Wat Houdini kon, kan Hans Klok ook

‘Illusionist’ Hans Klok eert in zijn nieuwe show boeienkoning Harry Houdini. Die liet zich opsluiten in dwangbuizen, melkbussen en grafkisten en gold rond 1900 als ‘de grootste sensatie der wereld’.

H arry Houdini had er maar een minuut of vijf voor nodig om zichzelf te bevrijden. Op maandagmiddag 12 januari 1903 werd de slechts in een luttele zwembroek gestoken ontsnappingskunstenaar – de armen gekruist op de rug – in de boeien geslagen en in een van de cellen opgeborgen door ambtenaren van het politiebureau Halvemaansteeg, op de hoek van het Rembrandtplein in Amsterdam. Toen sloeg mr. E.W. van Raalte, waarnemend hoofdcommissaris van politie, hoogstpersoonlijk de zware deur dicht en draaide de sleutel in het slot om. Niettemin stond de wereldvermaarde stuntman al na enkele minuten weer buiten. Zelfs zijn boeien had hij losgemaakt. „Hoe hij het zoo vlug klaarspeelde”, schreef het Nieuws van den Dag, „was ieder een raadsel.”

Vanaf volgende week speelt de illusionist Hans Klok zijn nieuwe show The new Houdini, waarin hij ontsnappingstrucs vertoont naar het voorbeeld van zijn veelal als „boeienkoning” geafficheerde voorganger Harry Houdini (1874-1926). Klok: „Ik neem de uitdaging aan Houdini te evenaren, nee, soms zelfs te overtreffen.” De show gaat in première in het Amsterdamse theater Carré en maakt daarna een tournee door heel Nederland. Klok treedt zo in de voetsporen van de echte Houdini, die hier 110 jaar geleden eveneens triomfen vierde. Op de aanplakbiljetten stond hij destijds vermeld als „de grootste sensatie der wereld”.

Houdini was een telg van Hongaars-joodse ouders die naar Amerika waren geëmigreerd toen hij vier was. Zijn artiestennaam ontleende hij aan die van de Franse goochelpionier Robert Houdin, omdat hij zijn eigen naam (Ehrich Weisz) geen showbizznaam vond. Van jongsaf werkte hij als trapezeartiest en beoefende kaarttrucs uit het gebruikelijke goochelrepertoire – niets bijzonders, tot hij zich als twintiger een eigen specialisme ging aanmeten: het losmaken van handboeien. Daar begon het mee. En hij maakte het zichzelf telkens weer moeilijker. Geboeid liet hij zich opsluiten in dwangbuizen, melkbussen, grafkisten en andere contrapties waarin hij, om de spanning extra op te voeren, ook geregeld ondersteboven werd opgehangen. Om zichzelf na een paar minuten toch weer los te maken uit zijn netelige positie. Rond de voorlaatste eeuwwisseling mocht Houdini zich de meester van de ontsnappingskunst noemen. Steeds groter werden de variététheaters waarin hij speelde, steeds lucratiever werden zijn contracten en steeds wereldomspannender werd zijn roem.

Lepeltjesbuigers

In zijn gloriejaren was Harry Houdini voorts een groot voorvechter van de belangen van zijn goochelcollegae en bovendien een fel bestrijder van bakerpraatjes over zijn vak. Hij maakte geen geheim van zijn technieken, die vooral te maken hadden met inzicht in het mechanisme van de ketenen waarmee hij zich liet vastbinden, behendigheid en vingervlugheid, de lenigheid van een slangenmens, pure spierkracht en controle over zijn adem waardoor hij die soms wel drie minuten kon inhouden. In bovennatuurlijke krachten geloofde hij niet. Hij vond dat goochelaars eerlijk moesten zijn over hun vak. En hij ontmaskerde diverse kunstenmakers die zich – als Uri Gellers van hun tijd – voordeden als medium voor buitenaardse vibraties. Tot aan zijn dood voerde hij daarover een pamflettenpolemiek met de vermaarde Sherlock Holmes-auteur Arthur Conan Doyle, die op latere leeftijd spiritist was geworden. Honend maakte Houdini de lepeltjesbuigers en geestenfluisteraars uit voor charlatans. „Ik ken al hun kunsten, al hun praatjes en al hun trucs”, schreef hij.

Zijn leven lang ging Houdini er prat op dat hij weinig geld uitgaf aan reclame. Veel liever mikte hij op de free publicity die te oogsten viel als hij met een stunt in het openbaar de aandacht op zijn theateroptreden vestigde. Meestal lukte dat volop. Ook in Amsterdam, waar hij in 1903 een maand lang optrad in het Rembrandt-Theater – een paar stappen verwijderd van het politiebureau waar hij op die maandagmiddag zijn kunsten kwam vertonen. Honderden belangstellenden waren samengedromd om poolshoogte te nemen van ’s mans virtuoze verrichtingen. „De betrokken autoriteiten gaven herhaaldelijk hunne verwondering te kennen over zijne manier van werken”, meldde het Algemeen Handelsblad, „en een van hen sprak den wensch uit, dat niet alle arrestanten zoo handig zullen zijn.” Na afloop ondertekende de waarnemend hoofdcommissaris een ooggetuigeverklaring over Houdini’s „onverklaarbare” ontsnapping uit de cel.

De boeienkoning stierf bijna letterlijk in het harnas. In oktober 1926 kreeg hij in zijn kleedkamer in Montreal bezoek van twee studenten. Een van hen vroeg of de grote Houdini inderdaad bestand was tegen zware klappen op zijn buik, zoals hij eerder had verklaard. Houdini bevestigde dat. Daarop werd hij vier keer in de buikstreek gestompt. De volgende avond moest hij voortijdig het doek laten zakken wegens felle pijn. Harry Houdini stierf aan een blindedarmontsteking. Dat de klappen die hij had gekregen, de bestaande kwaal hadden verergerd, staat vast. „Men vertelt van hem”, schreef de NRC in het bericht van zijn overlijden, „dat hij uit 61 gevangenissen, waarin hij op zijn verzoek was opgesloten, heeft weten te ontsnappen.”

The new Houdini vanaf 16/7 in theater Carré, Amsterdam. Tournee t/m 29/9. Inl: stardustcircus.com