Gedumpt! De Verzamelde Typemachines van W.F. Hermans

Een Belgische boekwinkel mag de collectie van 150 oude typemachines van schrijver W.F. Hermans kopen. Hoe nationaal erfgoed wordt verkwanseld.

Medewerkers Boekenredactie NRC

Eind deze maand gaan de typemachines van een van Nederlands grootste schrijvers, Willem Frederik Hermans (1921-1995), het land uit. Boekhandel Limerick in Gent heeft namelijk een prijsvraag gewonnen: ‘Wie heeft het beste bestemmingsplan voor de collectie-Hermans?’

De prijsvraag werd in april uitgeschreven door de Stichting Onterfd Goed. Iedereen mocht meedoen. Voorwaarde was wel dat de collectie bij elkaar blijft en dat het publiek de typemachines kan blijven zien.

Toen de termijn op 6 juni sloot, bleek dat grote instellingen als het Letterkundig Museum en het Willem Frederik Hermans Instituut niet hadden gereageerd. Eén typemachine had er in het Letterkundig Museum nog wel bij gekund, maar 150?

Drie instanties kwamen met een serieus plan. De Gentse boekhandel gaf aan genoeg ruimte te hebben voor alle 150 stuks. Kunstenaarscollectief Stan Wannet en Geert Jonker diende een plan in er een ‘beeldende auditieve installatie’ van te maken die ingezet kan worden bij literaire festivals. De stad Groningen, waar Hermans lang werkte om er met ruzie te vertrekken, wilde de typemachines in het Universiteitsmuseum plaatsen.

Een jury van Stichting Onterfd Goed mocht kiezen, maar het publiek ook – en zo werd het een internetlobby, waarbij de boekhandel meer fans wist op te porren dan het door Hermans zo geminachte Groningen. Zo gaan de machines dus voor 7.500 euro naar Vlaanderen.

Is dat erg? En kan het vertrek van Hermans’ erfgoed iemand iets schelen?

Ja, zo bleek vorige maand toen de parlementariërs Jacques Monasch, Tjeerd van Dekken en Betty de Boer Kamervragen stelden aan de minister van Cultuur, Jet Bussemaker. Ze hadden zich gestoord aan de manier waarop er met Hermans’ machines was omgesprongen. Ze waren in bezit van het Tilburgse museum Scryption (voor techniek en vormgeving van schrift en kantoor). Toen dat failliet was, heeft de Stichting Onterfd Goed de wedstrijd uitgeschreven. Monasch: „Een prijsvraag, met de typemachines van Hermans als prijs! Mijn vraag aan de minster was eigenlijk: kun je de toekomst van dergelijk cultureel erfgoed gewoon laten bepalen door een particuliere stichting?”

Op zichzelf hoeft niemand verbaasd te zijn dat Nederland slordig omspringt met literair erfgoed. Kamerlid Monasch constateert: „Wanneer je vraagt: waarop valt te bezuinigen, dan antwoorden mensen bijna altijd als eerste: kunst.” Zo hebben wij, anders dan onze buurlanden, nauwelijks een traditie waarin de Grote Schrijvers worden geëerd met blijvende Verzamelde Werken. Aan die van W.F. Hermans wordt weliswaar hard gewerkt, maar die van Gerard Reve (1923-2006) is alweer verramsjt. De werken van diens broer Karel van het Reve konden alleen uitgegeven worden dankzij vrijwilligers en inzamelacties.

Verstoffen

Daar blijft het niet bij. De Verzamelde gedichten van Adriaan Roland Holst, of het Verzameld werk van Multatuli, Simon Vestdijk, of Louis Couperus: ze staan in bibliotheken te verstoffen, en soms in antiquariaten. Het werk van Joost van den Vondel is al anderhalve eeuw niet meer verzameld – het gebeurt nu online. En dan doen we hier nog maar een kleine greep.

In feite komt het erop neer dat in Nederland commerciële wetten in de weg staan bij het koesteren van literaire grootheden. Zolang er niet voldoende vraag is, komt het aanbod ook niet tot stand, of verdwijnt het erfgoed weer snel.

Dit jaar, waarin zijn 150ste geboortedag wordt gevierd, speelde de kwestie rondom het huis waar Louis Couperus zijn bekendste roman, Eline Vere, schreef. Dit Haagse huis is eigendom van de staat Egypte; de ambassade is er gevestigd. Het Louis Couperus Genootschap wilde het kopen voor hun museum maar kreeg het geld niet bij elkaar. Hierop stelde het Genootschap een gedenkplaat voor op de gevel. Egypte stond dat niet toe.

Bij het Letterkundig Museum wordt inmiddels genadeloos gesnoeid. Er zijn serieuze plannen het samen te voegen met Museum Meermanno. Beide musea hebben iets met boeken, maar ze zijn zó totaal anders dat het is alsof je het Van Gogh Museum laat samenwerken met Histor, omdat ze alle twee iets met verf hebben: Meermanno is een museum voor boeken, het Letterkundig Museum voor manuscripten, brieven, schrijverscollecties.

Museumdirecteur Aad Meinderts omschrijft het gedoe rondom Hermans’ typemachines als politiek opportunisme. Niemand interesseerde zich tot dusver voor het korten van het Letterkundig Museum met 25 procent. Politici verliezen het grotere geheel uit het oog, terwijl het Letterkundig Museum al sinds 1954 literair erfgoed bijeenbrengt en openstelt voor onderzoek. Volgens Meinderts kun je literair erfgoed alleen behouden met overheidssteun, maar zoals het er nu voorstaat, wordt er bewust bezuinigd op een kwetsbaar onderdeel van de cultuur.

De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) wordt eveneens geplaagd door bezuinigingen. Onlangs werd ze ondergebracht bij de Koninklijke Bibliotheek. Volgens Michel de Gruijter van de DBNL hakt de politiek met de botte bijl. Dat de DBNL het moeilijk heeft, is vooral slecht nieuws voor die paar mensen die het ook daadwerkelijk betreuren dat de grote schrijvers zo slecht in de winkel te vinden zijn: op deze site zijn velen gewoon nog te vinden.

Volgens Monasch gaat er in Rusland niets het land uit zonder dat experts zich hierover uitgesproken hebben. Dat is volgens hem een voorbeeld voor minister Jet Bussemaker, zeker omdat Nederland wegens ruimtegebrek in de ban is van ‘ontzamelen’. Een advies om een ‘Kerncollectie Nederland’ vast te stellen die beschermd moet worden tegen verkoop wilde Bussemaker niet overnemen, het instellen van experts ziet ze wel zitten.

Die experts zijn dus onder anderen te vinden bij de Stichting Onterfd Goed. Hun beslissing de typemachines naar een boekwinkel in Gent te laten vertrekken, wekte frustratie bij Frans Ellenbroek, zelf ook museumdirecteur, van het Natuurmuseum Brabant. In een dramatische oproep vat hij de kwestie samen: ‘Beste Onterfd Goed, met lede ogen zie ik al een tijdje aan hoe een topcollectie van nationaal belang verkwanseld wordt. Wie grijpt hier in?”

Niemand dus.

Er is in Nederland geen instantie te vinden die een paar duizend euro wil neertellen voor een bijzondere verzameling. En wie die schrijfmachines niet interessant vindt: ze staan symbool voor onze nonchalance, die het uitlokt te voorspellen dat ook Hermans’ Volledige werken over een paar jaar verramsjt zullen worden. Dat zal in stilte gebeuren, net als bijna alle grote Nederlandse schrijvers de afgelopen eeuwen is overkomen.