ontslagvergoeding volgens de ‘kantonrechtersformule’, gemiddeld één maand salaris per dienstjaar.

VVD en PvdA willen aan die tweedeling een einde maken. In het regeerakkoord werd vastgelegd dat alle ontslagaanvragen voortaan via het UWV zullen verlopen, de rechter zou er alleen in uitzonderlijke gevallen aan te pas komen. Maar dit voorjaar hebben de sociale partners die belangrijke aanpassing weer geschrapt: de twee routes zijn in ere hersteld. „Wat in het sociaal akkoord staat, ligt veel dichter bij het huidige stelsel dan de plannen uit het regeerakkoord,” zegt Kees Wallis van de Kring van Kantonrechters.

De werkgevers beamen dat het systeem minder fundamenteel verandert dan zij wilden. „We zijn er wat genuanceerder naar gaan kijken”, zegt arbeidsrechtspecialist Alfred van Delft van werkgeversorganisatie VNO/NCW. FNV-vicevoorzitter Catelene Passchier: „Dit is een andere hervorming dan de werkgevers jarenlang hebben bepleit. En dat is een goede ontwikkeling.”

Toch wordt het systeem wel sneller en eenvoudiger, zegt VNO/NCW. De wet schrijft voor welke ontslagroute een werkgever in welk geval moet nemen. Is er sprake van ‘bedrijfseconomisch’ ontslag, zoals een reorganisatie? Naar het UWV. Heb je een arbeidsconflict? Naar de rechter.

Andere belangrijke aanpassing is dat iedere ontslagen werknemer een ontslagvergoeding krijgt. Met dit ‘transitiebudget’ denken kabinet en sociale partners een einde te maken aan de hoge kosten van ontslag. De vergoeding is maximaal 75.000 euro.

Daar wringt volgens deskundigen de schoen. Werknemers kunnen straks makkelijker ontslag aanvechten. Iedereen krijgt de kans om naar de rechter te stappen, inclusief hoger beroep en cassatie. Als de rechter oordeelt dat sprake is van ‘ernstige verwijtbaarheid’ aan de kant van de werkgever, kan de werkgever gedwongen worden zijn werknemer meer te betalen.

De werkgevers gaan ervan uit dat deze gang naar de rechter „een muizengaatje” is. „Wat ons betreft gaan mensen alleen in incidentele gevallen naar de rechter”, zegt Van Delft van VNO/NCW. „En de rechter zal alleen in uitzonderlijke situaties extra geld toekennen. De werkgever moet zich echt misdragen hebben”.

Maar volgens experts is het juist volkomen onduidelijk hoe de rechter het criterium van ‘ernstige verwijtbaarheid’ zal interpreteren. „Als de rechter het begrip ruim neemt, zijn werkgevers alsnog extra geld kwijt”, zegt arbeidsrechtadvocaat Rogier Duk. „De algemene verwachting is dat werkgevers dan meer betalen om van het jarenlange gezeur af te zijn.”

De mogelijkheid tot hoger beroep kan zaken ook extra rekken. „De procedure wordt niet per definitie sneller,” zegt kantonrechter Wallis. „In het begin zullen arbeidsrechtadvocaten proberen de grenzen op te zoeken.” Arbeidsjurist Duk: „In principe kun je tot aan de Hoge Raad procederen. Het duurt dus zeker een jaar of twee, drie voor er enige helderheid is.”

Kortom, een versoepeling van het ontslagsysteem zal Asschers wetsvoorstel niet zijn. Veelzeggend is dat de SP, zeker geen voorstander van het vergemakkelijken van ontslag, positief staat tegenover de hervormingen. „Aan het wezen van de ontslagbescherming verandert niets”, zegt SP-Kamerlid Paul Ulenbelt. „Sterker nog, er wordt iets aan toegevoegd: ontslagvergoeding en recht op hoger beroep voor iedereen.” Ook PvdA-Kamerlid Mariette Hamer, jarenlang fel tegenstander van aanpassing van de ontslagwetgeving, is enthousiast: „De positie van werknemers wordt verbeterd. En het is gunstiger voor lagere inkomens”. Het oordeel van Pieter Gautier, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit: „Dit is zeker niet perfect voor de economie. De arbeidsrechtadvocaten zullen de grote winnaar zijn.”