Japanner die de leiding nam in Fukushima

Varend op eigen kompas leidde Masao Yoshida het reddingswerk tijdens de nucleaire ramp van 2011 in Fukushima.

Terwijl Japan en de rest van de wereld in maart 2011 angstig toekeken hoe zich de ene explosie na de andere voordeed in het de kerncentrale van Fukushima Dai’ichi, deed een groep je werknemers heroïsche pogingen te redden wat er te redden viel. De ‘Fukushima 50’, zoals ze in Japan bekend staan, werden geleid door Masao Yoshida, een nucleair specialist die aan het hoofd stond van de kerncentrale.

Gisteren stierf de 58-jarige Yoshida, aan slokdarmkanker. Zijn dood had niets te maken met de grote dosis straling die hij bij het reddingswerk opliep, onderstreepte zijn werkgever Tepco. Een conclusie die Yoshida, een zware roker, zelf ook al had getrokken. Naoto Kan, premier tijdens de ramp, twitterde gisteren: „Ik buig diep uit respect voor zijn leiderschap en besluitvaardigheid.”

Wekenlang was Yoshida met zijn medewerkers dag en nacht onder extreem zware omstandigheden bezig de toestand enigszins onder controle te krijgen. Meteen na de huizenhoge tsunami van 11 maart was de stroom in de controlekamer van de centrale uitgevallen en viel er niets meer te lezen op de meters.

Nog kritieker werd de toestand een dag later, toen zich twee explosies in reactorgebouwen voordeden. „Dit is ernstig, dit is ernstig”, riep een wanhopige Yoshida in de microfoon, waarmee hij contact hield met het Tepco-hoofdkwartier.

Diezelfde dag deed Yoshida iets wat maar weinig Japanners durven: hij negeerde de instructie van zijn superieuren in Tokio. Die hadden bevolen het pompen van zeewater in de reactoren te staken. Ze vreesden dat die anders onbruikbaar zouden worden voor commercieel gebruik. Maar Yoshida besefte dat het de enige manier was de reactoren koel te houden. Deskundigen bevestigden naderhand dat zijn besluit erger had helpen voorkomen.

Yoshida verontschuldigde zich soms tegenover zijn medewerkers voor de gevaarlijke opdrachten die hij gaf, bij voorbeeld om wateraansluitingen te bevestigen waarmee water op de reactoren konden worden gespoten. Opzeker moment wilde hij persoonlijk een ‘zelfmoordmissie’ leiden om een reactor te koelen. Anderen wisten hem die echter uit het hoofd te praten.

Terugkijkend op die turbulente dagen, zei Yoshida: „Er waren verscheidene keren dat ik dacht dat we hier allemaal zouden sterven. Ik was bang dat we de controle over de centrale zouden verliezen en dat dat ons einde zou zijn.”

In december 2011 was de situatie voldoende onder controle voor een zogeheten ‘cold shut-down’. Diezelfde maand legde Yoshida zijn functie neer, wegens zijn ziekte.