Jongeren de school inpersen, heeft dat zin?

Nederland wil dat jongeren doorleren. Vmbo zou niet goed genoeg zijn. Sadik Harchaoui van de RMO betwijfelt dat.

De visboer om de hoek ging direct na de mavo werken. Hij fileerde haringen in een visverwerkingsbedrijf. Later werd hij daar afdelingschef. En nu, vijftien jaar later, heeft hij zijn eigen zaak. De mavo bood een goede start.

Die tijd is voorbij. Jongeren kunnen na het vmbo-t (de vroegere mavo) niet meer stoppen met leren om te gaan werken. Tot hun 18de moeten ze een zogenoemde startkwalificatie halen, een diploma op minimaal mbo 2-niveau. „Terwijl zo’n startkwalificatie voor een aantal jongeren helemaal niet haalbaar is”, zegt voorzitter Sadik Harchaoui van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), die regering en parlement adviseert. Daarom bepleit de raad in het vandaag verschenen essay Klaar voor de start dat het ministerie de regeling minder streng toepast. „Door bijvoorbeeld meer alternatieve leerroutes toe te staan.”

De startkwalificatie is het paradepaardje van het ministerie. Sinds de invoering hebben meer jongeren een diploma en hebben minder leerlingen voortijdig de school verlaten. Maar er zijn ook negatieve gevolgen, zegt Harchaoui. „Niet alle jongeren passen in de mal van het onderwijs”, zegt hij. „Maar toch persen we die kinderen moeizaam in dure onderwijstrajecten. Waarom zou je dat doen? Zij worden er niet gelukkig van. En via werk kun je je ook goed ontplooien, om later misschien weer een opleiding te volgen.”

Bovendien trekt de startkwalificatie een grens die voorheen niet bestond – tussen ‘genoeg’ en ‘niet genoeg’ onderwijs, stelt de RMO. „Je creëert een probleemcategorie: de voortijdige schoolverlater. We zetten een groep, onder wie jongeren met een vmbo-diploma, weg als losers. Ze zijn 16 jaar oud en 12 jaar lang naar school gegaan, maar worden nog steeds niet geschikt geacht.” Slecht voor hun zelfvertrouwen en eigenwaarde, zegt Harchaoui. „Dat doet wat met je hoor, als niemand trots op je is.”

Werkloosheid of een slechte baan is zo niet het gevolg van een gebrek aan kwaliteiten, maar een gebrek aan diploma’s. „De startkwalificatie verzwakt dus eigenlijk de positie van sommige jongeren in plaats van deze te versterken.”

Wat was de reden om de startkwalificatie in te voeren?

„De Europese Unie besloot in 2000 dat Europa de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld moest worden. Dat was goed voor de bedrijvigheid en de welvaart en het zou de criminaliteit terugdringen. Om dit te bereiken, moest de scholingsgraad van inwoners omhoog: meer hoger opgeleiden en een hoger minimumniveau. Nederland scherpte de startkwalificatie aan, leerlingen moesten een minimaal niveau hebben voor een goede aansluiting op de arbeidsmarkt én het aantal jongeren zonder deze kwalificatie moest gehalveerd worden. Dat was ook nodig, want in een kenniseconomie zou minder behoefte zijn aan laaggeschoold personeel. Maar dat blijkt helemaal niet het geval. Recente cijfers laten zien dat de vraag naar laaggeschoolde arbeid al twee decennia relatief stabiel is.”

Wat voor gevolgen heeft dat?

„Dat we nu veel mensen hebben die te hoog zijn opgeleid voor deze banen. En dat Oost-Europeanen het laaggeschoolde werk komen doen.”

Is dat erg?

„Ja, want de invoering van de startkwalificatie heeft mede geleid tot diploma-inflatie. Als het basisniveau van de werknemer omhooggaat, stellen werkgevers hogere eisen aan laaggeschoold werk. Dat betekent dat ze voor de banen daarboven ook hogere eisen gaan stellen. Het heeft een sneeuwbaleffect: over de hele linie wordt het diploma minder waard, terwijl de kloof tussen laag- en hogeropgeleid hetzelfde blijft. Voor het krijgen van een baan schiet je er dus niets mee op. Sterker, als mensen met een startkwalificatie laaggeschoolde banen aannemen, is sprake van macro-economische verspilling.”

En dat heeft ook weer effect op mbo-scholen?

„Leerlingen die niet kunnen of willen, moeten toch een diploma halen. Daar worden scholen op afgerekend. Dus selecteren opleidingen strenger om jongeren buiten de deur te houden, of verlagen juist het niveau om leerlingen binnenboord te houden. Vervolgopleidingen klagen dan dat het niveau van de studenten te laag is en werkgevers vinden dat de afgestudeerden niet vakbekwaam zijn.”

Vindt u dat de startkwalificatie moet worden afgeschaft?

„Nee, maar we zouden graag zien dat het ministerie de startkwalificatie minder streng toepast. Dat het geen expliciete voorwaarde meer is om met een papiertje de arbeidsmarkt op te gaan. Wij pleiten voor meer alternatieve leerroutes, zoals leer/werkcombinaties. Of de mogelijkheid om bepaalde competenties behaald bij een bedrijf op papier te laten zetten. Zodat je hiermee terug naar school kunt. Want mensen zouden een leven lang de mogelijkheid moeten hebben om te leren. Sommige jongeren zijn pas later rijp, waarom zou je die pijnigen door ze te dwingen naar school te gaan, terwijl ze nu lekker aan de slag kunnen en over tien jaar met veel motivatie en kennis wel een studie kunnen doen?”