Kunst in Hoog Catharijne: het blijkt zowaar te kunnen

Tank Man van Fernando Sánchez Castillo Foto: Fernando Sánchez Castillo

Call of the Mall, t/m 22 september in Hoog Catharijne en Utrecht Centraal. Inl: callofthemall.nl

„Hoog Catharijne! Je bent steeds blij als je daar levend uit bent gekomen. […] De vulgairste nachtmerrie die ooit uit het verziekte brein van een architect is opgeweld.”

Zo omschreef Gerrit Komrij in 1983 het eertijds bejubelde overdekte winkelcentrum uit 1973. Dat juist deze plek op zijn veertigste verjaardag decor is van een grote kunstmanifestatie is gedurfd. Steeds meer mensen vinden het lelijk en sleets – een grote verbouwing is begonnen. Toch treft het bezoek hier deze zomer allerlei sculpturen, installaties en performances.

Van een met textielvormen gevulde etalage (Henrik Vibskov) tot derwisjdansers in de expeditiekelder (Germaine Kruip) en een „vergunningvolle zone” waarvoor Pilvi Takala zoveel mogelijk gemeentelijke vergunningen aanvroeg. Bezoekers mogen er skaten, picknicken, musiceren – en zo de openbare ruimte weer eigen en privé maken. Zoals het winkelcentrum ooit bedoeld was.

Ruim 25 kunstenaars proberen de forensen en winkelende bezoekers af te leiden van de etalages met de nieuwste teenslippermodes. Dat lukt vooral Fernando Sánchez Castillo met zijn Tank Man: een wassen beeld, net echt, dat de anonieme man die in 1989 voor een colonne tanks ging staan op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing een gezicht geeft. Het is onwaarschijnlijk hoe goed dit beeld kwetsbaarheid en moed uitstraalt. In de winkelgang trekt het zulke drommen mensen dat er een vitrine voor gebouwd moest worden om te voorkomen dat hij onder de voet werd gelopen.

Missie geslaagd. Kunst in Hoog Catharijne: het kan.

En dat is een grote verrassing – aangezien kunst gedijt tussen witte museummuren en in stille parkjes. Geen van de kunstenaars heeft geprobeerd de reclamedrukte te overschreeuwen: dat gevecht win je niet. Ze doen het anders, ze gaan een gesprek aan. Soms letterlijk: Melle Smets bouwde een radiostudio waar hij passanten uitnodigt om te praten over hun dromen. Komen die overeen met de dromen van de ontwerpers van Hoog Catharijne, die de mens een labyrintische binnenwereld schonken om lekker in te dwalen en alles te vergeten?

Sommige kunstenaars gaan figuurlijk het gesprek aan, door de oorspronkelijke ontwerpgedachten terug te halen. In de jaren zeventig werd dit complex ontworpen met leuke hoekjes en gangetjes, knus en huiselijk. Het werden plekken die overlast aantrokken en gesloten moesten worden. De exposanten maken ze weer open.

Ester van de Wiel bijvoorbeeld maakte met een moestuin het dakterras weer toegankelijk. Gabriel Lester toont een verstilde film in een dito theatertje, lekker bedompt jaren zeventig, in een vergeten galerij.

Kortom: deze kunst maakt het winkelcentrum een betere plek. Het is uit een onbevooroordeelde interesse ontstaan, zonder anti-commerciële preken of verheven esthetiek van kunstenaars die stiekem liever in musea exposeren.

Wat ook helpt, is dat de kunst op functionaliteit is getest – een unicum in de kunstwereld. Videofilmpjes naast de kleedkamers? Nee, niemand kijkt. Een posterproject van Alberto de Michele? Helaas, wordt aangezien voor reclame. Audiotours? Te kleine doelgroep. Zo zijn er kunstwerken afgeserveerd of bijgesteld.

De Michele, met familie in de Italiaanse maffia, stelde als alternatief een performance voor van echte balletje-balletjeoplichters. Doe maar een video van hun trucs, zei de organisatie. Die draait nu veilig op een reclamescherm.

Vier curatoren maakten deze manifestatie in opdracht van de gemeente Utrecht en organiseren in september een congres voor landelijke winkelcentra, om toekomstige samenwerkingen af te tasten. Dat is een goede zaak voor de kunst, in deze karige bezuinigingstijden.

Ook maakten ze een tentoonstelling in een leeg kantoor over veranderingen. Die (nogal matige) tentoonstelling is overbodig.

Deze manifestatie overtuigt op zichzelf al volledig.