De energiehonger stillen

Wat waren ze blij, toen ineens het vermoeden bestond dat in een noordelijke uithoek van de Nederlandse Noordzee, weleens flink wat gas zou kunnen zitten. Een heus energie-goudmijntje. Een extra voorraad voor als over een jaar of tien de Groningse gasbel zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

Toegegeven. Het is nog onduidelijk hoeveel gas daar precies op ontginning wacht. En hoe moeilijk het wordt om het naar boven te halen. In ieder geval een stuk lastiger dan in Slochteren.

Maar dat geldt eigenlijk voor de meeste fossiele brandstoffen (behalve kolen) die tegenwoordig nog ergens worden gevonden. Of het nou gaat om Canadese teerzanden, Amerikaans schaliegas, Arctische olie of Noordzee gas. Het lijkt steeds meer op schrapen om met de laatste restjes de energiehonger te stillen.

De blijdschap dat we wellicht een paar jaar langer vooruit kunnen, is opmerkelijk. Temeer omdat de deskundigen erkenden dat het een forse investering zou vragen. Eerst om te onderzoeken of er inderdaad voldoende gas ligt. En vervolgens om de infrastructuur aan te leggen die al dat gas naar de plaats van bestemming moet leiden.

Is het wel zo’n goed idee om het te besteden aan onderzoek en ontwikkeling van oude energie of zou het beter naar nieuwe energie kunnen gaan? Met pijn en moeite heeft de Nederlandse polder er op de valreep een energieakkoord uitgesleept. Uit alles blijkt echter dat Nederland op het gebied van duurzame energie inmiddels zo’n achterstand heeft opgelopen, dat ambitieuze doelstellingen (een wel erg positieve beschrijving van ‘16 procent duurzaam in 2020’ – wat nog steeds betekent 84 procent niet-duurzaam) onhaalbaar blijken. Bovendien is de reductie van kolen alleen mogelijk door in te zetten op biomassa – in de beschrijving van de Duurzame Energie Koepel: weinig innovatief, laagwaardig gebruik van biomassa en niet bijdragend aan banengroei.

Onlangs had Thomas Friedman een nuchtere column over Obama’s energieplannen. Hij schreef:

By raising the standard a small amount every year, we’d ensure continuous innovation in clean power technologies — and jobs that are a lot better than coal mining. You can’t make an appliance, power plant, factory or vehicle cleaner without making it smarter — with smarter materials, smarter software or smarter designs. Nothing would do more to ensure America’s national security, stimulate more good jobs and global exports — the whole world needs these technologies — than a national clean energy standard. And, of course, the climate would hugely benefit.
Improving our energy system plays to our innovation strength. Clinging to our fossil-fuel past plays to the strengths of Russia and Iran. Why would we do that?

Dat is een goede vraag.