Vernederd Pakistan

Om vanuit de lucht niet herkend te worden droeg Osama bin Laden in de tuin van zijn huis in het Pakistaanse Abbottabad geen Chinese strohoed of Mexicaanse sombrero. De man die jarenlang Al-Qaeda’s terreuroorlog tegen Amerika aanvoerde, droeg uitgerekend een cowboyhoed, dat symbool van Amerikaanse stoerheid. Maar erg stoer was Bin Laden toen zelfs al niet meer voor zijn medebewoners: de kinderen van zijn bewaker noemden hem ‘arme oom’.

Het zijn details uit het deze week uitgelekte rapport dat een Pakistaanse onderzoekscommissie uitbracht over de gebeurtenissen rond de liquidatie van Bin Laden door Amerikaanse commando’s, in 2011. Naast zulke bijzonderheden bevat het rapport ook ontluisterende en politiek belangrijke informatie over Pakistan.

De incompetentie van leger en inlichtingendiensten wordt genadeloos aangetoond. De hele Pakistaanse staat is „zeer zwak, zeer bang”, in de woorden van een voormalige chef van de veiligheidsdienst. Apathie heerst in alle lagen van de samenleving. En „iedereen in onze elite is te koop”.

Dat is allemaal geen verrassing, en je zou het zelfs als goed teken kunnen zien dat het land tot zo’n grondige zelfkritiek in staat is. Maar dat maakt het niet minder zorgwekkend.

Pakistan is een kernmacht, die altijd een gespannen verhouding met buurland India heeft en die ook een belangrijke speler is in Afghanistan. Het geklungel bij militairen en spionagediensten is daarom niet alleen voor de Pakistanen angstwekkend, maar voor de hele regio.

Harde noten kraakt het rapport ook over Amerika. De nachtelijke operatie om Bin Laden buiten medeweten van de Pakistaanse autoriteiten op Pakistaans grondgebied te doden, wordt een „oorlogsdaad” genoemd. Het was zelfs „de grootste vernedering” die het land heeft meegemaakt sinds de afscheiding van Oost-Pakistan (nu Bangladesh) in 1971. „De Verenigde Staten gedroegen zich als een schurk”, volgens de opstellers van het rapport – een opperrechter, een generaal, een politieman en een diplomaat, allen gepensioneerd.

Sinds 9/11 hebben de Verenigde Staten steeds het belang benadrukt van goede betrekkingen met Pakistan. Maar het is altijd een uiterst moeizame relatie gebleven. Het diep gewortelde Pakistaanse anti-Amerikanisme is met de operatie tegen Bin Laden alleen maar sterker geworden.

Nu de Amerikanen zich opmaken hun militaire rol in Afghanistan grotendeels af te bouwen, is van extra groot belang dat Pakistan een stabiele factor wordt. Dat is veel gevraagd van een vernederd, tot de tanden bewapend en toch zwak land dat in het rapport „een mislukkende staat” wordt genoemd.