Die ellendige opvoeding

Nicol Ljubic Foto Yves Noir

Nicol Ljubic (1971) is niet op vluchtig amusement uit. Evenals zijn vorige boek, de in Duitsland tweemaal bekroonde roman Zeezwijgen, over een jongeman die verliefd is op de dochter van een veronderstelde oorlogsmisdadiger, vergt Als was het liefde de bereidheid van de lezer innerlijke weerstand te overwinnen en een moreel oordeel op te schorten.

Was Zeezwijgen gebaseerd op de waar gebeurde rechtszaak tegen Milan Lukic, die door het Haagse Joegoslaviëtribunaal tot levenslang werd veroordeeld, het historische fundament van Als was het liefde is de berechting van Heinrich Pommerenke. De Duitser verkrachtte en vermoordde vier vrouwen, voordat hij op 22-jarige leeftijd werd gearresteerd.

In een geruchtmakende zaak werd het ‘Beest van het Zwarte Woud’, zoals de kranten hem noemden, in 1960 tot zesmaal levenslang veroordeeld; op straat eiste men herinvoering van de doodstraf. Na bijna een halve eeuw gevangenschap verzocht Pommerenke in vrijheid te worden gesteld, maar hoewel dit verzoek wettelijk gegrond werd verklaard, hield men hem achter de tralies. Hij stierf in 2008.

Op Heinrich Pommerenke heeft Ljubic zijn personage Friedrich P. gebaseerd. Friedrich is 66 wanneer hij – hier begint de fictie – brieven ontvangt van Gerhild, een 58-jarige vrouw die voor een uitgeverij werkt. Wat bezielt Gerhild om een veroordeelde lustmoordenaar te schrijven?

Door een krantenartikel herinnert ze zich de zaak uit haar jeugd. Ze was twaalf toen in een naburig dorp een jonge vrouw werd vermoord. Ze mocht niet alleen van school naar huis lopen, en thuis gingen ramen en deuren op slot: ‘Pas op voor het Beest.’ Gerhild schrijft Friedrich omdat ze niet tegen onrecht kan – het onrecht dat de moordenaar is aangedaan.

Zondebok

Dat de autoriteiten een oude, zieke man niet vergunnen in vrijheid te sterven, is in haar ogen tekenend voor de hypocriete houding die het Duitse volk van het begin af aan tegenover Friedrich heeft aangenomen. Kort na de oorlog fungeerde hij als zondebok: ‘In hem zagen ze de duivel en met hem konden ze hun eigen duivel uitdrijven, hem plaatsvervangend straffen voor de misdaad die zij vijftien jaar eerder tegen de mensheid hadden begaan.’

Voor Gerhild is Friedrich, die in zijn jeugd mishandeld werd, een tragische, naar intimiteit hunkerende figuur. Toen hij zijn misdaden pleegde, was hij ‘buiten zichzelf’. Natuurlijk, het waren verschrikkelijke daden, maar ‘het was toch iets anders dan een moord uit hebzucht of andere minderwaardige motieven.’

Ljubic heeft de fictieve Gerhild geportretteerd als product van de jaren zestig, die ze als studente in Berlijn doorbracht. Met haar onverflauwd revolutionaire temperament is ze een beetje een karikatuur, maar soms moet een schrijver overdrijven om het gewenste effect te bereiken. Het verhaal wint aan diepgang doordat het deels wordt verteld door Gerhilds zoon Benno.

Deze Berlijnse journalist kijkt terug op een jeugd met een afwezige moeder, die weigerde haar zwaar bevochten (seksuele) vrijheid in te ruilen voor de traditionele verzorgende rol. Met lede ogen moet hij toezien hoe zij zich nu bekommert om een moordenaar. ‘Wat had ik moeten zeggen? Hadden we ruzie moeten maken over egoïsme? Over het feit dat zij blijkbaar aan iedereen dacht, de sandinisten, de Vietcong, de Cubanen, aan terroristen, gevangenen en moordenaars, maar intussen vergat dat ze moeder was en een zoon had?’

Benno is diep getekend door zijn opvoeding, veel meer dan zijn moeder beseft. Hij is zwak, gaat confrontaties uit de weg. Tegenover vrouwen voelt hij zich een klein jongetje; in zijn verbeelding onderwerpt hij hen.

Van de autoriteiten heeft Friedrich drie verlofdagen in drie jaar gekregen, die hij buiten de gevangenis mag doorbrengen onder bewaking van een justitieambtenaar. Gerhild en dominee Schmidt, zijn jarenlange zielzorger, vergezellen hem.

Ze gaan bijvoorbeeld naar de dierentuin en maken een boottochtje. Na Friedrichs dood doet Gerhild deze uitstapjes over, als het ware samen met de geest van de overledene. Ondertussen zit Benno haar dagboek te lezen en krijgt hij steeds meer begrip voor zijn moeder: ook zij is gedetermineerd door haar opvoeding.

Krantenartikelen

Naast de perspectieven van Gerhild en Benno is er ook de invalshoek van krantenartikelen en justitiedossiers. Zo wordt Gerhilds ontroering, wanneer ze ziet hoe de kinderlijk onschuldige Friedrich na een leven achter tralies geniet van zon op zijn huid en wind door zijn haar, afgewisseld met exacte informatie over de messteken in de hals van zijn slachtoffers.

Op zichzelf werkt dat drievoudige perspectief goed, maar gecombineerd met de vele tijdsprongen in het verhaal levert het meer verbrokkeling op dan wenselijk is. Net als in Zeezwijgen lijkt Ljubic bang het de lezer te gemakkelijk te maken, terwijl deze juist, bij gebrek aan sympathieke personages, aansporing nodig heeft dóór te lezen.

Opvoeding speelt in Als was het liefde een allesbepalende rol. Het boek heeft zijn blinde vlek voor biologische aanleg gemeen met het achterhaalde linkse idealisme dat het ter discussie stelt. Bij andere auteurs zou je dan aan ironie denken, maar niet bij Ljubic.

Er blijven meer zaken onopgehelderd. De belangrijkste is: wat is nu precies de aard van Gerhilds gevoelens voor Friedrich? Die vraag blijft prikkelen, lang nadat het boek uit is.