Dansers in oogstrelende stroom

Julidans. Diverse voorstellingen, Amsterdam. Info: julidans.nl

Een gratis blow job, en geen lange rij? Zoiets kan voorkomen tijdens I Like To Watch Too, het mini-festival binnen Julidans, met korte optredens in Paradiso die men van dichtbij kan bekijken en – soms een hele geruststelling – ook snel weer kan verlaten, op naar de volgende. Zondagmiddag bleek de semi-legal blow job in het boudoir van Sakurako (pseudoniem van Gina Hillberg) een joint. Flauw, maar met de eveneens gratis butoh lap dance was dit optreden een meer dan welkome, want maffe bijdrage tussen de keurige acts en voorstellingsuitsnedes.

Artistiek indrukwekkende voorstellingen zijn tot op heden niet genoteerd bij Julidans, al komt de Chinees Tao Ye in de buurt. Zijn groepswerken 4 en 5 zijn fraaie demonstraties van optimale samenwerking. In het eerste stuk dansen de vier, aangevoerd door de fantastische Duan Ni (Ye’s echtgenote), als één lichaam door de ruimte, versnellend en tempo terugnemend, met grote beenzwaaien en een soepel voor- en achteroverbuigende torso. Dicht op elkaar, dus precieze timing en exacte verplaatsing van gewicht is van levensbelang. De muziek van Xiao He, een soort Chinese variant op Indiase kathak, is prachtig.

5, waarin vijf dansers zich in een ononderbroken, gelijkmatig vloeiende energiestroom als een kluwen over de vloer bewegen, is eveneens oogstrelend, maar jammer genoeg zonder ontwikkeling. Het oogt ook enigszins als een verlate jarenzestigcreatie. Tao Ye is, met zijn consequente benadering, wel iemand om in de gaten te houden.

Na het succes van Madame Plaza treedt Bouchra Ouizguen in HA! opnieuw op met een drietal aïta’s, Marokkaanse nachtclubzangeressen. Ditmaal geen subtiele spot aan het adres van hun vaste, exclusief mannelijke cliëntèle, maar een geconcentreerde impressie van de gekte die zij op straat aantroffen, vormgegeven in repetitieve dansscènes waarin aanvankelijk alleen hun witte hoofddoekjes in de donkere ruimte bewegen, aangedreven door ritmisch gezang. Of aanstekelijke, van diep uit de buik opborrelende lach – en de buiken van de aïta’s zíjn diep, en rond. Een voorstelling die de fantasie prikkelt en die best wat langer had mogen duren.

Waar Ouizguen zich verre houdt van letterlijkheid, zoekt Rachid Ouramdane die op. In elk geval hoeft niemand zich af te vragen waarover Sfumato (‘als rook’) gaat. Dat vertelt de voice-over: overstromingen, droogte, smeltende ijskappen, natuurrampen in soorten en maten. En de tijd raakt op. Prachtig is de als een tornado rondtollende vrouw op een toneel vol rook, esthetisch zijn ook de daaropvolgende scènes in een moessonbui en de daardoor ontstane enkeldiepe plas, maar Sfumato is, zeker voor wie Ouramdanes eerdere, intelligente werk kent, verbazingwekkend simplistisch.

Iets dergelijks geldt voor Gaze is a Gap is a Ghost, waarin Daniel Linehan speelt met waarneming. Aanvankelijk lijkt het of de toeschouwer via filmprojectie de blik van een danser kan volgen via een camerabril. Langzaam wordt die illusie afgebroken. Eerst zien we dat het beeld niet live is, daarna begint de synchroniciteit te haperen en uiteindelijk is de ‘observerende instantie’ onduidelijk. Aardig idee, maar niet opmerkelijk.

Dát was wel de voorstelling van Jérôme Bel en de geestelijk gehandicapte spelers van het Zwitserse Theater Hora, die theatrale codes belicht en de onzekerheid van het publiek blootlegt. Of Jérôme Bel nu oprecht betrokken is of vooral een slimme donder: hij weet hoe hij het publiek tot reflectie moet brengen.