Drugsvoorlichting is nu drugsreclame geworden

Drugs zijn niet cool. Ze zijn schadelijk en daarom moet de voorlichting ze taboe verklaren, vinden Diederik Boomsma en Yoram Stein.

Drugsvoorlichting anno 2013 is eerder reclame vóór het nemen van drugs dan een oproep tégen. Want verbieden zou averechts werken.

Xtc is in opkomst. Het jaarlijkse trendonderzoek naar drugsgebruik, De Antenne 2012, dat onlangs verscheen, stelt dat tieners meer en ook sterkere pillen slikken. Het stelt bovendien dat xtc verder verankerd raakt in de jongerencultuur (‘Lachgas en sterke xtc-pil zijn in opmars’, NRC, 28 juni).

Drugs zijn illegaal, ongezond en schadelijk. Ze zijn zeker niet cool. Dat idee moet dan ook postvatten in de jongerencultuur. Dat drugs taboe zijn, moet een belangrijk doel van voorlichting en beleid zijn. Helaas vindt niet iedereen dat. Vorige maand, op een discussieavond in Amsterdam, pleitte Matthijs Pontier van de organisatie Drugs en Debat ervoor drugs uit de taboesfeer te halen. „Drugsgebruik kan voordelen bieden: een nóg leukere avond, of een therapeutische ervaring. Het meeste drugsgebruik biedt meer voordelen dan nadelen”, zei hij. En: „Paardrijden is gevaarlijker dan xtc.”

Daarnaast, zo meldde zijn powerpointpresentatie, leiden drugsverboden tot apathie, discriminatie, ziekte, zelfmoord, ja zelfs tot het omhakken van regenwouden. Dat was wetenschappelijk bewezen. Bovendien worden drugsverboden in stand gehouden door een onzalige alliantie van terroristen, rechtse politici en de Amerikaanse vakbond van gevangenisbewakers.

De humanistische verslavingstherapeut na hem had ook een aparte visie op de behandeling van verslaafden. Terwijl er voor verslaafden slechts één remedie is, namelijk stoppen voor de rest van hun leven, had hij bedacht dat zij simpelweg moeten leren meer te genieten van hun gebruik. Kale gebruikersruimtes zouden moeten worden vervangen door gesubsidieerde feesten voor drugsverslaafden. Met zulke voorlichting heb je geen reclame nodig.

Deze promotiepraat werd overigens wel mede gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam. De organisatie Drugs in Debat werd zelfs genomineerd voor de Jong Burgerschap Award (JBA). Daarnaast bleek Pontier ‘peer-educator’ bij Unity, een organisatie die verbonden is aan de verslavingsinstelling Jellinek en voorlichting geeft op feesten en scholen. Op de website van Unity vind je onder meer tips over hoe je drugs het beste kunt innemen. Zo heeft MDMA kennelijk sneller effect als je het rectaal in neemt.

Echt ontmoedigend is de meeste informatie niet. Op de sites van Unity en Jellinek kun je online ‘test-je-gebruik’ invullen. De resultaten zijn bizar. Zelfs als je invult dagelijks xtc te slikken, en dat je daardoor een aantal keer slechter hebt gepresteerd op school en dat je af en toe last hebt van vermoeidheid, maar dat je wel goed je pillen laat testen, dan nog luidt de boodschap dat „je gebruik niet direct reden voor bezorgdheid is”.

Op diezelfde conclusie kom je uit als je invult dat je dagelijks blowt, waardoor je een paar uur per dag stoned bent. Zolang je maar invult dat je zelf niet het idee hebt dat je schoolprestaties er onder lijden. Of dat je er niet mee kan stoppen. En oja, plichtmatig voegt Unity toe dat het gebruik van drugs risico’s met zich mee kan brengen. Dit is geen ‘harm reduction’, dit is maar ‘harm denial’!

Voorstanders van een dergelijke aanpak zeggen dat verbieden niet helpt. Een verbod zou drugsgebruik zelfs extra aantrekkelijk maken. Dan kun je maar beter tips over veilig gebruik geven, zeggen ze. Natuurlijk heeft verbieden negatieve bijeffecten. Maar dat geldt ook voor legalisering en dit zogenoemde harm-reduction-beleid, vermindering van schade voor gebruikers.

Voorlichting die nadruk legt op ‘blijf er absoluut vanaf, want het is gevaarlijk’, kan er toe leiden dat jongeren toch gebruiken, en ook nog onveilig. Aan de andere kant kan voorlichting als ‘je gaat het toch doen, dus dit is hoe’ het makkelijker maken om eraan te beginnen. De balans is doorgeslagen naar gebruik van xtc en andere drugs, heroïne uitgezonderd. De gedachte dat verbieden niet helpt, is gestold tot een dogmatisch alibi voor de promotie van drugs. Pleidooien voor pragmatische voorlichting, inclusief tips voor gebruikers, zouden overtuigender klinken als deze voorlichters niet verkondigen dat de samenleving creatiever en socialer wordt van drugsgebruik.

Bovendien, verbieden werkt niet altijd averechts. Uit tal van onderzoeken blijkt dat jongeren het meest gebaat zijn bij duidelijke regels over alcohol, tabak en drugs. We citeren een eerder Antenne-onderzoek: „De meeste leerlingen gehoorzamen de regels van hun ouders over roken, drinken en blowen. Degenen die dat wel mogen van hun ouders, doen het veel vaker dan de leerlingen die het niet mogen.”

Wat voor ouderlijke regels geldt, geldt mutatis mutandis ook voor maatschappelijke regels: de meeste mensen willen zich aan de regels houden en de wet niet breken. Verbieden helpt dus wel om de beschikbaarheid van drugs laag te houden en de drempel hoog. Het taboe op drugsgebruik doorbreken is daarom hoogst onwenselijk. Een taboe is noodzakelijk - om het gebruik van drugs zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Diederik Boomsma is promovendus rechtsfilosofie in Leiden en CDA duoraadslid in Amsterdam. Yoram Stein is docent filosofie en auteur van het boek ‘Stoppen met Blowen’ dat ook op zijn eigen ervaring is gebaseerd.