Cijferseizoen begint in het rood

Met de internationaal opererende Nederlandse bedrijven gaat het goed, en daarom ook met de Amsterdamse beursindex. De pijn zit bij bedrijven die afhankelijk zijn van Nederland.

Een nettoverlies van 3 miljoen euro. Ballast Nedam presenteerde vanochtend rode halfjaarcijfers en trapte daarmee het cijferseizoen in Nederland af. Het bouwbedrijf boekte een omzet van 496 miljoen euro: maar liefst 14 procent lager dan in dezelfde periode vorig jaar. „Ja dat zijn slechte cijfers, maar wel naar verwachting”, zegt analist Tom Muller van zakenbank Theodoor Gilissen.

Komende weken komen alle beursgenoteerde bedrijven met hun halfjaarcijfers. In sectoren als bouw en detailhandel zullen die zeer matig zijn, voorspelt de analist. „Dat zie je ook als je door de winkelstraten loopt.”

Aan het Damrak tekent zich al enige tijd een duidelijke scheidslijn af. Bedrijven die afhankelijk zijn van de Nederlandse en Europese markt presteren slecht. Maar bedrijven die internationaal opereren en veel omzet uit de relatief goed draaiende Aziatische en Amerikaanse economie halen, merken nauwelijks iets van de crisis. „Unilever haalt maar iets van 4 procent van de omzet uit Nederland”, geeft Muller als voorbeeld. „Die hebben nergens last van.” Voor multinationals als Shell, Philips en Ahold geldt hetzelfde.

Dat de AEX-index, de graadmeter van de Amsterdamse beurs, relatief veel multinationals omvat, verklaart ten dele waarom deze indicator al tijden flink stijgt. Het is een groot contrast met de ontwikkelingen in de Nederlandse economie. Het consumentenvertrouwen ligt op een historisch laag peil, faillissementscijfers bereiken historische dieptepunten, woningverkopen zitten in een dal van jewelste, en zo zijn er meer deprimerende statistieken.

Maar aan het Damrak heeft, vanwege het internationale gehalte, dus lang niet iedereen daar last van. Het maakt de AEX-index niet bepaald de beste graadmeter voor de staat van het vaderlandse bedrijfsleven. Dat is ook omdat de aan het Damrak genoteerde bedrijven maar een klein deel vormen van de Nederlandse economie. Ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf – de ‘motor van de economie’ – zijn vrijwel geen van alle beursgenoteerd.

Dat betekent niet dat de halfjaarcijfers van bedrijven die wel genoteerd zijn aan de Amsterdamse beurs niks zeggen over de stand van het land. Verschillende fondsen geven aanwijzingen over de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Alex Otto, directievoorzitter van Delta Lloyd Asset Management: „Bepaalde beursfondsen, zoals Randstad, gelden als economische indicator. Als de verwachting is dat de economie in 2014 aantrekt, dan zou je dat bijvoorbeeld kunnen zien bij Randstad omdat er meer vraag is naar uitzendkrachten.”

Hetzelfde geldt voor de bouw. Als die aantrekt, zou dat een teken zijn van de economie die opkrabbelt. De vanochtend gepresenteerde cijfers van Ballast Nedam geven wat dat betreft niet direct reden tot optimisme.

Overigens is het niet zo dat bedrijven die vooral op Nederland en Europa gericht zijn geen mooie cijfers kunnen presenteren. Analist Tom Muller: „Bij die bedrijven verwacht ik her en der toch wel plussen. Niet omdat de economie geweldig draait, maar omdat de effecten van kostenbesparingen zichtbaar gaan worden.” Hij is blij dat het cijferseizoen weer begint. „Dan zijn we eindelijk weer eens af van al dat gedoe rond die macro-economische cijfers, zoals het consumentenvertrouwen. Het hoort erbij, maar uiteindelijk gaat het erom wat een bedrijf verdient. Op basis van die bedrijfscijfers kun je beter beleggingsbeslissingen nemen.”