Brazilië blijkt spil in Latijns-Amerikaans tapnetwerk VS

Amerika heeft bijzondere interesse voor Brazilië, zo blijkt. De opkomende macht is niet echt vereerd.

Brazilië ontdekte deze week dat het in het toprijtje staat van landen waarvoor Amerika belangstelling heeft, met China, Pakistan, Rusland en Iran. Het is het meest bespioneerde land van Latijns-Amerika. Precieze cijfers zijn er niet, maar Brazilië valt één niveau onder de VS zelf, waar de Amerikaanse inlichtingendienst NSA alleen al in januari zeker 2,3 miljard berichten en telefoontjes in kaart bracht, volgens de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden. Guardian-journalist Glenn Greenwald publiceert sinds zondag met Braziliaanse journalisten in de Braziliaanse krant O Globo.

President Dilma Rousseff riep direct haar regering bijeen en kondigde een onderzoek aan. „Het is een schending van onze soevereiniteit”, zei zij. Het land heeft zowel de VS als de VN om opheldering gevraagd. Brazilië neemt de asielaanvraag van Snowden, die eerder werd afgewezen, opnieuw in overweging. Het officiële bezoek dat Rousseff in oktober als eerste Braziliaanse president in bijna twintig jaar aan de VS zou brengen, staat nu ter discussie.

Uit documenten die O Globo in bezit heeft, blijkt dat de National Security Agency (NSA) miljoenen Brazilianen volgt: burgers, bedrijven en buitenlanders in het land. Ook de communicatie van de Braziliaanse ambassade in Washington wordt in kaart gebracht, en die van de Braziliaanse vertegenwoordiging van de VN in New York.

Waarom Brazilië? De relatie tussen de beide landen is goed, maar de regerende Arbeiderspartij in de opkomende economische macht Brazilië onderhoudt warme banden met Cuba, Venezuela en onder de vorige president ook met Iran – geen vrienden van de VS. Amerikaanse spionage roept ook pijnlijke herinneringen op. De VS steunden in 1964 de militaire coup. De junta bleef tot 1985. De Amerikanen tapten iedereen af die mogelijk bij de oppositie hoorde.

De NSA blijkt in Brazilië een softwareprogramma te gebruiken, Fairview, waarover niet eerder werd gepubliceerd. Fairview geeft de NSA, anders dan het intussen bekende Prism-programma, toegang tot lokale communicatienetwerken. NSA werkte daarbij samen met een groot Amerikaans telecommunicatiebedrijf waarvan de naam niet bekend is, en dat relaties onderhoudt met andere communicatiebedrijven, waaronder in Brazilië.

„Als Braziliaanse bedrijven hier daadwerkelijk aan meedoen, zijn zij strafbaar”, waarschuwde minister van Communicatie Bruno Bernardo.

Brazilië blijkt ook een spil in het aftappen van buitenlandse satellieten. In de hoofdstad Brasilia stond in elk geval tot 2002 een van de zestien spionagestations van de NSA.