'Zo'n vrolijke meid ben ik niet'

Actrice Ria Eimers schittert deze zomer als comédienne in Een ideale vrouw. Met haar ondefinieerbare mix van grotesk en gemeend geeft ze onnavolgbaar gestalte aan de rare en amusante moeder van Tjitske Reidinga. ‘Ik word brutaler bij groot.’

Ria Eimers is comédienne. De kwalificatie verrast haar. „Niemand heeft me ooit zo genoemd”, zegt ze. Toch heeft ze onmiskenbaar komisch talent. In haar lange carrière was dat al zichtbaar in de gelaagde, dubbelzinnige manier waarop ze haar tragische rollen speelde. Er is altijd iets geks aan haar. In Een ideale vrouw speelt ze deze zomer voor het eerst in een volbloedkomedie, als de rare en amusante moeder van Tjitske Reidinga. Met groot succes.

Dit voorjaar was de 61-jarige actrice al te zien in Motregenvariaties, tegenover Olga Zuiderhoek, als hooggestemde dichter. Ook aan die rol gaf ze een oergeestige invulling, met schijnbaar ongecontroleerde tics en dansjes. De vrouwen die Eimers speelt, balanceren op de grens van het krijgen van een toeval en pure levensvreugde. „Ik speel nooit realistisch”, zegt ze. „Ik ga nooit gewoon maar staan. Ik geef er altijd een vorm aan. Zal ik het laten zien?”

Ze doet het voor. „Ik heb wel favoriete bewegingen. Deze bijvoorbeeld.” Ze slaat haar benen over elkaar, gaat schuin zitten, plant een hand in haar zij en kijkt de andere kant op, kin in de lucht. „Dit is de houding: ik ben niet kapot te krijgen. En dan iets verschrikkelijk mismoedigs zeggen.”

Het is de ondefinieerbare mix van grotesk en gemeend die haar moeilijk te peilen maakt, en daarom grappig. Dat zit in haar stem, die vlug verschiet – van dramatisch naar gekweld en van ironisch naar meisjesachtig serieus. Als ze een zin inzet met de haar kenmerkende ernst dan kruipt er vanzelf een ondermijnende schalksheid in haar geluid. Alsof ze ook wel weet dat ze anders te plechtig klinkt. Op het toneel is dat niet anders dan tijdens een interview.

„Daar speel ik mee. Op de toneelschool leerde ik te variëren. Ik had alleen zo’n kopstem.” Ze was al 24 toen ze naar de toneelschool ging. „Ik werkte al, wist niet dat zo’n school bestond. Ik was helemaal wild, en knetter, want ik had tien jaar bij een telefooncentrale gezeten.”

Haar onpeilbaarheid zit ook in haar beweeglijke lijf, een ongebreidelde bron van gebaren en mimiek. „Zo beweeglijk ben ik altijd geweest”, zegt ze. „De tekst is leidend in toneel, maar ik wil ook graag in lichaamstaal uitdrukken wat iemand bezielt.”

Jarenlang excelleerde ze in serieuze rollen, vooral bij het inmiddels opgeheven Onafhankelijk Toneel. Voor haar rol in De Trojaansen van het OT ontving ze in 2001 de Theo d’Or. Nominaties voor die belangrijkste acteerprijs waren er voor Martha in Wie is er bang van Virginia Woolf? (bij het OT in 2005) en voor haar hoofdrol in Augustus: Oklahoma bij De Utrechtse Spelen , in seizoen 2011/2012. Dat stuk werd net als Een ideale vrouw geregisseerd door Antoine Uitdehaag. Op televisie is Eimers te zien als politiecommissaris in Flikken Maastricht.

De moeder van Tjitske Reidinga die ze speelt is „ontzettend conservatief”, stelt ze op onthutste toon vast. „Volgens haar is het voor een vrouw kauwen en slikken in het leven. Je moet er goed uitzien en als je man een affaire heeft, heb jij een probleem. Dan moet je beter schminken, of afvallen.”

In de Mary Dresselhuyszaal van het DeLaMar Theater waar de voorstelling speelt, passen zeshonderd man, maar dat ze een grote zaal moet bespelen, maakt haar niet uit. „Ik word brutaler bij groot. Dan voel ik me veilig. Dan word ik schaamteloos.”

Bij een komedie als Een ideale vrouw, naar The Constant Wife van William Somerset Maugham, is het publiek een belangrijke tegenspeler, stelt ze. „Als het publiek reageert, dan ben je vrij. Ik wel. Dan kan ik grenzen overschrijden. Thuis kun je de lach niet verzinnen.”

Toch probeert ze dat wel als ze zich voorbereidt, zoekend naar momenten die grappig kunnen worden. In haar ingebonden tekstboek bladert ze naar een voorbeeld. Er staan veel zinnen in met potloodstrepen tussen de woorden. „Allemaal cesuurs. Hier, als het gaat over de sleur van het huwelijk, waarin man en vrouw op elkaars lip zitten en elke dag samen moeten eten. Dan zeg ik dit over mijn dochter: ‘Mij verveelt het al om voortdurend met Martha te moeten eten.’ Dan zit ik thuis en denk: die dochter wordt door haar moeder als een soort teckel benaderd, een dier. Dus als ik nou eens doe alsof ze niet meer weet hoe haar eigen dochter heet? Dan neem ik net voor haar naam een korte pauze en kijk ik haar even aan alsof ik naar haar naam zoek. Altijd een lach!”

Daar geniet ze van. „Dat heb ik dan zelf verzonnen. Zo zijn er wel meer momenten. Bij een komedie bouw je de lach op. Elke lach telt, want het publiek ontspant dan steeds meer.”

Wat voor gezichten Eimers trekt elke avond weet ze alleen bij benadering. „Als mijn tegenspeler net zo vrij is als ik, en loskomt van de tekst en grammatica, dan vieren we feest. Dan kun je je alles permitteren. Binnen de afspraken: ik kan elke keer iets anders doen, met steeds dezelfde intentie.”

Steeds proberen te ontdekken wat het beste werkt, dat is de essentie van toneelspelen. „Kijken of het nog grilliger kan.” Bij Motregenvariaties verraste ze met plotse, gekke bewegingen, dansante zenuwstuipen. „Ik hou van uitgesproken acteren. Repetities zijn voor mij een onmetelijke speeltuin en een regisseur moet mij dan altijd inperken. Wat ik aanbied is vrij heftig.”

Ook in haar tragische rollen verstaat Eimers de kunst een lichte toon toe te voegen. Hoe lukt haar dat? „De lach komt voort uit tragiek. Die liggen dicht bij elkaar. Ik heb daar oog voor als ik de tekst bestudeer. Bij Martha in Wie is er bang van Virginia Woolf? zag ik veel zelfspot bij haar. Die zelfspot heb ik ook.”

Eimers speelde ook meerdere voorstellingen met Carver. „Die hebben ook dat dubbele, waarin het tragische komisch wordt en andersom. Het zit ook in mij. Zo’n vrolijke meid ben ik niet. Ik ben somber aangelegd. Op het toneel kan ik beter existeren.” Aan tafel de grapjas? Nou, nee. „Dan moet ik eerst een fles wijn op hebben.”

‘Een ideale vrouw’. T/m 28 juli en van 15 augustus t/m 15 september. DeLaMar Theater, Amsterdam.