Malick doolt solipsistisch door mystiek universum

To the Wonder. Regie: Terrence Malick. Met: Ben Affleck, Olga Kurylenko, Rachel McAdams, Javier Bardem. In: 13 bioscopen.**

„Well, it’s certainly different”, zei Ben Affleck zuinigjes over de nieuwe film van Terrence Malick waarin hij de hoofdrol speelt. Dat is misschien het beste wat je kunt zeggen over To the Wonder. De film volgt de liefdesperikelen van een man (Affleck) met een onduidelijk beroep (iets met milieu?) en het enige wat Affleck te doen heeft is veel kijken en glimlachen; kijken naar zijn Franse geliefde (Olga Kurylenko) terwijl ze voor hem uit dartelt en danst, in scène op scène. Eerst in Parijs, dan in de VS. Vrouw kan daar niet aarden, gaat weg, komt toch terug. En blijft dansen.

Voor Malick, die elementen uit zijn eigen biografie in de film verwerkte, zal het allemaal veel betekenen. Maar voor de kijker heeft het weinig belang. Wat het ‘wonder’ mag zijn van deze liefdesgeschiedenis blijft in nevelen gehuld. Het gaat bij Malick ook niet om de anekdote of het verhaal, maar om schoonheid en sfeer. Maar die schoonheid en die sfeer blijven vaag en onbestemd en Malick slaagt er zo niet in de toeschouwer ontvankelijk te maken voor zijn wonder.

Het kan snel gaan in de filmwereld. Het teleurstellende The Tree of Life, Malicks terugkeer aan het filmfront na een lange pauze, was twee jaar geleden een hype, en won de Gouden Palm van Cannes. De verrassend snelle opvolger To the Wonder bleef na de wereldpremière in Venetië bijna een jaar op de plank liggen voordat de film nu eindelijk de Nederlandse bioscopen bereikt. In de meeste andere landen is de film al te zien geweest zonder veel sporen na te laten.

The Tree of Life was op dat moment op afstand de zwakste film die Malick had gemaakt, vol privémythologie, ondoorzichtige autobiografische referenties en te expliciete religiositeit. Inmiddels kan To the Wonder als zwakste film de boeken in, min of meer om diezelfde redenen. En dat terwijl Malick met zijn legendarische debuut Badlands (1973), Days of Heaven (1978) en The New World (2005) een verdiende reputatie had opgebouwd als groot visionair. Zijn comeback voegt daar vooralsnog bar weinig aan toe.

Het verschil met de films uit de eerste helft van zijn carrière is duidelijk; eerder trachtte hij zich nog te voegen in een groter geheel, met name in de mythologie van de Verenigde Staten, van de kolonisatie van Noord-Amerika en het Amerikaanse Westen tot Amerikaanse oorlogsvoering in den vreemde. Nu worden die grotere verbanden weliswaar nog steeds volop gesuggereerd – zelfs het grootste verband dat er is, namelijk de verbondenheid met de kosmos. Maar het blijft bij woorden en aanduidingen, het gebeurt niet in de film zelf. Feitelijk heeft Malick zich meer dan ooit teruggetrokken in zijn eigen wereld. Juist op het moment dat hij als filmmaker actiever en zichtbaarder is dan ooit.