Rotterdamse risico’s

Naarmate de beslissing van de Rotterdamse gemeenteraad dichterbij komt, neemt de twijfel over de financiële haalbaarheid van een nieuw voetbalstadion voor Feyenoord toe.

Opvallend was een krachtig geformuleerde open brief van oud-voorzitter Jorien van den Herik, gisteren in het Algemeen Dagblad. Van den Herik, vroeger ‘GKL’ bijgenaamd – Grote Kale Leider – maakt korte metten met het plan van zijn opvolgers. Hij signaleert dat er sprake is van propagandistische misleiding, laakt het gebrek aan openheid en wijst erop dat het vooral „vingervlugge mannen” zijn die aan het stadionplan verdienen of al hebben verdiend.

Van den Herik schaart zich in een rij sceptici die ernstig twijfelen aan de financiële onderbouwing. Zoals de Twentse econoom Tsjalle van der Burg vandaag in deze krant (pagina 14) – eerder maakte hij een analyse van ‘Het Nieuwe Stadion’. Zoals de onderzoeksjournalist Bram Logger die voor De Groene Amsterdammer een grondige studie verrichtte. Zoals Michiel de Nooy, onderzoeker sport en economie aan de Hogeschool van Amsterdam, die gisteren een moeilijk te negeren analyse publiceerde op de website sportknowhowxl.

En, zeker niet op de laatste plaats, zoals de Rekenkamer Rotterdam. „Als je het puur financieel bekijkt, dan moet je het niet doen”, zei voorzitter Paul Hofstra gisteren in Het Financieele Dagblad.

Daar staat de opvatting tegenover van de Rotterdamse wethouder voor sport, Antoinette Laan (VVD), die in NRC Handelsblad de financiële risico’s voor de gemeente relativeerde en de „maatschappelijke opbrengsten” voor de stad onderstreepte.

Maar Rotterdam en Feyenoord beschikken met de Kuip al over een stadion dat nog lang niet ‘op’ is. Het werd in 1994 grondig gerenoveerd, mede dankzij geld dat de gemeente aan het stadion leende.

Hier is de vraag aan de orde hoever financiële steun van de overheid aan een in wezen commerciële bedrijfstak als het betaald voetbal mag gaan. Rotterdam gaat duidelijk te ver. De gemeente koopt, volgens het voorstel van het college van B en W, voor 35 miljoen de grond aan en brengt Feyenoord vervolgens een huur in rekening die weleens niet marktconform kon zijn. Dat zal de Europese Commissie niet ontgaan. Mogelijk is er dan sprake van verboden staatssteun. Bovendien moet de gemeente garant staan voor 160 miljoen euro aan leningen; een voorwaarde voor de banken.

Dat is veelgevraagd aan het armlastige Rotterdam. Voormalig Feyenoord-voorzitter Van den Herik noemt financiële steun met gemeenschapsgeld „bijna misdadig”. Zware woorden. Maar onverantwoord mag het best heten.