Made in Italy, ergens anders in bezit

Italiaanse fabrikanten zijn er altijd trots op geweest dat ze een Made in Italy-stempel op hun producten konden zetten. Dat was niet zozeer een teken van kwaliteit als wel een uiting van culturele en economische onafhankelijkheid.

Maar nu de Italiaanse economie er sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo slecht heeft voorgestaan, zullen veel industriëlen in het land het moeten doen met ‘Made in Italy, Owned Elsewhere’ (gemaakt in Italië, elders in bezit).

De kwalificatie ‘Made in Italy’ impliceerde dat goederen niet alleen op het Italiaanse schiereiland werden geproduceerd, maar ook dat ze werden gemaakt door familiebedrijven die in lokale handen waren. Diezelfde bedrijven, groot en klein, worden vandaag de dag geconfronteerd met existentiële vragen als gevolg van de begrotingsproblemen en de politieke verlamming. Concerns als Fiat en Autogrill overwegen zelfs hun hoofdkantoor naar het buitenland te verplaatsen.

Maar zelfs tegen deze achtergrond slaat de verkoop van kasjmier-koning Loro Piana aan LMVH, in als een bom. Gelegen in het voorgebergte van de Monte Rosa handelt deze Noord-Italiaanse firma, geleid door nazaten van de oprichter uit de zesde generatie, al twee eeuwen in exquise weefsels. Na in november over een beursgang te hebben nagedacht, verklaarde uitvoerend directeur Sergio Loro Piana dat het bedrijf niet langer overwoog zich open te stellen voor beleggers van buiten. Toch is de Loro Piana-clan zes maanden later op zijn schreden teruggekeerd, door een belang van 80 procent te verkopen aan het Franse luxegoederen-conglomeraat.

De transactie, rechtstreeks overeengekomen tussen de familie en LMVH-baas Bernard Arnault, laat de Loro Piana’s nominaal aan het bewind, terwijl ze tevens een minderheidsbelang behouden. Ze worden er ook veel rijker van, nu het bedrijf is gewaardeerd op 2,7 miljard euro.

Loro Piana had niet hoeven verkopen. Net als bij veel Italiaanse modefirma’s die de rijkste consumenten ter wereld bedienen, zijn de zaken hier goed gegaan. De stijgende vraag naar kasjmier, wol en vicuña heeft de afgelopen drie jaar geleid tot een omzetgroei van 17 procent. Die zal naar verwachting dit jaar 700 miljoen euro bedragen, bij een winstmarge van 20 procent.

Dat een juweel van het Italiaanse familiekapitalisme als Loro Piana denkt dat de toekomst er beter uitziet als onderdeel van een Frans conglomeraat dan als onafhankelijke firma, is een slecht teken voor de rest van het Italiaanse bedrijfsleven. Het Italiaanse kapitalisme heeft een liberalisering nodig om te kunnen overleven. Het gevaar dat door de verkoop van Loro Piana wordt onderstreept is dat door zo lang te wachten met het betreden van de mondiale markt, slechts een paar gezonde bedrijven zelf zullen mogen kiezen hoe dat in zijn werk zal gaan.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.