Alle zonden, minus luiheid

Het is acht uur ’s ochtends, prachtig weer, en uitgedost als nette meneer sta ik op de vijfde verdieping van een kantoor in het hart van de Square Mile in de Londense City een kopje thee te drinken met een financiële veteraan. We gaan zo meedoen aan een van de vele dagelijkse workshops en seminars. De veteraan behoort tot een groep gedreven nerds op middelbare leeftijd die geld verdienen met hardop nadenken over de toekomst van de financiële sector. Aan de begroetingen merk je hoe hecht ze zijn: ze complimenteren elkaar met een eerdere voordracht, ze gniffelen over de afgang van een rivaal.

Het seminar gaat over ‘standaarden’ en waarom de financiële sector deze, anders dan bijvoorbeeld de luchtvaartindustrie, relatief weinig gebruikt. Simpel gezegd: als vliegmaatschappijen werden gerund als banken, nam iedereen de trein. De veteraan vertelt hoe Thatchers ‘Big Bang’-dereguleringsgolf in 1986 alles veranderde. „Ik noem het unwritten contracts, het impliciete deel van je arbeidscontract. Tot de Big Bang zaten mensen decennialang bij dezelfde bank of firma. Je deelde in goede en slechte tijden. Na de Big Bang nam het Amerikaanse denken alles over en vloog je er na een slecht jaar gewoon uit. Tja, als je bank jou geen loyaliteit toont, wat doe jij dan?”

Hij bevestigt dat bij de grote zakenbanken mensen vaak al na een jaar verder springen. „Loyaliteit is ingeruild voor liquiditeit”, vat hij samen. Werknemers zijn letterlijk human resources, ze kunnen je elk moment verkopen of ‘liquideren’. Het resultaat is nul vertrouwen en nul loyaliteit.

Op het het seminar zakken we als publiek diep weg in de technische aspecten. Oef, wat is het weer saai. Het zal het mooie weer geweest zijn, maar mijn ogen dwalen naar buiten, waar een kerktoren rechtsonder in mijn blikveld omhoog steekt. Ooit waren kerken de hoogste gebouwen, nu zijn het dwergen tussen bankkolossen. Op mijn telefoon zoek ik de zeven christelijke deugden op: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, standvastigheid, geloof, hoop en naastenliefde. Hm. Geloof is voor veel mensen nu een lifestylekeuze in de categorie ‘jij doet jouw ding en ik doe het mijne’. In het neoliberale model draait alles om het individu, dat concurreert met andere individuen. Wie dat spel het beste speelt, mag pakken wat hij pakken kan, en wie daar wat van zegt is een fatsoensrakker of moraalridder.

Wat zou een middeleeuwse monnik zeggen als hij haute finance kon zien; de monsterbonussen, de ‘mijn bank is groter dan jouw bank’-wedren, de ‘na mij de zondvloed’-houding, de flessen champagne van 1.000 pond en de stripclubs? Hij zou denken: dit is het werk van de duivel. Hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, nijd, onmatigheid en woede – de enige zonde die je werkverslaafde zakenbankiers onmogelijk kunt aanwrijven is luiheid. En mij evenmin, anders zat ik niet bij dit seminar.

Het is tijd voor de conclusie: het probleem bij banken is passive compliance; mensen gehoorzamen de letter der wet zonder enige betrokkenheid met de geest vanwaaruit die letters werden geschreven. Meer regels helpen niet, maar wat dan wel? Ik wil niet terug naar een tijd waar religieuze figuren voorschrijven wat ik wel en niet mag. Maar het zou me niet verbazen als de volgende, nog grotere en daarmee economisch fatale crisis wordt gevolgd door een religieuze revival.

De auteur doet in deze column elke week verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog