Kabinet wil geen Europese mediaraad

De Nederlandse regering heeft grote bezwaren tegen een mediaraad met verregaande bevoegdheden. Een dergelijke raad met een wettelijke status zou moeten toezien op de naleving van journalistieke gedragscodes, journalisten en mediaorganisaties kunnen straffen en moeten vallen onder de Europese Commissie. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) deze week in een brief aan Eurocommissaris Kroes (Digitale Agenda).

Dekker reageert op een rapport van een zogenoemde high level group onder leiding van Vike Freiberga, oud-premier van Letland, van eind maart. De groep deed onder meer een aantal aanbevelingen aan de Europese Commissie om de mediavrijheid en de pluriformiteit in de EU te verbeteren. Een van de suggesties, naar aanleiding van de afluister- en omkoopschandalen in de Britse media, is het instellen van een mediatoezichthouder in alle Europese landen.

Staatssecretaris Dekker had zich al eerder kritisch uitgelaten over de voorstellen in het rapport-Freiberga. In de brief van maandag herhaalt hij dat de verantwoordelijkheid voor persvrijheid eerst en vooral ligt bij de lidstaten. „Nederland ziet geen aanleiding om de bevoegdheden van Europa op dit terrein op te rekken.”

Het kabinet huldigt zelfregulering van de media. Volgens Dekker functioneert de Raad voor de Journalistiek in Nederland naar behoren. Personen of instellingen kunnen altijd naar de rechter in geval van smaad en laster, zo staat in de brief aan de Europese Commissie.

„In het bijzonder zijn we gekant tegen het idee dat een orgaan journalisten hun ‘status’ zou kunnen ontnemen”, aldus Dekker. „Journalistiek is in Nederland een volledig vrij beroep, en dat moet vooral zo blijven. Vanuit het oogpunt van mediavrijheid vinden we gedwongen zelfregulering zelfs een risico.” Volgens Dekker zou het een kwaadwillende overheid een extra instrument geven om media in de door haar gewenste (redactionele) richting te sturen.

De Europese Commissie en het Europees Parlement hebben zich in het verleden kritisch uitgelaten over de persvrijheid in onder meer Hongarije. Daar stelde de regering een mediawaakhond aan met veel macht. Europarlementsleden wezen ook regelmatig naar Italië waar Silvio Berlusconi destijds, als premier, de publieke omroep beheerste, en via zijn bedrijf Mediaset, de commerciële tv.