Wie is ’t corruptst? De politieman wint

Politici kun je niet vertrouwen. De politie is helemaal niet je beste vriend. Rechters zijn omkoopbaar. Dat is voor een groot aantal mensen in de wereld de realiteit, constateert de organisatie Transparency International.

In 107 landen zijn mensen ondervraagd over de corruptie. De uitkomst is niet bemoedigend. Meer dan een op de vier mensen in de wereld heeft vorig jaar smeergeld betaald, zo constateert Transparency International op basis van dit onderzoek dat het de Wereldwijde Corruptiebarometer noemt. En meer dan één op de twee mensen heeft het gevoel dat hun land in de afgelopen twee jaar corrupter is geworden. Het enige lichtpuntje is dat meer mensen aangeven zich te willen verzetten.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen landen als het om corruptie gaat. Maar de trend wijst op een verslechtering.

Een voorbeeld: in vier landen in het Midden-Oosten heeft de ‘Arabische lente’, mede gevoed door verzet tegen corruptie, geleid tot een verandering van regime. Maar in Egypte, Jemen en Tunesië bestaat het gevoel dat de corruptie juist is toegenomen. Alleen in Libië vertelden ondervraagden dat er minder corruptie is.

De strijd tegen corruptie zou gevoerd moeten worden met wetten en door politie en justitie. Maar daar zit een groot probleem. In meer dan een derde van de landen, overwegend in Afrika en Latijns Amerika, wordt ook de politie als een corrupte organisatie aangemerkt. En de rechterlijke macht wordt in twintig landen door een meerderheid van de ondervraagden omschreven als corrupt. Van de EU-lidstaten zijn dat Kroatië, Bulgarije en Litouwen.

Maar de politieke partijen worden gezien als de grootste bron van corruptie. In maar liefst de helft van de onderzochte landen worden de partijen genoemd bij de instituties die vatbaar zijn voor corruptie.

Hier wordt de kloof tussen burger en politiek in het Westen zichtbaar. Tot die helft behoren de VS, Brazilië, Argentinië en Chili, maar ook zo’n beetje heel de Europese Unie met uitzondering van Denemarken en Litouwen. Het Europese plaatje is wel onvolledig: Nederland, Zweden, Ierland, Polen en Oostenrijk doen niet mee omdat de gegevens statistisch niet goed bruikbaar waren.