Niemand wist waarom het nodig was

Terwijl het verzet tegen de nieuwe Kuip groeide, bleef Feyenoord zwijgen. „Ze hadden duidelijk moeten maken: jongens, dit is júllie stadion.”

Je hebt 1 voetbalstadion dat vervangen moet worden. En je hebt 1 plan voor een nieuwbouwstadion. Je zou zeggen: 1 + 1 = 2. Maar nee. Het Rotterdamse gemeentebestuur trok het plan voor de nieuwe Kuip in.

Er wordt al zeven jaar gezegd dat Feyenoord een nieuw onderkomen nodig heeft. De Kuip is verouderd: te klein, geen dak en niet genoeg stoeltjes voor sponsors – daarom houdt de KNVB er geen interlands meer.

Eerst was er een plan voor een gigantische voetbaltempel aan de Maas. Dat bleek te duur. Tien maanden geleden presenteerde Feyenoord een afgeslankt voorstel: een stadion met 63.000 zitplaatsen en een uitschuifbaar dak, te bouwen tussen 2016 en 2018. De gemeente zou voor 165 miljoen euro garant moeten staan. Ook dit plan is nu gesneuveld.

Belangrijkste reden: Feyenoord wist zijn nieuwe onderkomen niet te verkopen. Stadiondirecteur Jan van Merwijk zegt in een promofilmpje: Feyenoord heeft zijn keuze voor een nieuw stadion „misschien te weinig gedeeld met de buitenwereld”.

De campagne die de club niet voerde, is wel gevoerd door de tegenstanders. Toen er over sloop van de Kuip gesproken werd, vorig jaar augustus, richtte een groep Rotterdamse architecten en ondernemers Reddekuip.nl op. Ze verzamelden 28 medestanders, maakten een restauratieplan en gingen praten met de gemeenteraad. Er zouden bij renovatie ook 63.000 mensen in passen, maar dan voor 117 miljoen euro – veel goedkoper dus.

Feyenoord wimpelde het alternatief meteen af. Van Merwijk noemde Reddekuip „amateuristisch” en liet weten dat er maar één oplossing is: een nieuw stadion.

„Feyenoord had geen goed weerwoord”, zegt de Rotterdamse architect Ard Buijsen, betrokken bij de lobby vóór het nieuwe stadion. „Reddekuip heeft Feyenoord vanaf het begin in het defensief gedrukt. Daar zijn ze nooit goed uitgekomen.”

Reddekuip voerde een „campagne” waar Feyenoord „nog een puntje aan kan zuigen”, zegt Buijsen. „En lang niet altijd op basis van feiten. Reddekuip riep dat Feyenoord nooit heeft onderzocht of de Kuip te renoveren was. Terwijl dat juist uitgebreid is onderzocht. Ik heb de dikke rapporten zien liggen.”

Maar Feyenoord zweeg. Als fans wilden weten hoeveel de club er financieel op vooruit zou gaan met het nieuwe stadion, zei de club: dat is vertrouwelijk. Ook delen van de onafhankelijke toets naar de nieuwe Kuip bleven geheim. En er was nog geen ontwerp voor het nieuwe stadion. Wel was bekend hoeveel het moest kosten: 360 miljoen.

Er is ook nog geen naam. Media noemden het ‘de nieuwe Kuip’, maar dat wekte wrevel. Voor supporters is er maar één Kuip. Toen gemeente en club dat doorkregen, kwamen ze met ‘Het Nieuwe Stadion’. „De nieuwe Kuip heeft last van de oude Kuip”, zegt Paul Stamsnijder. Hij is oprichter van adviesbureau de Reputatiegroep en schreef boeken over reputatiemanagement. „Je zet de twee stadions tegenover elkaar. Terwijl de discussie eigenlijk zou moeten gaan over de waarde van het nieuwe stadion voor Rotterdam.”

Het lot van de ‘oude’ Kuip bleef ongewis. Wordt die gesloopt? Feyenoord zegt het nog niet te weten. Daarmee kweekte de club argwaan. In een eerdere versie van de stadionplannen, die korte tijd op internet stond, werd een aantal opties verder uitgewerkt, schreef De Groene Amsterdammer vorige maand. Eén daarvan was sloop. Dat gaf onrust bij de aandeelhouders van de oude Kuip.

Architect Buijsen vindt dat Feyenoord „ontzettende steken heeft laten vallen” op communicatievlak. De geringe informatiestroom was grotendeels de reden voor Erwin Eekelaar om Reddekuip op te zetten. „Ons doel was openheid in de besluitvorming.” Volgens Buijsen heeft Feyenoord „het publiek mondjesmaat informatie gegeven. Daar red je het niet mee. Ze hadden duidelijk moeten maken: jongens, dit is geen vastgoedproject van VolkerWessels, dit is júllie nieuwe stadion.”

Communicatiedeskundige Stamsnijder: „Deze tijd verdraagt moeilijk grote projecten, daar moet je je best voor doen.” En omdat de informatie niet, half of laat kwam, ging de discussie over geld. De kosten waren immers wél bekend. Over de maatschappelijke waarde had niemand het.