Liefdespaleis Voltaire in Parijs door brand in puin

Bij een uitslaande brand is gisteren een van de beroemdste stadspaleizen van Parijs zwaar beschadigd. Het zeventiende-eeuwse Hôtel Lambert, op het Île Saint-Louis nabij de Notre-Dame, werd de afgelopen jaren verbouwd door een oom van de nieuwe emir van Qatar. Hij had het nationale monument ondanks fors Frans verzet in 2007 voor 60 miljoen euro overgenomen van de familie Rothschild.

Het hôtel particulier waar onder anderen verlichtingsdenker Voltaire met zijn maîtresse woonde, is eeuwenlang een pleisterplaats voor kunstenaars en industriëlen geweest. Het is tussen 1639 en 1644 gebouwd door de architect Louis Le Vau, bekend van delen van het kasteel van Versailles. De schilder Charles Le Brun (1619-1690), later verantwoordelijk voor de Spiegelzaal van Versailles, deed de meeste decoraties.

De verkoop in 2007 aan sjeik Abdullah bin Khalifa al-Thani leidde tot polemiek. Zijn aankondiging dat Hôtel Lambert grondig verbouwd zou worden, met onder meer een volautomatische parkeerkelder onder de tuin, schoot kunsthistorici en ook de burgemeester van Parijs in het verkeerde keelgat. De regering-Sarkozy, die prat ging op goede relaties met de koninklijke familie van Qatar, stemde na aanpassingen uiteindelijk met de 47 miljoen kostende verbouwing in.

Door de brand zouden fresco’s van Eustache Le Sueur (1616-1655, de ‘Franse Raphaël’) verwoest zijn. De plafondschilderingen van Le Brun in de beroemde Herculesgalerij hebben waarschijnlijk rook- en waterschade opgelopen. Volgens minister van Cultuur Aurélie Filippetti belooft de eigenaar de „pracht en praal” van het paleis te herstellen, „al kunnen bepaalde verliezen nooit vervangen worden”. De oorzaak van de brand is nog onbekend.