Je bent minder blij als je je keuze nog kan terugdraaien

Je mag een collega kiezen om mee samen te werken aan een project dat van groot belang is voor je carrière. Wie neem je? De vriendelijke A, die altijd degelijk werk aflevert, maar wel een beetje saai? Of de norsige B, wier werk schitterend is, maar die een pain in the ass is om mee samen te werken? Kon je je opties maar openhouden. Wat zou het fijn zijn als je op je beslissing kon terugkomen als het project eenmaal begonnen was en het liep toch niet zo goed met je aanvankelijke keus.

Zo lijkt het althans. Maar of dat echt zo fijn is? Mensen die een keuze maken die ze later nog mogen terugdraaien, zijn minder tevreden met hun beslissing dan mensen die te horen hebben gekregen dat hun keuze definitief is, bleek uit een onderzoek uit 2002. Daarin moesten de proefpersonen weliswaar geen werkpartners kiezen, maar posters voor aan de muur – maar het mechanisme achter die ontevredenheid is hetzelfde, is het idee.

Drie psychologen van de Universiteit van Amsterdam en een van Columbia University (New York) leggen in een nieuw artikel (vorige week online bij Journal of Experimental Psychology: General) uit wat er volgens hen gebeurt als mensen een beslissing nemen waarvan ze weten dat die nog omkeerbaar is, of juist niet.

Als een beslissing niet meer terug te draaien is, zijn mensen erbij gebaat om extra informatie te zoeken waaruit blijkt dat hun keuze de juiste is en dat de alternatieven een stuk minder zijn. Het resultaat is een gevoel van prettig gelijk hebben. Maar als een beslissing nog omkeerbaar is, bereiken mensen die gelukzalige toestand niet. Dan blijven ze opletten: gaat het nog wel goed met deze keuze? Moet ik niet switchen? Als ze A als werkpartner hebben gekozen, zien ze ineens vooral zijn saaiheid; hebben ze B gekozen, dan letten ze louter op haar rothumeur en gebrekkige sociale vaardigheden. Van gretig doorgaan op de ingeslagen weg is geen sprake; er ontstaat een toestand van waakzaamheid en voorzichtigheid die energie vreet, en concentratievermogen.

Niet dat dat altijd erg is. Het langzame, voorzichtige werken dat mensen dan doen, lijkt me bijvoorbeeld wel nuttig voor werknemers die het aandraaien van schroefjes in een nieuwe lijn passagiersvliegtuigen moeten regelen.

Misschien komt dit onderzoek wel ooit in de managementhandboeken terecht: moeten mensen zorgvuldig werken, laat hen dan een beslissing nemen die nog terug te draaien is. En een die onomkeerbaar is, als mensen moeten brainstormen over de vraag ‘waar staat ons bedrijf in 2063?’