De Kuip en de kongsi

Nu dat nieuwe Feyenoord-stadion er niet lijkt te komen, is het misschien goed om eens serieus te kijken naar het alternatief van prof.dr.ir. Hennes de Ridder, emeritus hoogleraar aan de TU Delft.

Een uur sprak ik met hem. Of beter, hij sprak tegen mij; professor De Ridder (66) praat met de begeestering van een uitvinder die zojuist Columbus’ ei heeft overtroffen.

Maar: hij is niet kierewiet.

Op z’n achtste kwam hij voor het eerst in de Kuip. Het mooiste stadion ter wereld, vindt hij, met die eerlijke, stalen, onverzettelijke constructie. Dat nieuwbouwplan van ruim 300 miljoen vindt hij „super onzinnig”. Te duur, te lelijk, idioot groot. Ballast voor de arme club. Schande voor Rotterdam.

Zijn brainwave kwam toen hij laatst bij Pauw & Witteman hoorde van een alternatief: een extra ring bovenop de oude Kuip. Kosten: 117 miljoen. Dat kan goedkoper – en mooier, dacht de professor. Hij begon direct met schetsen.

Zijn oplossing is zowel lumineus als elegant: graaf het veld vier meter uit. Zo krijg je een ovale bouwput met een ‘plint’ van 400 meter lang, en ruimte voor 2.000 extra zitplaatsen, plus business-units, vlak boven de grasmat. De Kuip zelf blijft intact, inclusief het markante dak, en kan, mits goed onderhouden – net als de Eiffeltoren – nog decennia mee.

Kosten: 30 miljoen.

Hij publiceerde zijn plan in Cobouw. Stuurde het aan de supporters, raadsleden, stadiondirectie, kranten. Weinigen reageerden. De voorzitter van de raad van commissarissen van Feyenoord vond het concept wel mooi, maar te laat; het zou het ‘proces’ nu verstoren.

Wil men dan geen goedkoop stadion? Of is zijn plan quatsch? De professor wijst op de belangen: als er in de pot niet ruim 300, maar slechts 30 miljoen zit, „is er voor al die jongens niets meer te verdienen”. Al die jongens – hij kent ze; het zijn z’n vrienden. Al jaren maakt hij zich zorgen over die bouw- en vastgoedsector. „Eén grote kongsi”, zegt hij. „Het gaat in de gehele bouw weer richting bouwfraude.”

Gaat de nieuwbouw niet door, dan komt de aap uit de mouw, vermoedt hij: dat het afblazen Feyenoord wellicht geld kost. (Mocht het alsnog doorgaan, dan heeft hij een plannetje voor de oude Kuip, zodat die niet vervalt tot een roestige duiventil.)

Hier is het goed te vermelden dat De Ridder 22 jaar werkte bij bouwbedrijf HBG. Hij is misschien „een schreeuwertje”, maar weet wat er kan. En de Kuip uitdiepen kan. Barcelona deed zoiets ook. „Ik heb de Oosterscheldekering helpen bouwen; ik heb baggerprojecten gedaan overal ter wereld – dan is dit echt een fluitje van een cent.”

Maar ja, zó goedkoop – dat kan natuurlijk nooit wat zijn.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.