Levenslang is niet altijd

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft het Verenigd Koninkrijk op de vingers getikt in een zaak van drie levenslang gestraften, opgesloten wegens moord.

Voor de duidelijkheid: de rechters hebben níét bevolen dat deze gedetineerden moeten worden vrijgelaten. Wel dat er een herzieningsprocedure moet komen die vrijlating in geval van levenslang eventueel mogelijk maakt.

Niettemin is de verontwaardiging onder de Britten groot. Premier Cameron liet weten het grondig met het vonnis oneens te zijn en minister Grayling van Justitie zag er een nieuwe aanleiding in om de rol van het Europese hof in zijn land te beperken.

Dat is geen gering streven. Het hof baseert zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waaraan de 47 lidstaten van de Raad van Europa zich hebben verbonden. Onderschrijving van dit verdrag is ook een voorwaarde voor het lidmaatschap van de Europese Unie.

Een staat moet er dus tegen kunnen dat het Europese hof uitspraken kan doen die hem niet bevallen, zoals dat voor burgers en bedrijven geldt bij uitspraken van ‘gewone’ rechters. Met hun kritiek op het vonnis voeden Britse politici vooral de anti-Europa gevoelens in hun land.

Terwijl het hof niet meer heeft gezegd dan dat na uiterlijk 25 jaar moet worden bekeken of een levenslange gevangenisstraf moet worden herzien. Omdat dan de vraag aan de orde is of de straf het beoogde doel nog dient. Dat kan het geval zijn, maar het kan ook niet zo zijn.

Gedetineerden dienen uitzicht te hebben op een humane behandeling, ook levenslang gestraften. Het hof acht het ontbreken van een herzieningsprocedure in strijd met artikel 3 van het EVRM. Dat gaat over foltering en onmenselijke behandeling en bestraffing.

Nederland mag zich ook aangesproken voelen. Als een van de weinige landen in Europa hanteert Nederland het principe dat levenslang inderdaad levenslang is. Oftewel: detentie tot de dood erop volgt. Wel kent Nederland een gratieregeling. Dat is een politiek besluit, dat sinds 1986 op één keer na nooit is genomen. Die ene uitzondering betrof een terminale patiënt, die een paar weken voor zijn dood de gevangenis uit mocht.

In het wetenschappelijk tijdschrift Justitiële Verkenningen werd onlangs een reeks artikelen gewijd aan de levenslange straffen in Nederland. Met de suggestie dat het hier gehanteerde systeem strijdig is met het EVRM. Het ministerie van Justitie bestudeert nu het Europese vonnis. Een aanpassing ligt voor de hand: ook Nederland hoort een fatsoenlijke herzieningsprocedure te kennen.