Column

Doorlezen of niet,dat is de vraag

Aangezien de vakantie nadert en ik me drie weken lang op een afgelegen eiland ga terugtrekken, wordt het tijd om alvast een dik boek te kiezen dat als enige meegaat in de koffer. Zo’n eiland leent zich tenslotte bij uitstek voor het lezen van klassiekers die al jaren in je kast staan, maar waar je niet eerder aan durfde te beginnen uit angst ze saai te vinden. U begrijpt hoe trots ik was toen ik in eerdere zomers Prousts À la Recherche du temps perdu en Thomas Manns Joseph und seine Brüder had verslonden.

De eerste uren van zo’n leesproject moet ik altijd behoorlijk wat moeite doen om greep op zo’n klassieker te krijgen. Want steeds heb ik de neiging het weg te leggen, met in mijn achterhoofd het knagende gevoel dat ik nog een paar duizend bladzijden te gaan heb en bang ben halverwege af te knappen.

Dit jaar overweeg ik om aan de vooravond van de herdenking van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog Robert Musils De man zonder eigenschappen (1930-’32) te gaan lezen. In Duitsland is dat 1.343 bladzijden dikke boek in 1999 uitgeroepen tot de belangrijkste roman van de twintigste eeuw. Dus....

Ik heb het hier opzettelijk over de Nederlandse vertaling, want ik moet bekennen dat ik al vier keer in het Duitse origineel van dat boek ben begonnen – op een Siciliaans strand, op een stoomboot op de Wolga, in de trein naar Moskou en op een Canarisch eiland. Maar telkens liep ik na zo’n honderd bladzijden vast, terwijl ik inmiddels uit andere boeken precies weet waar De man zonder eigenschappen over gaat. Met die mooie vertaling van Hans Hom hoop ik nu dat het me beter vergaat.

Maar dan nog zie ik er als een berg tegenop om het boek voor de vijfde keer open te slaan. ‘Doe het dan niet!’ hoor ik mijn vrouw al geïrriteerd zeggen. Maar daar voer ik dan weer tegenin dat ik, als liefhebber van romans uit het fin de siècle en het interbellum, het aan mezelf verplicht ben die pil van Musil eens in mijn leven tot me te nemen.

Nu heeft veellezer Maarten ’t Hart ooit beweerd dat die eerste honderd bladzijden van klassiekers als De man zonder eigenschappen beslissend zijn voor je doorleesvermogen van zo’n boek. Als je er daarna genoeg van hebt, wordt het nooit meer wat. Hij zou dus wel eens gelijk kunnen hebben. En alleen daarom al neem ik bij wijze van uitzondering een paar ‘veiligheidsboeken’ mee, van Joseph Roth bijvoorbeeld, die ik keer op keer kan herlezen.