In Mexico kun je net zo goed op de kat stemmen

De regerende PRI won bij de lokale verkiezingen in Mexico. Maar president Peña Nieto lukt het steeds minder chaos en geweld terug te dringen.

Hij doet niet anders dan slapen en eten, maar hij treedt keihard op tegen ratten. Met dit ijzersterke one-issue programma maakte Morris furore bij de regionale verkiezingen van Mexico, die afgelopen zondag plaatshadden.

Ongetwijfeld speelde daarbij mee dat Morris een zwart-witte kat van een jaar oud is, die door zijn baasjes in de stad Xalapa, in de oostelijke provincie Veracruz, als burgemeesterskandidaat naar voren werd geschoven. Door de slimme campagne van zijn twee spindokters (Stem op Morris, die doet óók de hele dag niks) was El Candigato (de ‘kattidaat’) snel een landelijke hit op sociale media. Op Facebook had hij meer likes dan zijn tegenkandidaten. Zijn aanhangers leefden zich uit in variaties op klassieke verkiezingsposters en slogans. Yes we Cat!

Op Morris hebben, twitterde hijzelf, zondag zeker zevenduizend mensen gestemd door een poezenkop op hun stembiljet te tekenen. Het persbureau AP houdt het op tussen de 3,5 en 8 procent van de stemmen in Veracruz, uitgaande van het hoge aantal dat er als ‘ongeldig’ terzijde werd geschoven. De plaatselijke krant riep Morris uit tot morele winnaar. Zijn copycats, zoals Chon de ezel in Ciudad Juarez, Tina de kip in Tepic, of Tintan de hond in Oaxaca, kwamen bij lange na niet zo ver.

De kat heeft het de Mexicaanse president, Enrique Peña Nieto, niet moeilijk gemaakt. Maar in zijn politiek onvermogen belichaamt Morris wel de stemming van veel Mexicanen als het om hun politici gaat: weg met die ‘ratten’.

De regionale verkiezingen, voor de raden in 14 van de 31 provincies en voor burgemeestersposten, waren de eerste electorale test voor Peña Nieto sinds zijn aantreden afgelopen december. De PRI, de Institutioneel Revolutionaire Partij die Mexico van 1929 tot 2000 regeerde en na een intermezzo van twaalf jaar met Peña Nieto weer aan de macht kwam, won in 10 van de 14 staten. Peña Nieto’s project van het ‘nieuwe Mexico’ – een opkomende economie die zijn imago van narcostaat heeft afgeschud – raakt een snaar bij de bevolking.

Toch bewijst Morris dat Peña Nieto deze strategie niet eeuwig vol kan houden. De campagnetijd verliep zeer gewelddadig – zeker negen kandidaten werden vermoord of gekidnapt – en kandidaten beschuldigden elkaar openlijk van corruptie.

Op verkiezingsdag werd een politiek activist, vermoedelijk van de politieke partij PRI, doodgeschoten in Veracruz. Op 22 juni dook een video op waarop een gekidnapte bodyguard zijn baas, de gouverneur van de staat Sinaloa, ervan beschuldigde samen te werken met een drugskartel, met telefoontaps als bewijs. In de zuidelijke provincie Oaxaca werd een PRI-kandidate in haar auto beschoten, waarbij zij gewond raakte en haar man en lijfwacht omkwamen. Een andere politiek leider werd vermoord in een greppel gevonden.

Het stemmen verliep chaotisch. Stembureaus werden bedreigd door gemaskerde bendes, brand werd gesticht in stemhokjes. In Tijuana in Baja California werd een Molotov cocktail naar het PRI-partijbureau gegooid.

In The New York Times sprak een hele rij experts van de gewelddadigste campagne in jaren, maar het gezaghebbende onderzoekscentrum InsightCrime bestrijdt dit. Tijdens de regionale campagne van drie jaar geleden werd bijvoorbeeld een prominente PRI-kandidaat voor het gouverneurschap van de provincie Tamaulipas vermoord. Wel waren deze verkiezingen veel chaotischer dan de relatief rustige presidentsverkiezingen van 2012.

Sinds de verkiezingen zelf zijn er onder kandidaten geen moorden meer geweest, maar de politieke situatie is overal onrustig, met kandidaten die over en weer met modder gooien. Door de opkomst van sociale media worden schandalen frequenter onthuld, en daarmee zijn zowel de politieke verontwaardiging als de desillusie bij het publiek groter geworden.

In de grensprovincie Baja California, de enige provincie waar dit keer een gouverneur werd gekozen, lieten de autoriteiten eerst weten dat de conservatieve oppositiepartij PAN (Partij voor Nationale Actie) met 3 procent had gewonnen, waarna ze die mededeling weer introkken en een hertelling aankondigden waarvan de uitslag pas komend weekend wordt verwacht.

De PAN, die sinds 1989 haar machtsbasis heeft in Baja California, heeft nu gedreigd zich terug te trekken uit het Pact voor Mexico, een landelijke overeenkomst tussen drie partijen die in december werd getekend voor hervormingen op het gebied van economie en onderwijs. Het plan is het pronkstuk van de regering.

Volgens de PAN keert de PRI terug naar zijn autoritaire en corrupte optreden uit het verleden. „We zien twee werkelijkheden”, zei PAN-leider Gustavo Madero tegen het persbureau AP. „Het Pact voor Mexico is erg beschaafde, geavanceerde politiek, maar als er verkiezingen zijn doen ze weer net alsof het de jaren ’70 of ’80 zijn.”

Begin deze week zei de president dat de verkiezingen „de kracht van onze democratie bewijzen, maar ook duidelijk maken dat er mogelijkheden bestaan het systeem te verbeteren.” Na hun succes denken Morris’ spindokters er over zijn politieke beweging voort te zetten, berichtte een Mexicaanse krant.