Winning extra Noordzeegas voorlopig onzeker

Zit er nog meer olie- en gas in de bodem van de Noordzee die de finan- ciële problemen van Ne- derland kunnen verlich- ten? Dat zal pas over een jaar of vijf duidelijk zijn.

Even rekende Nederland zich rijk, gistermorgen. Er ligt een „goudmijn” voor de Nederlandse kust, meldde De Telegraaf. Tot dusver onbekende olie- en gasvelden zouden de staatskas nog tot in lengte van dagen kunnen vullen.

Goed nieuws voor het kabinet-Rutte II dat nieuwe bezuinigingen van 6 miljard euro zoekt. Maar ook een nieuwe toekomst voor de olie- en gasindustrie op de Noordzee die bezig is de laatste velden leeg te halen.

Twee vragen dringen zich op. Hoe kan er plotseling een ‘goudmijn’ voor de kust liggen? En waarom wordt dat juist nu bekend?

Navraag bij Energie Beheer Nederland (EBN), het staatsbedrijf dat de olie- en gaswinning coördineert, leert dat de berichtgeving teruggaat op een rapport dat EBN een maand geleden uitbracht: ‘Focus on Dutch Oil & Gas 2013’. Een jaarlijks overzicht van de voorraden en verwachte voorraden. Daarin schetst de EBN hoe de gaswinning uit kleine velden tot 2030 snel zal teruglopen.

Ook de investeringen in die winning, nu ongeveer 1 miljard euro per jaar, zullen teruggelopen. Maar, zegt EBN, het omgekeerde is nodig: er moet juist meer worden geïnvesteerd om de gaswinning op peil te houden. Met een jaarlijkse investering van 1,4 miljard zullen de aardgasbaten in de buurt blijven van de 12 miljard, zoals nu het geval is.

En dat geld moet vooral gaan naar het kleine veldenbeleid. Het grootste deel van het Nederlandse deel van de Noordzee is inmiddels afgegraasd, maar er is nog één deel onontgonnen. Dat is het meest noordelijke deel van het gebied.

De verkenning verloopt in fasen. De eerste is het in kaart brengen. De tweede is het proefboren. EBN baseert zijn verwachtingen op een studie van het bodemonderzoeksbedrijf Fugro. Dat heeft het resterende Nederlandse deel van de Noordzee in kaart gebracht. Op basis daarvan zegt het bedrijf „hoopvol” te zijn dat er, net als in de rest van de Noordzee, voldoende gas en olie zit om exploitatie mogelijk te maken.

Maar dat gaat niet van de ene dag op de andere, zegt een woordvoerder van EBN. Het duurt een aantal maanden voor het bedrijf beslist of winning op termijn zinnig is. Daarna moet EBN partners zien te vinden om proefboringen te verrichten. Pas na een jaar of vijf zal dan duidelijk zijn of winning loont.

Tot nog toe zijn er twee bedrijven die belangstelling hebben getoond. Het Duitse Wintershall en het Britse Centrica hebben vergunningen voor zo’n verkenning aangevraagd.

Cruciaal in de boodschap van EBN is de infrastructuur. Olie- en gasmaatschappijen die hun activiteiten op zee afronden zijn verplicht de boorputten af te sluiten en de pijpleidingen op te ruimen. Op dit moment ligt er een spinnenweb aan leidingen op de bodem van de Noordzee, maar dat zal de komende jaren successievelijk worden opgeruimd.

Niet doen, vindt EBN: die leidingen kunnen straks nog van pas komen als het noordelijkste deel wordt ontgonnen. Het behoud van de olie- en gasindustrie is in het belang van Nederland, aldus het EBN-rapport.

En daarmee komt vraag twee aan de orde: waarom is dit rapport ruim een maand na publicatie ineens nieuws? In Den Haag worden op dit moment de laatste onderhandelingen gevoerd over een breed energieakkoord dat Nederland in 2020 16 procent duurzame energie moet brengen. Meer energie uit zon, wind en warmte en minder energie uit fossiele brandstoffen. Belangen staan lijnrecht tegenover elkaar en het is niet zeker dat de partijen er uit komen. In de wereld van de Nederlandse energie is elke ontwikkeling op dit moment politiek.