Wiebelen in 'n reuzenweb

Over een net, onder de glazen koepel van een museum in Düsseldorf, leidt kunstenaar- architect Tomás Saraceno zijn publiek. Bezoekers rennen, dansen en deinen in dat nieuwe werk In Orbit.

De dappersten duiken er meteen op af. Zigzaggend rennen, dansen, deinen ze over het wiebelende stalen net, hun sneakers slippen niet op de kabels, hun knieën veranderen niet in natte waslappen, hun maag draait niet om. Hopla: daar gaan ze de balustrade over, op weg naar een van de zes bolvormige cockpits verderop, waar ze op zachte doorkijkkussens, achteroverliggend op hun rug, een soort kosmisch gevoel ervaren. Of ze klimmen gewoon nog hoger, via kabels het net in, twee, drie verdiepingen hoog. Er wordt gegierd van de pret. Er wordt hand in hand geklommen en gegleden. Verliefd op de rug gelegen en naar de hemel gestaard. Zesentwintig meter lager grijnst de hardstenen vloer van museum K21 in Düsseldorf.

Vanaf de bovenste ommegang van K21 zien de mensen beneden eruit als bewoners van een poppenhuis. Vanaf hierboven kan ik de wolken die langs de glazen koepel van het gebouw trekken, bijna aanraken. Hierboven is het surrealistische uitspansel In Orbit, dat de in Argentinië geboren, in Berlijn wonende kunstenaar-architect Tomás Saraceno in de gigantische glazen koepel van het museum heeft gebouwd. Ik durf de rand van het net niet over. Ik durf niet zoveel meter boven de piazza te lopen. Ik heb hoogtevrees, maar was dat vergeten. En daarom sta ik bij de ingang van de 2.500 vierkante meter grote stad en kijk toe. „Het werk beschrijven, betekent de mensen beschrijven die het werk gebruiken”, zegt Saraceno.

Tien mensen per keer mogen In Orbit betreden. De veiligheidsvoorschriften zijn talrijk. Geen mobiel, geen portemonnee, geen camera in een broekzak mag mee: iedereen moet een witte overall aan, speciale sneakers dragen én een verzekeringsverklaring ondertekenen.

De bezoekduur is beperkt tot tien minuten. De wachttijd in de rij is anderhalf uur. Iedere bezoeker van K21 voelt de drang om in ieder geval éven de voet op het net te zetten.

Utopische vliegtuigstad

In Orbit is het grootste project dat Saraceno ooit heeft gerealiseerd. Drie jaar lang heeft hij eraan gewerkt. Het uit drie etages bestaande, wolkvormige net moet een onderdeel gaan vormen van het nog grotere Air-Port-City, een utopische vliegtuigstad die in wolkachtige formaties in de lucht drijft. Deze fictieve stad – het is de vraag of hij ooit kan worden gerealiseerd – kan volgens Saraceno antwoord geven op de vraag hoe de mens in een geglobaliseerde wereld leeft en zou willen leven.

De spinnenwebstructuur waar het net van In Orbit op is gebaseerd, is een ‘work in progress’. Het kon niet als model worden getest, alles moest 1 op 1 meteen in de praktijk gebracht. Een computerprogramma waarmee de bewegingen van het web bij gebruik door mensen kan worden voorspeld, bestaat namelijk nog niet. Evenmin is bekend wat de precieze krachten zijn die op het gebouw worden uitgeoefend als bijvoorbeeld een wat zwaardere man gaat trampoline springen.

De in 1973 geboren Saraceno heeft de afgelopen jaren internationaal furore gemaakt met een sensationeel oeuvre, dat gaat over vliegen, zweven, alle mogelijke vormen van bewoning op onze planeet aarde, en dat überhaupt voortdurend vragen oproept over mogelijkheden, eindigheid en grenzeloosheid in ons eigen leven. Wat doen we? Waar dromen we van? Wat denken we te kunnen? En: wat willen we?

Het zijn vragen die aan de orde kwamen in de gigantische hal van het Hamburger Bahnhof in Berlijn en het dak van het New Yorkse Metropolitan Museum. Beide instellingen veranderde Saraceno in Cloud Cities – doorzichtige en spiegelende opeenstapelingen van bellen en bollen, waar je overheen kon klimmen en op kon drijven. ‘Speelplaatsen voor volwassenen’ worden deze werken een beetje neerbuigend genoemd. Maar ze zijn meer dan dat.

Saraceno is geïnspireerd door een bonte waaier van doeners en denkers, van wie je de brokstukjes terugziet in zijn werk. Van de filosoof Félix Guattari leende de kunstenaar het idee van een ecologisch systeem dat kan worden uitgebreid naar sociale relaties en subjectiviteit. Zo is in In Orbit iedereen voortdurend met iedereen in contact. Elke beweging van de ander dwingt je ertoe je spieren te spannen, je koers te wijzigen. Edward Lorenz’ ‘butterfly effect’ wordt bijzonder zichtbaar op deze 2.500 vierkante meter. Het idee van de bolvormige atmosferen ontleende Saraceno aan de excentrieke, visionaire schrijver en architect Richard Buckminster Fuller, die deze ‘geodetische domes’ noemt.

Wat betreft de netten die de kunstenaar weeft: die zijn afgekeken van de webben van de spinnen die spinnenliefhebber Saraceno zelf in de kelder van zijn atelier in Berlijn kweekt. Aan de Space University van NASA Ames in Sillicon Valley experimenteerde hij met paraboolvluchten, waarbij vrije val en gewichtloosheid worden gesimuleerd. „Wordt een mier, een spin of een astronaut”, zei hij daarover in een interview, „en de wereld wordt een andere wereld.” Ook het oceanische werk van kunstenaar Olafur Eliasson is een inspiratiebron. Dat werk brengt hem ertoe om bijvoorbeeld in het hoogst gelegen meer ter wereld een klapstoel uit te klappen, zijn schoenen uit te doen en daar de sensatie te ondergaan van tegelijkertijd met je voeten in het water en je hoofd in de wolken zitten.

Mensen als spinnen

In Orbit verenigt zodoende zaken die prettig onverenigbaar lijken. Loop je een klein stukje over het net, dan voel je het gewicht van je afvallen door de cadans die andere bezoekers veroorzaken. De tijd staat er stil, en tikt razendsnel door. Het net is loodzwaar, maar lijkt vederlicht. Als je er van een afstandje naar kijkt, zie je de mensen als spinnen langs onzichtbare draden door de lucht kruipen.

Het project in K21 is de voorloper van een nog groter en ambitieuzer plan: de in de lucht zwevende Air-Port-City. Die stad kun je utopisch noemen, of a-topisch, dystopisch of gewoon niet-realiseerbaar. Dat maakt niet uit, zegt Saraceno in een interview in het schitterend vormgegeven boek dat bij de tentoonstelling verschijnt: „Ik heb ze allemaal nodig, plaats en niet-plaats. [...] Utopische dromen drijven me tot het onmogelijke. Jules Verne zei al: ‘Alles wat onmogelijk is, moet bereikt worden.’ Als we onze doelen niet hoog stellen, hoe kunnen we dan in vredesnaam vooruitgang boeken? [...] Iedereen moet de moed hebben om te dromen, om de verantwoordelijkheid te delen voor niet slechts één, maar heel veel mogelijke toekomsten.”

In Orbit is daar het blijmoedige begin van.

Tomás Saraceno: In Orbit. T/m 7 sept 2014. K21 Ständehaus, Ständehausstrasse 1, Düsseldorf. Inl: www.kunstsammlung.de