Broederschap in greep haviken

Radicalen hebben de overhand bij de Moslimbroederschap. De beweging heeft de idealen van de revolutie verraden, zegt ex-leider Helbawy.

Mirna al-Helbawy, 21, is een beetje een beroemdheid geworden op televisie in Egypte en daarbuiten. Dat komt doordat zij pal tegenover de club van de Republikeinse Garde in Kairo woont, waar het leger maandagochtend meer dan vijftig aanhangers van de afgezette president Morsi doodschoot.

Helbawy zegt dat ze vanaf haar balkon goed heeft gezien dat de betogers eerst schoten op het leger. „Sinds mijn getuigenis word ik bedolven onder de haatboodschappen op Facebook en Twitter”, zegt ze.

Helbawy is een mooi, vrijgevochten meisje met een weelderige haardos. Ze deed mee aan de revolutie van 2011 en aan het anti-Morsi-protest op 30 juni. Zelfs in Egypte weten weinig mensen dat zij, voordat zij in de openbaarheid trad, om raad heeft gevraagd aan een ex-leider van de Moslimbroederschap. „Ik heb eerst mijn moeder opgebeld. Zij was bang voor de gevolgen als ik zou spreken. Ze zei: ‘Bel met je grootvader’.”

Kemal Helbawy is niet echt Mirna’s grootvader; hij is de oom van haar moeder. Hij is ook ex-lid van het bestuur van de Moslimbroederschap en jarenlang de woordvoerder in ballingschap in Londen. „Hij was geschokt toen ik hem vertelde wat ik had gezien. Maar toen zei hij: je moet de waarheid vertellen wat hij ook is.”

In zijn kantoor in Nasr City zegt Helbawy, 74, dat hij eerst telefoon kreeg van de Moslimbroeders. „Ze zeiden dat het leger zonder reden het vuur had geopend tijdens het ochtendgebed. Ik geloofde hen. Toen belde Mirna.”

Helbawy en andere hervormingsgezinden in het fundamentalistische kamp zijn dezer dagen druk in de weer om de situatie te kalmeren. „Het is een catastrofe”, zucht hij. „Er is een reëel risico van een chaos die zelfs het leger niet zal kunnen controleren. Er zijn zeker tien teams bezig die proberen een uitweg te zoeken. Ja, er is interne discussie. Maar voor het ogenblik hebben de radicale leiders, die bij de Raba’a al-Adawiya-moskee opruiende toespraken houden, nog steeds de overhand.”

Helbawy is een veteraan van de strijd tussen gematigden en radicalen binnen de Moslimbroederschap. Zelf stapte hij vorig jaar na zestig jaar uit de beweging omdat die volgens hem „de idealen van de revolutie had verraden”.

„Wat sinds 30 juni is gebeurd, is een tweede revolutie, geen coup”, zegt hij nu. „Verkiezingen zijn geen blanco cheque. Morsi is gekozen om een taak te vervullen. Dat heeft hij niet goed gedaan. Hij heeft meer problemen gecreëerd dan opgelost.”

De Moslimbroederschap die in 2012 met Morsi aan de macht kwam, was een organisatie die zich ontdaan had van elke interne kritiek door iedereen die het niet eens was met de officiële standpunten uit de organisatie te zetten. Die mentaliteit is wat uiteindelijk Morsi de das heeft omgedaan, zegt Helbawy. „Een jaar lang heeft Morsi alle raadgevingen naast zich neergelegd”, zegt Helbawy. „Pas in zijn toespraak van 26 juni heeft hij enige concessies gedaan. Maar toen was het al veel te laat.”

Mirna Helbawy stemde vorig jaar zelf op Morsi om Ahmed Shafiq, de kandidaat van het oude regime, buiten te houden. Dat was het geval voor de meeste Egyptenaren die Morsi aan zijn overwinning hielpen: hij kreeg 13,2 miljoen stemmen (51,7 procent) in de tweede ronde, maar slechts 5,7 miljoen in de eerste ronde. Het was een flinterdun mandaat.

Maar toen eind vorig jaar het protest tegen Morsi begon, zei Morsi dat de oppositie slechte verliezers waren, en dat in een democratie de minderheid moet buigen voor de wil van de meerderheid. „Morsi is onmiddellijk vergeten dat de meeste mensen die voor hem hebben gestemd hem helemaal niet wilden als president”, zegt Mirna Helbawy.

Egypte is vandaag een ingewikkeld web van allianties. Mensen zoals Mirna Helbawy, die in 2011 tegen Mubarak de straat op gingen, zitten nu in een kamp met de mensen die Mubarak toen trouw bleven. Omgekeerd staan veel jonge Moslimbroeders nu tegenover leeftijdsgenoten met wie ze op het Tahrirplein nog tegen Mubarak hebben gevochten.

Abdel Rahaman Ezz is zo iemand. Hij vocht mee op het Tahrirplein en later tegen het leger, toen de Moslimbroederschap zich officieel afzijdig hield. Dat veranderde rond het protest tegen de grondwet eind vorig jaar. Ezz’ vrienden van het Tahrirplein herinneren zich hoe hij toen met een laserpen de voornaamste activisten oplichtte zodat de stoottroepen van de Moslimbroederschap hen uit de menigte konden plukken.

„Het maakt mij triest dat sommige vrienden de kant hebben gekozen van diegenen tegen wie wij samen hebben gestreden”, zegt Ezz nu bij de Raba’a al-Adawiya-moskee. Maar nee, „verzoening met hen die zich tegen de legitimiteit hebben gekeerd is niet meer mogelijk. Nu gaat het over wraak voor onze martelaars.”