Moslimbroederschap is nog lang niet weg

Morsi gaf de oppositie geen ruimte en hij sneuvelde door een coup. Maarten Zeegers trekt de vergelijking met de Algerijnse burgeroorlog.

Het was te mooi om waar te zijn. Met zijn allen de straat op om even een dictator omver te werpen zonder al te veel geweld. Een dictator, afkomstig uit het leger dat al meer dan zestig jaar alle aspecten van de Egyptische samenleving controleerde. Het militaire apparaat bepaalde niet alleen de politiek in het land maar ook de economie. Bij elke businessdeal van betekenis had het wel een vinger in de pap.

Toen tweeëneenhalf jaar geleden een volksmassa opriep tot de val van het regime offerde het leger stroman Mubarak op met het idee dat het de touwtjes toch wel in handen kon houden. Het volk had zijn revolutie en verder zou alles hetzelfde blijven.

Maar in nieuwe betogingen eisten demonstranten vrije verkiezingen, waarmee de militaire raad schoorvoetend akkoord ging. Tot hun afgrijzen werd Mohammed Morsi president, afkomstig uit de Moslim Broederschap. Al sinds de jaren vijftig stond de militaire junta in Egypte op voet van oorlog met deze islamistische organisatie. Duizenden leden verdwenen achter de tralies, vaak zonder eerlijk proces. De Broederschap werd verboden. En toen opeens, na decenniallange vervolging, bevond de Broederschap zich aan de top van de piramide. De Moslimbroeders namen de handelsbelangen van het leger over. President Morsi wipte tegenstanders uit belangrijke overheidsposities en benoemde zijn eigen getrouwen. Zelfs de opperbevelhebber van de strijdkrachten, maarschalk Tantawi, moest plaats maken voor generaal Sisi. Een religieus figuur en pion van de Broederschap, zo dacht Morsi.

Hoe zou het leger zijn macht kunnen terugveroveren, zonder dat het volk zich tegen hen zou keren? Maar de Broederschap kon de echte problemen in Egypte ook niet oplossen. De werkloosheid steeg tot recordhoogte en er ontstonden grote brandstoftekorten. Bovendien stelde de president zich compromisloos tegenover de oppositie.

De tegenstand groeide. Linkse groepen of elementen van het ancien regime eisten zijn vertrek, en ook de ultra-orthodoxe salafipartijen uitten kritiek. Toen er tijdens anti-Morsi-protesten doden vielen, zag het leger zijn kans schoon. Uitgerekend de door Morsi benoemde generaal Sisi, schoof hem aan de kant. Volgens de staatspers was er geen sprake van een staatsgreep maar van een ‘correctie’ van de revolutie.

Het legeroptreden afdoen als een ‘tweede revolutie’, zoals Westerse regeringen en media deden, is echter belachelijk. President Morsi kwam onder ‘huisarrest’. Voor nog eens 200 kopstukken van de Broederschap volgde een arrestatiebevel. Religieuze televisiekanalen, gelieerd aan de Broederschap verdwenen uit de lucht, er komt een aanpassing van de grondwet en er werd vrijwel direct een nieuwe interim-president benoemd. Hoezo geen staatsgreep? Egypte was in één klap weer terug bij het Mubarak tijdperk.

In elke zelfrespecterende Europese democratie had de president bij zulke omvangrijke demonstraties de eer aan zich zelf gehouden. Maar wanneer Arabische leiders eenmaal op het pluche zitten, gaan ze er niet meer van af. Morsi zag zijn verkiezing als een vrijbrief om geen rekening meer te houden met anderen.

Dat maakt de staatsgreep van het leger niet minder illegaal. De legertop beweert dat hij het land beschermt , de stabiliteit waarborgt, en de wil van het volk uitvoert, maar in werkelijkheid proberen de militairen slechts hun eigen machtspositie te herstellen. Ze waren zo slim om dit te doen onder de dekmantel van demonstraties tegen de regering.

Maar de moslimbroeders laten zich niet zomaar buitenspel zetten. Afgelopen maandag riep de organisatie op tot een volksopstand. Over het gehele land vonden schermutselingen plaats tussen voorstanders, tegenstanders en het leger, waarbij al meer dan 100 doden zijn gevallen.

Daarmee komt de herinnering aan de Algerijnse burgeroorlog naar boven. In 1991 greep het leger daar de macht, toen bij verkiezingen de islamitische FIS de grootste partij dreigde te worden. Seculiere groepen steunden de coup, omdat ze bang waren dat de FIS de sharia wilde invoeren. De FIS werd verboden en duizenden aanhangers belandden achter de tralies. De islamisten grepen naar de wapens en zo ontstond een bloedige burgeroorlog die meer dan 100.000 mensenlevens eiste.

Waar Egypte heen gaat, weet niemand, maar één ding is wel duidelijk: vreedzame omwentelingen in het Midden-Oosten zijn te mooi om waar te zijn.

Maarten Zeegers is schrijver van het boek Wij zijn Arabieren, portret van ondoordringbaar Syrië.